Lener van laatste instantie zoekt nieuwe rol

Het Internationaal Monetair Fonds heeft een nieuwe vijand: marginalisering. In de sterk veranderde wereldeconomie moet het IMF op zoek naar een nieuwe rol, nu minder landen een beroep doen op het fonds.

Argentinië, 2001: het land verkeert in een diepe economische crisis en burgers roven een supermarkt leeg. De regering moest miljarden bij het IMF lenen. Foto Reuters Argentine looters carry goods as they leave a supermarket in Greater Buenos Aires, December 19, 2001. [Police in riot gear fired teargas and rubber bullets to disperse looters who ransacked shops and supermarkets in the capital and northern part of the country in some of the worst rioting in more than a decade.] REUTERS

Indonesië, Thailand, Zuid-Korea. Rusland, Turkije, Argentinië. Nog maar kort geleden sidderden opkomende economieën, voormalige communistische staten en ontwikkelingslanden voor de toorn van het Internationaal Monetair Fonds. Het IMF greep in bij Mexico's tequila-crisis in 1995. Het trad op als lener van laatste instantie en redder van het internationale financiële systeem, tijdens de crises in Azië en Rusland in 1997-1998. Het overbrugde daarna de kredietproblemen van Turkije en Argentinië. En altijd tegen een prijs: een streng recept om de financiën op orde te krijgen, waar nodig staatsbezit van de hand te doen en economische hervormingen door te voeren. De financiële politieman van de wereld was op het toppunt van zijn macht, en werd het mikpunt van demonstranten die wezen op de sociale gevolgen van het voorgeschreven beleid.

Anno 2006, nu het IMF zijn voorjaarsvergadering houdt, zijn de demonstranten goeddeels vertrokken uit het straatbeeld van Washington. Het instituut zelf heeft juist een fors nieuw gebouw laten optrekken aan Pennsylvania Avenue, als een stel dat in een laatste opflakkering van hoop vlak voor scheiding toch nog een nieuw huis betrekt. Want ook de toekomst van het IMF is onzeker. In 1944 werd het ontworpen als een instituut dat tijdelijke betalingsproblemen van industrielanden moest overbruggen in een systeem van vaste, via de Amerikaanse dollar aan goud gekoppelde wisselkoersen. Toen dat systeem begin jaren zeventig ontplofte, hervond het IMF zichzelf als crisismanager in een wereld die steeds meer werd gedomineerd door particuliere kapitaalstromen. Industrielanden deden al lang geen beroep meer op de leningen van het IMF. Groot-Brittannië moest halverwege de jaren zeventig als laatste deze vernedering slikken. Crises kwamen voortaan vooral voor bij ontwikkelinglanden en nieuwe onervaren spelers in de internationale economie.

Maar de laatste forse ingrepen hebben een spoor van afkeer achtergelaten. Brazilië en Argentinië hebben hun uitstaande leningen versneld afgelost. In Azië zijn gigantische financiële reserves opgebouwd, met als doel nooit meer zo in de tang te komen van het IMF, een organisatie die wordt gezien als een verlengstuk van het Westen. De totale reserves, uitgezonderd Japan, bedragen nu het formidabele bedrag van 1.900 miljard dollar, waarvan China de helft voor zijn rekening neemt. Ter vergelijking: tijdens de Azië-crisis was een IMF-lening van ruim 50 miljard dollar nog een record.

Het IMF kampt nu met twee grote problemen. Er is steeds minder behoefte aan zijn krediet, behalve dan door relatief kleine landen. En het heeft een legitimiteitsprobleem. De uitstaande kredietportefeuille is nu 33,6 miljard dollar. Dat is eenderde van wat het drie jaar geleden nog was en het laagste sinds begin jaren tachtig. Doordat de kosten van het IMF worden gedekt door rente-inkomsten, raakt de kas leeg. Het IMF voorziet dat, als het zo doorgaat, een begrotingstekort ontstaat in 2009 van omgerekend tegen de 300 miljoen dollar. Dat is 30 procent van het jaarlijkse budget.

Daarnaast is de vertegenwoordiging bij het IMF nog steeds goeddeels een afspiegeling van de naoorlogse wereld. Europa en de VS hebben een comfortabele meerderheid van stemmen en de meeste Europese landen, inclusief Nederland, hebben een eigen bestuurslid in het 24-koppige bestuur van het IMF. De betrokken landen onderhandelen daar in naam van zichzelf en van een aantal landen dat zij onder hun hoede hebben, een zogenoemde kiesgroep. Europa krijgt traditioneel de post van IMF-directeur toebedeeld, de Amerikanen leveren de president van zusterorganisatie de Wereldbank.

Het bestuur is niet representatief meer voor de veranderde verhoudingen in de wereld. In Azië wordt al een tijd gesproken over de oprichting van een eigen, regionaal monetair fonds. Daarmee zou de rol van het IMF nog verder verbleken. Vandaar dat IMF-directeur Rodrigo de Rato na zijn aantreden in 2004 een plan maakte voor hervorming van het IMF, dat afgelopen najaar in grote lijnen werd besproken. Ditmaal, bij de voorjaarsvergadering van 2006, heeft De Rato specifieke voorstellen gelanceerd, met als doel die aangenomen te krijgen tijdens de jaarvergadering in Singapore.

Het IMF moet volgens het plan veel meer een multilateraal discussieforum worden waaraan de leden zich dusdanig verplichten dat zij de aanbevelingen ook ter harte nemen. Het moet zich sterker bezighouden met zijn oorspronkelijke opdracht: het bewaren van de internationale financiële en economische stabiliteit. Daarom moet er consequenter “gesurveilleerd' worden. De Rato stelt ook voor een deel van de goudvoorraad te verkopen om de komende begrotingsgaten mee te dempen en de financiële reserves beter te laten renderen om zo de begroting weer op orde te krijgen.

Over deze punten valt dit weekeinde tijdens de voorjaarsvergadering waarschijnlijk goed te praten. Maar waar het een verandering van de bestuursstructuur, vertegenwoordiging en stemverdeling betreft, ligt de zaak veel gevoeliger. Dat ondervertegenwoordigde landen meer invloed krijgen ten koste van de zittende machten is tot op zekere hoogte bespreekbaar, maar het is de vraag of een herschikking genoeg zal zijn om landen als China, India of Brazilië tevreden te stellen. Dat geldt al helemaal voor de bestuursleden. Vrijwel iedereen, inclusief de VS, zou het liefst zien dat de talrijke Europese zetels worden verminderd. Uitgerekend van Nederland moet worden verwacht dat het dit privilege niet snel opgeeft. Veranderingen komen altijd in totaalpakketten. Zo loopt Nederland de komende tijd het risico uit te groeien tot een voorname sta-in-de-weg voor de beoogde veranderingen bij het IMF.