Iedereen wil net zo goed worden als Anky

Dressuur was vroeger voor ruiters die te oud waren geworden voor het springen.

Fokkers leveren meer paarden voor de dressuur.

De finale van de wereldbeker dressuur, komend weekeinde tijdens Jumping Amsterdam, is al uitverkocht. Dressuur is zo populair geworden dat het in Nederland de springsport naar de kroon steekt. Vroeger was het een bezigheid voor rijken, veelal ouderen, die trainers hadden om de paarden te scholen. Dat gebeurde letterlijk tot de ingang van de ring. Daar stapte de trainer van het paard en de eigenaar erop om de wedstrijd te rijden.

Jarenlang werd dressuur beoefend door ruiters die te oud waren geworden voor het springen. Tineke Bartels, viervoudig deelneemster aan de Olympische Spelen, is daarvan een exponent. Zij begon in springconcoursen, stapte over naar de military en begon pas met dressuur nadat ze moeder was geworden.

Die cultuur werd doorbroken door Anky van Grunsven. Zij begon jong en ontwikkelde zich tot de prima donna van de dressuur. De Brabantse inspireerde vervolgens duizenden tot de keus voor dressuur. Inmiddels is dressuur zo populair, dat het Rotterdamse CHIO is teruggekeerd op zijn schreden dressuur van het programma te schrappen. 'Rotterdam' heeft er zelfs de hoofdpiste voor ingericht. En in maneges komen kinderen ponyrijden met één doel: net zo goed worden als Anky.

Om in te spelen op de vraag naar goede dressuurpaarden tracht de Nederlandse paardenfokkerij, onder leiding van de Koninklijke Vereniging Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN), de genetische eigenschappen richting dressuur te sturen. Om genoeg dressuurpaarden te kunnen leveren, dekken fokkers soms meer dan verantwoord is.

Met de intrede van 'de kür op muziek' zijn wedstrijden ook aantrekkelijker geworden. De combinatie van steeds wisselende ritten, begeleid door passende muziek, boeit het publiek meer dan de Grand Prix voor de teamwedstrijd en de Grand Prix Spécial voor de individuele wedstrijd.

    • Jacob Melissen