'De wens van het Iraanse volk' is erg divers

Volgens de Iraanse leiders staat 99 procent van de bevolking achter het nucleaire programma van Iran. Maar zo makkelijk is het niet. Er bestaat geen gemiddelde Iraniër die een bepaalde mening heeft.

Ardalan Varzandi (23), grafisch ontwerper. ‘Van mij mogen ze er meteen mee stoppen’ „Het atoomprogramma is extreem gevaarlijk voor ons Iraniërs. De leiders van dit land zijn onbetrouwbaar. Je geeft toch ook geen mes aan iemand die niet helemaal spoort? Veel mensen zijn blij met het programma. Maar die hebben geen informatie over de mogelijke gevolgen voor het Iraanse volk. Sancties, oorlog? Alles is mogelijk. Van mij mogen ze het programma zo stoppen.” Aradalan Varzandi (23) grafic designer. Newsha Tavakolian

Het Iraanse regime presenteert zijn in het Westen omstreden nucleaire programma aan de wereld als “wens van het volk“. Keer op keer herhalen Irans onderhandelaars, de president en de Opperste Leider, dat ze de steun hebben van het volk - “99 procent van de bevolking“. “Ons land eist vooruitgang“, zei Mahmoud Ahmadinejad onlangs.

De werkelijkheid is niet zo makkelijk. Opinieonderzoeken in Iran zijn totaal onbetrouwbaar. Alleen de overheid heeft het recht grootschalige onderzoeken af te nemen. In 2002 deed een bureau dat was gelieerd aan de hervormers onderzoek naar de mening van Iraniërs over relaties met de Verenigde Staten. 70 procent bleek vóór. Drie medewerkers van het bedrijf, Ayandeh-ye ruz (toekomst), werden meteen opgepakt en jaren vastgezet. Onder hen Abbas Abdi, een van Irans belangrijkste hervormingsgezinde politici. Hij is vorig jaar vrijgelaten.

Dat betekent niet dat Iraniërs een blad voor de mond nemen over het onderwerp. Men bespreekt de voor- en nadelen van het atoomprogramma openlijk in taxi's, winkels en parken. Zonder angst voor het regime keurt men het nucleaire succes en de gevolgen ervan goed of af.

Maar “de gemiddelde Iraniër' bestaat niet. Vraag tien Iraniërs wat ze van het nucleaire programma van hun land vinden, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Steun voor, of bezwaar tegen het nucleaire programma is niet gebonden aan klasse, etniciteit, inkomen, leeftijd, plaats of opleiding. Religie speelt ook geen bepalende rol in de meningsvorming. Tijdens het politieke vrijdaggebed in de moskeeën wordt de staatslijn erin gestampt, maar toch zijn er strenggelovige Iraniërs met afwijkende meningen.

Voor journalisten en analisten is het vrijwel onmogelijk om één groep aan te wijzen als bepalend voor de mening van de 70 miljoen Iraniërs. Er bestaat geen grote middenklasse, die in westerse landen meestal de stem van het volk vertolkt. Het grootste deel van het volk verdient zo'n 160 euro per maand, het inkomen van een ambtenaar. De huren in grote steden zijn gemiddeld het dubbele hiervan.

Politieke partijen zijn er niet, wel facties en groeperingen. Geen daarvan heeft een programma en de weinige stellingen die worden ingenomen zijn nooit in steen gebeiteld. De Iraanse politiek is pragmatisch en wordt beheerst door een kleine elite, die volledig bestaat uit mensen die de basisprincipes van de islamitische republiek Iran ondersteunen.

Etnisch is Iran nauwelijks homogeen te noemen. Net iets meer dan 51 procent van de Iraniërs bestaat uit Perzen. 24 procent is (Turks) Azeri, er zijn Koerden (7 procent), Gilaki's en Mazanderani's beslaan 7 procent van de bevolking. Kleinere groepen zijn de Arabieren (3 procent), Baluchi's (2 procent), Lorestani's (2 procent), Turkmenen (2 procent). Minderheidsgroeperingen staan soms vijandiger tegenover de overheid. Maar dit is absoluut geen indicatie voor hun mening over het nucleaire programma.

Van invloed op de meningsvorming is wel of mensen in de stad of op het platteland wonen. Iran raakt meer en meer geürbaniseerd, wat ertoe leidt dat mensen makkelijker contact maken met de buitenwereld. Internet en telefoon werken in de stad beter dan op het platteland.

De staatsomroep heeft het monopolie op de ether. Zijn boodschap is duidelijk: iedereen steunt het atoomprogramma en is tegen de westerse druk. De illegale satellietzenders die opereren vanuit de Verenigde Staten maken juist propaganda voor het tegenovergestelde verhaal. Zij worden echter steeds vaker geblokkeerd. De opinie van de staatsomroep is de opgedrongen mening.

    • Thomas Erdbrink