Mens, durf te lijden

Het is een tijd stil geweest rond Marcel Möring. Hij werkte aan zijn grote roman Dis, die al een aantal keren werd aangekondigd en dit jaar moet verschijnen. Dat het schrijfproces geen pretje was, kan misschien afgeleid worden uit het essay dat Möring schreef voor de Maand van de Filosofie, Lijdenslust. Daarin stelt hij dat de functie van het lijden in onze tijd wordt onderschat, want lijden brengt ons tot het hogere en het diepere, “lijden leert en vormt en is hoe dan ook onontkoombaar', terwijl geluk slechts een korte periode van welbevinden is “waaraan niets wordt ontleend dan het welbevinden zelf'.

Maar het is meer dan kunstenaarsleed dat tot uitdrukking komt in het essay. Het gaat om het wereldleed, dat ontkend wordt en verdoezeld door de moderne mens, die liever ontsnapt aan het lijden en kiest voor de “instantbevrediging' en “vluchtig genot'. Het is beter, aldus Möring, om je rekenschap te geven van je eigen lijden en dat van anderen. Geluk bestaat trouwens niet eens, hoogstens als illusie. “Er is alleen maar leed. Geluk is leed dat kortstondig wordt vergeten ten behoeve van de eigen, even kortstondige, zielenrust.' Het klinkt streng en een beetje overdreven, maar dat komt ook doordat Möring zich keert tegen de ideologie van het geluk en tegen de zeloten die ons het geluk willen aansmeren in kapitalistische, therapeutische of religieuze vorm.

Möring probeert in Lijdenslust als een filosoof tot algemeen geldige uitspraken te komen. Gelukkig blijft hij het grootste deel van de tijd de schrijver die een particulier wereldbeeld gestalte geeft. Hij geeft toe dat hij, als naoorlogse jood wiens familie voor een groot deel werd vermoord, niet geboren is voor het geluk en hij vertelt dat hij op zeker moment medicijnen gebruikte om van zijn depressies te genezen. Dat zijn voorkeur voor het lijden ook iets te maken heeft met smaak en stijl, blijkt uit deze bekentenis: “Ik zat met holle ogen naar buiten te staren, maar dan wel in een jasje van Hugo Boss, aan een op maat gemaakte tafel van kersenhout en met een designvulpen in mijn hand om mijn verbijstering over de doodsheid van de wereld om mij heen op te schrijven'.

Het essay is goed geschreven, zoals we van Möring konden verwachten. Filosofisch gezien heeft het echter weinig gewicht, ondanks de zware thematiek. Möring grijpt behendig terug op de traditie (Dante, Homerus, de hoofse romans) en biedt geen schokkende of originele ideeën. Maar dat geeft niets, want de verhalen die hij door zijn essay weeft zijn steeds onderhoudend. Zo komt hij bij de dierenarts en vraagt of zijn oude en zieke kat “afgemaakt' kan worden. De hele praktijk schrikt van dat concrete woord.

“,,Euthanaseren'', zei de arts. ,,Wilt u de kat op schoot houden?' ,,Waarom?'' vroeg ik. ,,Is dat makkelijker?' ,,Nee'', zei de dierenarts. ,,Dat is beter voor de rouwverwerking.'' ,,Mevrouw'', zei ik, ,,we hebben het toch nog steeds over de kat die wordt afgemaakt?'' Ik moet toegeven dat ik plezier begon te scheppen in dat woord.'

Marcel Möring: Lijdenslust. Stichting Maand van de Filosofie, 95 blz. euro 3,50