De mooiste zin van Gerard Reve (2)

Vorige week vroeg de redactie van Boeken wat volgens u de mooiste zin is van Gerard Reve. Hieronder een ruime selectie uit de reacties van de lezers.

“Dat koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?'

Het was een mooie paasopdracht om u te laten weten wat volgens mij de mooiste zin is die Gerard Reve heeft geschreven. U had ter aanmoediging zelf al een aantal fraaie voorbeelden geselecteerd. Mijn favoriete zin, over het artistieke wijf en de brandende poppenwagen, stond daar gelukkig ook bij. Maar er bleef nog voldoende te kiezen over, zoals de afsluiting van het prachtige gedicht “Graf te Blauwhuis'. Mocht u veel reacties krijgen, wat stellig het geval zal zijn, dan zou u kunnen overwegen gedurende bijvoorbeeld een jaar elke week enkele zinnen te plaatsen. Op een vaste plaats een Reve-hoekje in de Boekenbijlage van de NRC is zeker niet te veel eer voor de overleden Volksschrijver.

R.A. Heijting, Emmen

“Het is pas kwart voor drie, dacht hij, en toch komt deze dag vol, zo goed als elke andere.'

Deze zin uit het laatste hoofdstuk van De Avonden is voor mij de mooiste, omdat ik in een klap het licht zag en met terugwerkende kracht het bijna dwangmatige klok kijken van Frits Egters doorgrondde. Dit is een mens die begrijpt dat hij levenslang heeft en bij God niet weet hoe hij zijn dagen moet vullen. Als een echte gevangene telt hij de uren, hij streept ze af in zijn gedachten totdat er weer een dag om is. Op Weg Naar Het Einde was wellicht een betere titel geweest.

Hans Huson, Haarlem

“Ik gevoel mij enigszins 1 balling, zo is het, die zijn besluiten moet nemen & zeggen hier begin ik die kapperswinkel maar, want naar Bratislawa kan ik toch nooit meer terug.'

Van alle schrijnende zinnen van Gerard Reve vind ik dit een van de schrijnendste, uit Een circusjongen (1974).

Carola Kloos

“Het lijkt wel, of het licht vandaag door matglas komt, dacht hij.'

Het is Frits van Egters in De Avonden die dit denkt. De romanpersonages van Gerard Reve zijn voortdurend bezig met observeren. Hun waarnemingen van de buitenwereld worden door de schrijver weergaloos verwoord.

J.M.E. Heijloo, Hoofddorp

“Het wanhopig schreeuwen van een moeder aan het bedje van haar zojuist gestorven kind ontroert ons, maar het is geen kunst. Stileert echter die moeder haar klacht in een lied, al dan niet begeleid door een muziekinstrument, dan is haar handelen kunst. Het voorbeeld is rijkelijk macaber, maar het is er één dat U bijblijft.'

In mijn aantekenboekje met memorabele uitspraken staat sinds jaar en dag de bovenstaande uitspraak van Gerard Reve. Hij wist dikwijls op onnavolgbare wijze moeilijke zaken met eenvoudige voorbeelden uit te leggen en dat ook nog eens op komische wijze. Zie hier hoe hij uitlegt wat kunst is. Helaas weet ik niet meer uit welk geschrift ik het heb genoteerd.

Bertus Bakker, Alkmaar

“Ach wie kent nog Tweede van der Helst.'

Mijn favoriete en dierbare citaat van Gerard Reve, is de uitspraak die hij deed naar een vraag over schrijversroem na hun dood.

Geert Franssen, Amsterdam

“Mijn Heer en mijn God! Geloofd weze Uw Naam tot in alle Eeuwigheid! Ik houd zo verschrikkelijk veel van U', zou ik proberen te zeggen, maar halverwege zou ik al in janken uitbarsten, en Hem beginnen te kussen en naar binnen trekken, en na een geweldige klauterpartij om de trap naar het slaapkamertje op te komen, zou ik Hem drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening bezitten, en daarna een presenteksemplaar geven, niet gebrocheerd, maar gebonden - niet dat gierige en benauwde - met de opdracht: Voor de Oneindige. Zonder Woorden.'

Deze zin - die op zich een alinea vormt - en de er aan vooraf gaande alinea vormen samen een van de mooiste passages uit Nader tot u, en, wat mij betreft, uit het hele oeuvre. Toen ik de passage veertig jaar geleden voor het eerst las, kreeg ik bijna, of echt (dat weet ik niet meer), tranen in mijn ogen: eerst door de beschrijving van een heftig metafysisch visioen, en vervolgens, nog in diezelfde zin, door de banale aanbieding van een boek - waardoor, heel even, de eerste leeservaring lijkt te worden tenietgedaan, maar in werkelijkheid wordt versterkt: dankzij de romantische ironie, die door Reve in de Nederlandse literatuurgeschiedenis zoniet is geïntroduceerd, dan toch voor het eerst tot wasdom is gebracht. De vraag hoe het werk van een auteur met wie je het roomse en depressieve evenmin deelt als het homoseksueel en alcoholist zijn, emotioneel toch zo herkenbaar kan zijn, heeft destijds menig criticus beziggehouden.

Sjaak Hubregtse

“Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft, dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam, en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt zoals ik U.'

Uit het gedicht “Dagsluiting' (“Geestelijke Liederen', in Nader tot U). Toegegeven, er zijn prachtige, zich vertakkende zinnen in zijn proza te vinden, waarom het vol bewondering hartelijk lachen is - neem de zin waarin de brandende poppenwagen een kutwerk ingereden dient te worden - maar deze treft mij vanwege het authentieke menselijk streven dat er uit spreekt, naar contact, harmonie, belijdenis.

Minke Douwesz

“Zijn reet is te zien. Zie deze man. Het is mijn vader.'

Dit is de meest dramatische zin die Frits Egters in De Avonden zegt. Eigenlijk wil hij zeggen: “Vader, ik houd van jou.' Maar die woorden kan hij niet uit zijn mond krijgen. Ik kan dat weten want jarenlang heb ik in december De Avonden gelezen. Een boek om te lachen. Maar vooral om te huilen.

Paul van der Put, Rotterdam

“Zou ik ook, tegen vergoeding van de gemaakte kosten, iemand zijn huis gebombardeerd kunnen krijgen? Het is het huis van Theun de Vries, Egelantiergracht 66, Amsterdam C (Jordaan). Het is een bovenhuis, dus het is wel preciziewerk. Er onder woont Jan Willem Hofstra, en die kan dus in één moeite meegenomen worden'.

Uit een brief aan Ds. C.B.Dekker, Luchtmachtpredikant (1969), in Brieven van een aardappeleter, blz. 137. Vragen naar de mooiste zin is als het vragen aan een moeder naar haar liefste kind. Dan maar één die ik nog niet heb gezien.

A. Kalkman, Waddinxveen

“Vooruitgang bestaat niet, en dat is maar goed ook, want zoals het is, is het al erg genoeg.'

De mooiste zin van Gerard Reve - in elk geval een treffende, geestige en typische Reve-uitspraak, uit de vierde voordracht van Zelf schrijver worden uit 1995.

Edo Nieweg, Groningen

“Wie was het dan, Die aan de vooravond, in de hof van Getsemane, bang was... Die aarzelde... Die twijfelde... Die de Dood aan het kruis vreesde... Ik bedoel: Wie was het dan, Die daar, in Zijn doodsangst... door een engel gesterkt moest worden?...' Ik haalde diep adem. “Wie anders was dat... dan God Zelf, Die wanhoopte en Die aan Zichzelf twijfelde?...'

Mijn mooiste Reve-zinnen staan aan het slot van Moeder en Zoon (1980), waar de hoofdpersoon zijn geloof laat onderzoeken door theoloog professor Hemelsoet.

Erwin Vrijman

“Ik wist niet of ik moest lachen dan wel bedroefd zwijgen. Wel zag ik in dat het onmogelijk moest zijn alles wat er gebeurde te begrijpen en dat er dingen waren, die raadselachtig bleven en een mist van angst deden opstijgen.'

Mijn favoriet staat in Werther Nieland. Sinds ik Werther Nieland voor het eerst las, nu ruim dertig jaar geleden, heeft hij me niet losgelaten.

Bert van den Assem, Dalfsen

“De twee ongehuwde zusjes Pereira of Taxeira, hun heilige nagedachtenis zij in ieder geval geloofd tot in de eeuwigheid, die op of vlak bij het Daniël Meyerplein woonden, gaven hem vaak van hun eigen armoed te eten, stamppot of linzen of capucijners, mede door welke bijstand hij zijn naturalistiese kunst kon blijven beoefenen, zijn dankbaarheid maskerend door de dames te pogen zo vaak mogelijk te sjokkeren of aan het schrikken te maken, zoals op een keer toen hij, in hun huiskamer strijkplank en strijkbout gereed aantreffend, onder de uitroep “Even mijn lul opstrijken!' en hun geroep van “Nee, nee, niet doen!' voor een uiting van jufferige preutsheid houdend, zijn roede tevoorschijn had gebracht, op de plank had gelegd en er daarna krachtig de strijkbout op had gezet, die echter gebleken was nog gloeiend heet te zijn - even mijn lul opstrijken!'

Uit “Een brief in de nacht geschreven'. De zin heeft mij als schrijver over de schroom heengeholpen die ik van mijn gymnasiumtijd had overgehouden, om lange zinnen te schrijven. Reve laat zien dat als je een lange zin goed construeert, je ermee een geweldige zeggingskracht kunt bereiken. In de beknoptheid van één zin weet Reve ook een kleine intrige samen te ballen die uitloopt op een prachtig plot.

Dr. Lambert J. Giebels

“En u behoeft ook niet katholiek te worden. Ja, als u echt niet meer te houden bent, dan bemoei ik me er niet mede. Het is een prachtig geloof, helemaal niet duur ook, en , bedoeld voor alle mensen, te land, ter zee en in de lucht.'

Wat dacht u van deze, uit Het Boek van Violet en Dood?

I. Broekman, Eindhoven

“En toen, op die plaats, bijna vier jaar geleden, sprak de stem van deze Verloste, Onsterflijke, Verheerlijkte en voor eeuwig Gekroonde tot mij in deze woorden “PELGRIM, IK ZAL U MIJN AARDSE ECHTGENOOT GEVEN. MET MIJ HEEFT HIJ NOOIT VEEL GEDAAN, MAAR BIJ U LIGT DAT MISSCHIEN ANDERS'.

Uit de brief van 13 maart 1976 aan “lieve Vincent'; Brief aan een gevangen liefdesprins; Hollands Maandblad. Reve citeert Maria, die in een park in Lourdes het woord tot hem richt. Ik vind dit een overweldigende zin.

W. van der Wees, Amsterdam

“Ik moest denken aan de mondorgelclub van jongens, in hun slanke, betoverend witte flanellen uniformen, wier orkest op zomeravonden al concerterend door ons tuindorp marcheerde, een onbereikbaar geluk, dat tevens een mateloos liefdesonheil inhield, in zijn vaandel medevoerend; aan mijn lievelingskat, overreden; aan mijn marmot, mogelijk door een rat doodgebeten; en aan de mooiste van de mondorgelaartjes, o onwetend reeds toen veroordeelde blonde jonge Orpheus die naar de tedere achternaam Zoetelief luisterde, zeven jaren later in een Duits concentratiekamp als held van het verzet doodgemarteld.'

Mijn mooiste zin komt uit het magistrale zesde hoofdstuk van Een Circusjongen, waarin de schrijver, samen met zijn vriend Jurgen, een bezoek brengt aan de Friese stad H. om aldaar een doodkistenmaker te bezoeken om voor hemzelf een kist te bestellen. De zin roept een jeugdherinnering op die schitterend zijn “anders zijn' onder woorden brengt.

Atze van Wieren

“Ik hoef alleen maar te knielen en een karabijn door het glas te stoten, en ik kan iedereen onder vuur nemen. En de kronkelweg, die zo'n 120 meter lager ligt, kan ik met een gewoon mortier continu onder vuur houden, als het moet.'

Geldt ook de mooiste zin die Reve gesproken heeft? Op 9 september 1978 verscheen in de HP een prachtig stuk van Eelke de Jong onder de titel “Het geheime landgoed van Reve', over het gezwoeg en gemetsel van Reve, die alles in het werk stelt om in het barre niemandsland van de Vallée du Jabron in Zuid-Frankrijk een nestje te bouwen voor hemzelf en zijn nieuwe liefde, aankomend schilder Jakhals (J. Cals). Hij sleept stenen, mengt beton en bouwt eigenhandig een soort kazemat, met uitzicht op de hele omgeving.

Hans de Clercq, Bantega

“Ik bedoel gewoon de tijd, toen de dieren nog spreken konden en God onder de mensen wandelde - zeg krap twintigduizend jaar geleden, toen ook al die vieze beesten en planten onder de grond leefden die nu helemaal hard geworden zijn - en er nog niks aan de hand was.'

De zin komt uit een brief van 11 maart 1970, aan de weledelzeergeleerde heer Hans van den Bergh. In twee of drie kantjes zet Reve zijn visie uiteen op de rol van de Kunst in de samenleving, vanaf het begin der tijden tot nu. Waarom is dit de mooiste? Waarom moet ik op dit punt aangekomen altijd hardop lachen? Het gekke is, als je de zin onder de loep neemt is-ie eigenlijk slordig en weinig to the point. Echt een zin uit een haastig geschreven kattebelletje. Emailstijl. Waarom zoveel omhaal van woorden als aanloop naar de messcherpe, volstrekt eigen en toch glasheldere uiteenzetting die volgt? Dat is het raadselachtige van Reve. Wie heeft er wel eens iemand ontmoet die een zin van Mulisch uit zijn hoofd kende?

Frans Visser

“Men kan weg moeten, zonder dat men ergens heen moet. Dat zijn de gevallen, dat men ergens vandaan moet.'

De Avonden, hoofdstuk VIII. Geen speld tussen te krijgen, en typerend voor Frits zo niet het leven van Reve zelf.

Louwrens Phoelich, Den Haag

“Overal moet je g(.) aan denken,' fluisterde Treger, terwijl hij zich met de lege fles naar de keuken begaf, en de fles onder het omgekeerde kinderbadje zette dat hij ooit van een waarschijnlijk heteroseksuele student “Ja, ja,' mompelde hij, “dat weten we nu wel.'

Na het lezen van deze zin in Bezorgde ouders heb ik het boek weg moet leggen. Ik heb eerst minutenlang de slappe lach gehad die overging in een gevoel van grote bewondering. Reve beheerste het vermogen ernst en humor zo dicht bij elkaar te brengen dat ze soms niet meer te onderscheiden zijn. Wellicht ervaren sommige lezers dit als onoprecht - ik zie niet hoe het oprechter zou kunnen, als je het leven zelf recht wil doen.

Marc van Biezen

“Wel verscheen, in plaats daarvan, een geheel ander tafereel, dat ik geenszins wenste op te roepen, en allerminst begeerde: ik zag mijn vader, zijn kop purper van inspanning, naast een omgekeerde, met stuur en zadel op de grond staande fiets, bij een van zijn ongehoorde pogingen, een geplakte of nog te plakken band te lichten dan wel weder op de velg te zetten, de binnenband in ieder geval kapot knellend door het ondoelmatig gebruik van bandelichters, geen twee of drie maar zeker wel zeven in getal, zonder daartoe nog de drie oude keukenvorken te rekenen die, kromgebogen en met hun tanden in de wielspaken geklemd, ieder ogenblik konden losspringen om zich als levensgevaarlijke ijzeren insekten brommend in de lucht te verheffen.'

De mooiste zin van Gerard Reve komt uit Een Circusjongen. De ik-figuur probeert een beeld op te roepen dat zijn drift blind en tomeloos moet maken, maar het lukt niet. De zin geeft een prachtig beeld van een situatie die iedere bandenplakker meteen herkent.

René Guljé, Utrecht

“Naarmate ik ouder word, wordt, wat ik schrijf, hoewel fraaier verwoord, steeds enkelvoudiger van inhoud: liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de Dood.'

Dit is uiteraard de mooiste zin van Gerard Reve, maar deze is zo overtuigend de mooiste dat iedereen hem wel gekozen zal hebben. Wat dacht u van deze, die alles samenvat “Als ik dood ben, hoed dan Teigetje'. Men leze vooral ook het hele gedicht “Altijd wat'.

Dieke Groenedijk

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij de favoriete Reve-zin van Carola Kloos ( “Ik gevoel mij enigszins 1 balling , zo is het, die zijn besluiten moet nemen & zeggen hier begin ik die kapperswinkel maar, want naar Bratislawa kan ik toch nooit meer terug') in Boeken van 21 april stond door een fout van de redactie het verkeerde boek. De zin is afkomstig uit Ik Had Hem Lief.