Natteburenhulp

Europese samenwerking breidt zich uit tot beheersing van rivieren.

De provincies zijn er blij mee, maar Den Haag is minder enthousiast.

De uiterwaarden langs de Rijn bij Orsoy staan op deze winderige aprilmiddag nog bijna droog. Ook al zou het water morgen sterk gaan stijgen, de inwoners van het eeuwenoude Duitse stadje zullen zich weinig zorgen maken. Een vrouw die wacht bij de veerpont vertelt hoe ze ooit 'met zandzakken hielp om het rivierwater buiten de stadspoort te houden'.

Maar dat is lang geleden. De dijk werd versterkt en er is bij Orsoy nu een groot 'retentiegebied' ingericht dat tientallen miljoenen kubieke meters water kan opvangen. Waar eens de dijk liep, is nu een gat van honderden meters en ruimte voor een binnenmeer met een nieuwe dijk. Het bijzondere van dit project is dat het met enkele miljoenen euro's Nederlands geld is betaald. Het idee kwam van een Duitse ambtenaar, die wist dat Nederland niet tijdig alle Europese fondsen kon opmaken.

In Gelderland waren ambtenaren en bestuurders enthousiast. Met Noordrijn-Westfalen maakte de provincie zich sterk voor het project, waarna ook Den Haag zijn fiat gaf. De miljoeneninvestering op Duits grondgebied heeft immers ook voordelen voor Nederland: als het water bovenstrooms in Duitsland meer ruimte krijgt, neemt ook de mogelijke overlast bij Lobith af.

Als het aan de Nederlandse provincies en waterschappen ligt, mag dit staaltje samenwerking als voorbeeld dienen. Ze werken dan ook nauw samen om de onlangs door de Europese Commissie gepresenteerde ontwerp-hoogwaterrichtlijn aan te scherpen (zie kader).

Den Haag kijkt echter met enige scepsis naar de al te enthousiaste regionale lobby in Brussel, ook al is iedereen het eens over de noodzaak van een EU-richtlijn om de samenwerking tussen lidstaten te vergroten. 'Er bestaat in Den Haag de vrees dat men straks grote bedragen moet gaan betalen aan andere landen', zegt het hoofd van de Gelderse dienst Milieu en Water Frans Verhoef.

Die Haagse gedachte is niet zo vreemd gezien de Nederlandse ligging. Kees van Laarhoven, adviseur Internationale Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, waarschuwt dat landen als Frankrijk en Belgie maatregelen tegen overstromingen (bijvoorbeeld retentiegebieden) mogelijk pas willen nemen als Nederland daaraan meebetaalt. De situatie kan dan ontstaan dat 'bovenstroomse' gebieden als Nederland zich laten gijzelen door 'benedenstroomse' zoals België. 'Je weet niet waar je dan eindigt', zegt Van Laarhoven.

De Unie van Waterschappen vindt dat juist voor een dichtbevolkt land als Nederland met z'n geringe ruimte bovenstroomse maatregelen in andere landen voordelig uitpakken.

De provincies en waterschappen hebben intussen gezamenlijk concept-amendementen op de EU-hoogwaterrichtlijn op tafel gelegd, waarvan de belangrijkste brede steun krijgt van Nederlandse Europarlementariërs. Het gaat om de toevoeging in de - niet bindende - inleidende overwegingen bij de richtlijn dat lidstaten moeten worden 'aangemoedigd maatregelen te nemen die bijdragen aan het management van overstromingsrisico's in bovenstroomse en benedenstroomse gebieden binnen en buiten hun grondgebied'. Met zo'n verwijzing naar 'versterking van het solidariteitsprincipe' heeft ook Den Haag weinig moeite. De strijdbijl met de regio's lijkt dus voorlopig begraven, maar het debat kan ook snel weer ontbranden. Bij hoogwater, bij voorbeeld.

    • Hans Buddingh'