Geweld in Irak te wijten aan VS

De tol van geweld op twee opeenvolgende dagen in Irak vertaald in bloed. Volgens een opsomming vorige week in deze krant.

Bij een bomaanslag in een shi'itische wijk aan de noordrand van Bagdad werden vijftien mensen gedood. Een dag eerder waren 26 mensen gedood bij een soortgelijke aanslag bij een shi'itische moskee ten noorden van de stad. Zeker zes politiemannen werden gedood bij een aanval van tientallen rebellen op een politiekonvooi bij Taji, ten noorden van Bagdad. Twintig agenten werden daarna vermist. In de Zuid-Iraakse stad Basra werden elf werknemers van een bouwbedrijf ontvoerd en vermoord. In Bagdad werd de broer van de sunnitische politieke leider Tareq al-Hashemi vermoord. Al eerder waren broers ontvoerd van twee sunnitische leden van het parlement.

Inmiddels zijn volgens opgave van de Iraakse regering zeker 65.000 mensen uit hun woningen gevlucht voor sektarisch geweld en dreigementen daarmee.

Zijn deze getallen de uitkomst van de burgeroorlog die al sinds lang wordt aangekondigd en volgens sommigen nu dan is uitgebroken? Op deze vraag worden verschillende antwoorden gegeven. Volgens Iraks eerste overgangspremier Ayad Allawi heeft het dagelijkse geweld de intensiteit van een burgeroorlog bereikt. Hij werd in dit oordeel bijgevallen door de Egyptische president Mubarak, die daarin overigens aanleiding zag om de Amerikanen te verzoeken nog even te blijven.

Het begrip oorlog wordt te pas en te onpas gebruikt. In de Amerikaanse politieke vocabulaire is het pasmunt geworden voor van alles en nog wat: oorlog tegen drugs, oorlog tegen armoede, oorlog tegen terrorisme, om er een paar te noemen. Wat eigenlijk oorlog is en als zodanig historisch en volkenrechtelijk wordt begrepen, is verdwenen achter de metaforen waaraan politici in Washington verslingerd zijn geraakt. Een echte oorlog wordt verklaard en eindigt in een capitulatie (Tweede Wereldoorlog) of in een bestand annex vredesverdrag (Eerste Wereldoorlog). Oorlog heeft plaats tussen mogendheden. Burgeroorlog is een oorlog binnen de grenzen van een staat, tussen de machthebbers en hun uitdagers. Het kan gaan om de verovering of de herovering van het machtscentrum (de Spaanse, de Russische en de Cambodjaanse burgeroorlog) of om een afscheidingsbeweging (de Amerikaanse burgeroorlog en de opstand van de Tamils op Sri Lanka).

De troebelen van de jaren negentig op het grondgebied van Joegoslavië groeiden een herfst lang uit tot een volwassen oorlog tussen de federatie en de deelrepubliek Kroatië nadat deze laatste zich soeverein had verklaard. Die oorlog eindigde met een bestand.

De begrippen oorlog en burgeroorlog hebben in de loop van de tijd meer en meer politieke lading gekregen. Volgens de Amerikaanse columnist William Safire gebruiken de critici van de politiek van Bush de term burgeroorlog om te onderstrepen dat de militaire campagne in Irak in moeilijkheden verkeert. De New York Times echter, zo merkt hij instemmend op, sprak van sektarisch geweld. Het persagentschap Associated Press sprak in één zin van sektarisch geweld en van etnische botsingen. Volgens Safire waren deze termen met elkaar in tegenspraak. Van etnische strijd is volgens hem sprake tussen Arabieren en Koerden of tussen etnische Perzen in Iran en Arabieren in Irak (beide veelal shi'iten). Sektarisch geweld doet zich voor in het geval van strijd tussen Arabische sunnieten en Arabische shi'iten. Vervolgens verwijst Safire naar de polemoloog Edward Luttwak die spreekt van strijd binnen een gemeenschap (communal fighting) wanneer etnische of religieuze groepen of sekten binnen een gemeenschap elkaar spontaan en zonder enige organisatie bevechten. Wanneer echter sprake is van strijd tussen georganiseerde groepen binnen de erkende grenzen van een bepaald land is volgens Luttwak de correcte term burgeroorlog, “zolang als die groepen politieke doelen nastreven, bijvoorbeeld herstel van sunnitische suprematie.“

Volgens de regering-Bush, meent Safire, zijn terroristen erop uit een burgeroorlog te ontketenen door gewelddaden te plegen die de verschillende groepen tegen elkaar opzetten. In die zin bekeken zou burgeroorlog een hogere graad van bewust nagestreefde anarchie betekenen. Safire ziet dan ook de conclusie dat de burgeroorlog al is uitgebroken als een wapen in handen van de critici van de regering aan het Amerikaanse thuisfront.

“Irak bevindt zich nu in een burgeroorlog betekent “we hebben de slag al verloren en we moeten daar maar vertrekken'; Irak ervaart nu sektarisch geweld betekent “Irak staat op de rand van burgeroorlog, maar godzijdank zijn er de Amerikaanse troepen om dat te voorkomen',“ citeert Safire een woordvoerder van het Brookings Instituut.

Die redenering kan ook in tegenovergestelde richting worden gevolgd. De Amerikaanse regering spreekt van het dreigende gevaar van burgeroorlog als argument voor de prolongatie van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak. Maar gaat daarmee voorbij aan haar eigen verantwoordelijkheid voor drie jaar chaos en toenemend sektarisch en etnisch geweld. Begonnen als verzet tegen de Amerikaanse bezetting heeft het geweld meer en meer een intern Iraaks karakter gekregen, aanvankelijk vooral gericht tegen Irakezen die de bezetter de hand reikten, vervolgens in toenemende mate tegen personen die als religieuze en politieke rivalen in de strijd om de macht worden gezien.

Het Amerikaanse oordeel dat alle ellende begint met terrorisme, dus ook een burgeroorlog, werkt als een boemerang. Want sinds wanneer heeft dit terrorisme in Irak een kans gekregen? Precies. Sinds de Amerikanen onder valse voorwendselen dat land waren binnengetrokken.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon