Demonstratrice

Een beroep dat geruisloos uitgestorven lijkt, is dat van de demonstrateur in warenhuizen. Het was doorgaans een wat oudere man of vrouw die met geforceerde opgewektheid de voordelen van zoiets als een elektrisch broodmes of een roestvrijstalen blender uiteenzette. Als klant durfde je nooit goed door te lopen, want het beroep had iets zieligs. Ik kreeg altijd fantasieën dat mijn vader zoiets deed en dat hij dan 's avonds na thuiskomst stilletjes zat te huilen boven de keukentafel, terwijl mijn moeder hem met een beker warme chocolademelk probeerde op te beuren.

In Amerika werden het “pluggers' genoemd, begrijp ik uit Mijn plezierbrevier, het boek van Kees van Kooten waarover ik gisteren schreef. Hij heeft een tekst opgenomen van de Amerikaanse schrijver Peter de Vries, waarin deze zijn fascinatie voor de demonstrateur beschrijft. Deze pluggers gedroegen zich opdringeriger dan ik me van de demonstrateur herinner, ze tikten zelfs met een stokje op de etalageruit om klanten binnen te lokken.

Interessant, maar onherroepelijk voorbij, zal de lezer denken, maar dat staat nog te bezien.

In een winkel in het Amsterdamse centrum stuitte ik onlangs op een hedendaagse variant van dit fenomeen. Ik liep argeloos door een druk winkelstraatje, toen mijn aandacht werd getrokken door felle discomuziek uit een winkelpand. Achter de glazen pui stond een jonge, zwarte vrouw in haar eentje te dansen. Ze droeg een dunne, zwarte panty met daaronder een minuscuul broekje en als ze zich omdraaide - wat ze gelukkig om de vijftien seconden deed - bood ze uitzicht op een blote rug waarop het woord “lounge' was geschreven. Achter haar was een diskjockey, uiteraard met zonnebril, half zichtbaar. Dat is de jongen die het meestal met de danseres doet, of wil doen, ik zeg dat er maar even bij om teleurstellingen te voorkomen.

De vrouw schonk ons haar breedste lach en gebaarde dat we binnen van harte welkom waren. Ja, ze plugde!

Wat te doen, als voorbijganger?

Het ligt er maar aan in welk gezelschap je verkeert. Als hij met zijn kroegmaatje op stap is, zijn er voor de man allerlei stoute reacties denkbaar. Vrouwen alleen en oudere echtparen kijken er met de nodige gêne naar. Bijna niemand blijft lang staan, want dat schept verplichtingen - de danseres zal je zien en opeisen. Met enige jaloezie keek ik naar de tegenoverliggende schoenenzaak, waar de klanten ademloos het tafereel konden gadeslaan zonder gezien te worden. De schoenlepel als alibi.

In zulke omstandigheden kan ook de journalistiek uitkomst bieden als dekmantel voor de vunzigste nieuwsgierigheid. Ik liep naar binnen, maakte me bekend en informeerde bij een verkoopster naar de achtergronden van deze demonstratie. De winkel bleek make-up-artikelen te verkopen, op deze middag ook voor een goed, aidsachtig doel. Vandaar de (professionele) danseres, die trouwens haar vriendin was. Lieten ze haar ook wel eens voor puur commerciële doeleinden komen? Ze lachte even breed als de zangeres. “Natuurlijk.“

Ik haastte me weer naar buiten, voordat de danseres me bij haar bewegingen kon betrekken. Amsterdam is een dorp, waarin je nou nooit eens op je gemak in een etalage kunt staan shaken met een zwarte zangeres, zonder dat er meteen kwaadgesproken wordt.

    • Frits Abrahams