Mondiale guitigheid en de wiegtelevisie

Onlangs heeft Sesame Workshop, het bedrijf dat Sesamstraat heeft verzonnen, tien dvd's op de markt gebracht, bedoeld voor kinderen van zes maanden. Is dat nieuws al tot Nederland doorgedrongen? In Amerika heeft het een kleine opschudding veroorzaakt. Ouders en opvoedkundigen hadden hun twijfels. Psychologen die zich in de hersenwerking van kleuters hebben gespecialiseerd, zijn van mening dat kijken naar de televisie door kinderen onder de twee jaar moet worden afgeraden. Alle televisie. Andere deskundigen wijzen erop dat de Teletubbies, bedoeld voor kinderen tussen een en drie jaar, al bijna een decennium de dreumesen van het Westen tot een kijkverslaving brengen. En dan heb je nog Baby Einstein, een productie van Disney, ontworpen voor een publiek van pasgeborenen tot peuters van twee jaar. Ik heb dit allemaal niet gezien. Ik maak er melding van omdat onherroepelijk het ogenblik komt dat een van onze creatieve ondernemingen komt met een Nederlandse variatie op dit gegeven.

Laten we er niet meteen schande van spreken, maar ons om te beginnen afvragen wat wij denken dat een mens van zes maanden boeiend, spannend, leuk, entertaining zal vinden. Dit wezen ligt in de wieg, wordt van tijd tot tijd op schoot genomen, aan oma's en opa's vertoond, het wordt blootgesteld aan de grote gezichten van grote vreemde mensen. Die beginnen zich lief met de zuigeling te bemoeien. Bewegen hun vingers naast hun oren, zeggen poeh-poeh of ta-ta-ta, laten twee vingers over een armpje lopen, doen kiekeboe. Het kind doet het begin van een tandeloos lachje, of begint hard te huilen. Het is onvoorspelbaar. Weet u nog wat er door u heen ging toen u dergelijke vertoningen zag? Het geheugen van een enkeling gaat terug tot ergens tussen het eerste en tweede jaar. Geeft dat voldoende grondslag voor tien dvd's?

Het beeldscherm, niet alleen van de televisie, heeft een permanente revolutie in de westerse beschaving veroorzaakt. Goed beschouwd is het een wonder dat deze revolutie pas nu tot de wieg begint door te dringen. Steeds is het een van de grote vragen geweest, of alles wat we op het scherm zagen, min of meer in overeenstemming was met onze normen en waarden, en of dit dan invloed had op ons gedrag. De discussie woedt voort. Een maand geleden speelde, naar aanleiding van bepaalde videoclips, het zoveelste conflict over de vraag of kijken naar excessief geweld ertoe aanmoedigt om het ook eens te proberen. Nee, zeiden de experts die aan de kant van de producenten staan. Een mevrouw betoogde in een stukje in nrc.next met grote stelligheid dat ze nog nooit een overtuigende bewijsvoering van het tegendeel had gezien.

Ik dacht: ik wijs haar op het onderzoek van de Amerikaanse psychologen Craig Anderson en Brad Bushman. Van 1975 tot 2002 hebben ze nagegaan of geweld op de televisie agressief gedrag bij kinderen bevordert. Ja. Zoek het maar op in Google. Hun bevindingen staan in het tijdschrift Science, het nummer van april 2002. De conclusies komen overeen met die van andere onderzoeken, van de American Psychiatric Association. Waartoe zou televisiereclame dienen als de kijkers er niet door werden aangemoedigd, de vertoonde dingen te kopen? Op die vraag heb ik de verdedigers van groot televisiegeweld nooit een overtuigend antwoord horen of zien geven. Kijken naar geweld heeft helemáááál geen invloed op het gedrag.

Ik verwacht niet dat de wiegtelevisie grof geweld zal laten zien. Maar voor een opgroeiend kind hoort alles wat het ervaart tot de opvoeding. Zo wordt het ook in de loop der jaren een bepaalde smaak voor de aanblik van alles bijgebracht, van het vroegste ogenblik af. Ik ben van een generatie die met het prentenboek is opgegroeid, de tekeningen of litho's van Jetses in Ot en Sien en de schoolplaten van Isings, en later de tekenfilms met Popeye the Sailor, Mickey Mouse en Betty Boop. Van Popeye bewonderde ik de heldhaftigheid en altijd was ik blij als in een ogenschijnlijk verloren situatie zijn blik spinazie weer redding bracht. Betty Boop vond ik een curieus meisje met een zeer eigenaardig gezicht, en Mouse heeft me nooit geïnteresseerd.

Later heb ik misschien begrepen waarom. Het voorkomen van Mouse, en alle andere creaturen van Disney is een complex van sjablones. In welke situatie ze zich ook bevinden, ze slagen er altijd in, op een of andere manier guitig te blijven kijken. Aan de onvermijdelijke guitigheid onder alle omstandigheden herkennen we de school van Disney. In Jurassic Park slagen de tyrannosaurus rex en de velociraptors er zelfs in, die guitige blik aan te slaan. In de moderne speelgoedwinkels van Intertoys kijkt alles guitig. Een pop, een beer, een prehistorisch dier, het maakt geen verschil.

Zo ben ik bang dat ook de wiegtelevisie het stempel van de langzamerhand mondiale guitigheid zal dragen. Dan gaat dat er met de paplepel in, zoals we vroeger zeiden.

    • H.J.A. Hofland