Paarden vervelen zich vaak stierlijk

Paarden leven van nature in hechte groepen met een strikte hiërarchie.

De hele tijd in een box staan leidt tot chronische stress.

Nederland - Beers - ( Friesland ) - 15-02-2005 . Paarden stallen complex van W.v.d. Lagerweg. Paard staat te drogen onder warmte lampen. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Veel paarden staan zich stierlijk te vervelen in hun box. Zo'n 30 procent lijdt aan chronische stress. Dat leidt tot abnormaal gedrag, zoals rondjes lopen, luchtzuigen en kribbebijten. In de vakliteratuur zijn 50 tot 60 van zulke soorten 'stereotiep' gedrag beschreven. Nederland telt zo'n 400.000 paarden en pony's en hun aantal groeit snel. Paarden zijn big business. 'Borstels, dekjes en voedingssupplementen, ongelooflijk wat er aan luxe spulletjes te koop is', zegt gedragsonderzoekster Machteld van Dierendonck van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. 'Maar intussen hebben mensen vaak niet door dat hun gekoesterde paard op stal staat te verpieteren. Sommige dieren raken zo gefrustreerd dat ze zichzelf voortdurend verwonden.'

Woensdag promoveerde Van Dierendonck op haar onderzoek naar sociaal gedrag bij paarden. Inzicht daarin is van belang om nieuwe, diervriendelijker systemen van groepshuisvesting te ontwerpen. Paarden zijn van nature zeer sociale dieren. Paardachtigen leven al 60 miljoen jaar op aarde. Paarden zijn pas sinds 6000 jaar gedomesticeerd. Terug in het wild pakken tamme paarden opmerkelijk snel hun natuurlijke gedrag weer op. Ze leven in hechte groepen met een strikte hiërarchie. Ze houden hun soortgenoten voortdurend in de gaten en sluiten vriendschappen voor het leven. Van Dierendonck: 'Bevriende paarden staan graag vlak naast elkaar, ze spelen samen en verzorgen elkaars vacht door elkaars manen, schoft of rug te 'knabbelen'.'

Wilde paarden leggen dagelijks 5 tot 10 kilometer af. Ze zijn driekwart van hun tijd bezig met eten. Na zo'n drie uur grazen rusten ze een uur of wat en spelen met elkaar. 'Een paard in een box kan niet eten en bewegen wanneer het hem uitkomt en hij kan zich nauwelijks met soortgenoten bemoeien', zegt Van Dierendonck. 'Twee of drie keer per dag schrokt hij een portie voer naar binnen en verder niks. Sommige paardenhouders schakelen daarom over op groepshuisvesting, maar dat brengt weer nieuwe problemen met zich mee: er kan voedselconcurrentie ontstaan.' Van Dierendonck is groot voorstander van de voederautomaat. 'De computer herkent elk paard aan een chip op zijn halsband en geeft hem op gezette tijden het juiste rantsoen. Zo weet de eigenaar precies wat zijn paard in de groep binnenkrijgt.' Agressieproblemen bij groepshuisvesting ontstaan vooral bij paarden die zich niet sociaal weten te gedragen. Ze zijn als veulen bij hun moeder weggehaald en alleen in een box gezet en hebben de 'paardentaal' nooit spelenderwijs in de kudde geleerd. Als tussenoplossing kan zo'n paard van achter een halfhoog muurtje wennen aan de groep.

Tot nog toe gebeurde het meeste gedragsonderzoek aan wilde kuddes, waarvan ook volwassen hengsten deel uitmaken en waarin seksuele rivaliteit een grote rol speelt. In de paardenhouderij echter gaat het vooral om groepen merries met veulens en ruinen (gecastreerde hengsten). Van Dierendonck onderzocht hoe zulke kuddes zich gedragen (zie inzet). Terwijl de onderzoekster vertelt, komen haar eigen ponies, zeven IJslanders, traag in beweging. Een bonte ruin, zo'n twee jaar oud, stapt op ons af. Van Dierendonck: 'Kijk, hij krijgt een puntje aan zijn lip. Dit 'knabbelen' werkt zo kalmerend doordat het de productie van opiumachtige stoffen in de hersenen opwekt en dat zorgt voor een tevreden gevoel. We komen steeds meer te weten over die neurobiologische basis van gedrag.' Als een paard lekker door zijn eigenaar geborsteld doet, wil het graag iets terugdoen en daarom begint het vriendelijk aan diens jas of haren te knabbelen. Als de eigenaar dan boos wordt, snapt het paard er niks meer van. 'Veel paarden raken flink gefrustreerd omdat hun eigenaar zich - in hun ogen - zo inconsequent gedraagt. Meer begrip van paardengedrag kan veel frustratie en stress voorkomen.'