De fatwa van de filosoof

Was de 12de-eeuwse filosoof Averroes een islamitische Galilei, die door de religie gedwongen werd zijn inzichten op te geven? Kon hij de teksten van Aristoteles die hij met zoveel succes becommentarieerde eigenlijk wel begrijpen? Twee nieuwe boeken maken het makkelijker deze vragen te beantwoorden.

Weinig moslimdenkers hebben zo tot de westerse verbeelding gesproken als Ibn Roesjd of Averroes, die in de 12de eeuw leefde in al-Andaloes, ofwel islamitisch Spanje. Voor christelijke Europeanen van die tijd, Thomas van Aquino voorop, was hij degene die met zijn commentaren op Aristoteles het klassiek-Griekse filosofische gedachtegoed ontsloot; daarmee gaf hij de aanzet tot de enorme culturele en intellectuele opbloei die de hoge Middeleeuwen in Europa kenmerkt.

In de 19de eeuw werd Averroes gezien als een soort islamitische Galilei, die onder druk van religieuze fanaten zijn wetenschappelijke (en in wezen anti-religieuze of zelfs atheïstische) overtuigingen had moeten opgeven. En nog recenter schreef de Argentijn Jorge Luis Borges een kort verhaal over Averroes' onvermogen om Aristoteles' geschriften over tragedie en komedie te begrijpen, omdat beide genres in de islamitische wereld onbekend waren; algemener suggereert Borges daarmee iets over de begrenzingen, of zelfs de onmogelijkheid, van het doorgronden van andere culturen.

Wat er van deze verschillende visies klopt is nu voor Nederlandse lezers iets gemakkelijker te bepalen, dankzij nieuwe vertalingen van één van Averroes' sleutelteksten, Het beslissende woord (“al-fasl al-maqaal'), en van een veelgeprezen cultuurhistorisch overzicht van de wereld waaruit hij voortkwam. Islamitisch Spanje heeft de reputatie van een uitzonderlijk tolerant bestel, waarin joden, christenen en moslims vreedzaam en in onderlinge harmonie zouden hebben geleefd. Helemaal onverdiend is die reputatie niet; alleen reduceert zo'n multiculturalistische invals- hoek de wezenlijk complexere, en interessantere, geschiedenis van het gebied tot één enkele vraag. Tolerantie hier en elders in de islamitische wereld was minder een kwestie van religieuze dogma's dan van binnenlandse politieke verhoudingen en externe militaire bedreigingen. Ook hoeft culturele bloei nog niet met tolerantie samen te vallen: zo viel onder de relatief tolerante Oemayyadendynastie de literaire bloeitijd van Moors Spanje; maar onder de relatief intolerante Almohaden, de heersers van Averroes' tijd, bloeiden juist filosofie en wetenschappen op.

Breuklijn

Gelukkig staart Menocal zich niet blind op deze thematiek. Wat haar boek meer dan menig ander duidelijk maakt is hoezeer de geschiedenis van islamitisch Spanje vervlochten is met die van zijn christelijke buren, en hoe onzinnig het postuleren van een radicale culturele breuklijn ertussen is. De beschaving van al-Andaloes had - deels via joodse bemiddelaars - een vormende invloed op Europa, niet alleen in de filosofie, maar ook in literatuur en zelfs politiek. Dat is althans de teneur van Menocals beschrijving van de Moorse inspiratiebronnen van Cervantes' Don Quichot, en van de legendarische vorst Frederik II van Sicilië, die wegens zijn interesse voor de islamitische verworvenheden ook wel “de gedoopte sultan' werd genoemd. Ook vermeldt ze de beruchte pauselijke banvloek die in 1277 het werk van Averroes, en kortstondig zelfs dat van Thomas van Aquino, trof. Volgens Menocal is deze confrontatie tussen pauselijk gezag en filosofisch denken, dat onder professoren en studenten inmiddels wijdverbreid geraakt was, een keerpunt in het westerse culturele leven geweest. Maar jammer genoeg weidt ze daarover niet uit, evenmin als bijvoorbeeld over de, op het eerste gezicht vergelijkbare, moeilijkheden die Averroes bijna een eeuw eerder had gehad.

De voornaamste beperking van Menocals boek is dat het teveel gebaseerd is op literaire studies van de Europese Middeleeuwen, en te weinig op de cultuur- en ideeëngeschiedenis van de islam. Zo ontbreekt elke verwijzing naar het baanbrekende werk van de Fransman Dominique Urvoy, die onder meer een uitstekende biografie van Averroes heeft geschreven. Maar wat haar boek mist aan precisie en detail, wint het aan leesbaarheid en vaart. Kortom, ideaal voor wie deze zomer op reis naar Spanje gaat en geen al te zware kost wil meenemen.

Van een heel andere orde is Remke Kruks vertaling van Averroes' beroemde Het beslissende woord. Deze korte tekst is een fatwa, ofwel een juridisch oordeel, over de vraag of filosofisch redeneren volgens islamitische geopenbaarde wet aanbevelenswaard, toegestaan, of juist verboden is. Zijn antwoord is bevestigend; maar de vraag die hij bespreekt betreft iets specifieker het gebruik van de rede in het duiden van de religieuze openbaring. Dát zulke duiding nodig is, betwijfelde in die tijd geen mens; maar Averroes verklaart dat niet iedereen zich eraan mag wagen.

Hij keert zich in deze fatwa met name tegen de mysticus en theoloog Ghazali, wiens mystieke opvattingen onder de lagere bevolkingsgroepen van al-Andaloes geliefd waren. Volgens Averroes verwart Ghazali wet met mystiek, en letterlijke met figuurlijke duiding; en daardoor verleidt hij onopgeleide mensen ongewild tot ongeloof.

Dit maakt duidelijk hoezeer Averroes' filosofische project, dat een omarming van Aristoteles' rationalisme en de verwerping van mystiek behelsde, onlosmakelijk verbonden was met de politiek van de vorsten die hij diende. De Almohaden kenden alleen de vorst het recht toe om de openbaring te duiden; Averroes schenkt dit voorrecht aan de filosofisch getrainde schriftgeleerden. Maar gemeenzaam met de heersers bepleit hij voor het gewone volk slechts gehoorzaamheid en navolging van wat deze - respectievelijk politieke en wetenschappelijke - autoriteiten zeggen. Zodoende staat hij in een (uiteindelijk Platoonse) elitaire filosofische traditie; voor hem is het onderscheid tussen filosofisch geschoolde elite en ongeletterde massa belangrijker dan dat tussen rede en religie, of tussen gelovigen en andersdenkenden.

Hofarts

Averroes was, anders dan de 19de-eeuwse mystificaties doen geloven, geen eenzame of vervolgde vrijdenker. Hij had een lange en imposante publieke carrière als qadi of opperrechter, als hofarts en als filosoof en Aristotelescommentator. Ook is er geen enkele aanwijzing dat hij er anti-islamitische of atheïstische gedachten op na hield. Het was in zijn hoedanigheid als opperrechter dat hij Het beslissende woord schreef. Maar de grillen van opeenvolgende vorsten waren een grotere bedreiging voor wetenschappers dan de meningen van de schriftgeleerden. In 1195 kwam een nieuwe koning aan de macht, die geen belangstelling voor filosofie aan de dag legde, en ook op allerlei andere punten een strenger beleid voerde. Enkele jaren later liet hij een decreet op rijm uitvaardigen dat de studie van filosofie en andere antiek-Griekse wetenschappen verbood. Ook Averroes werd door dit verbod getroffen. Was hij het slachtoffer van de willekeur van de nieuwe heerser, of van rivaliteit onder de schriftgeleerden, of had hij zich te fel tegen de mystiek getinte volksreligie gekeerd? In elk geval werd Averroes in 1197 verbannen; maar het jaar daarop mocht hij alweer terugkeren. Voorzover bekend belandden in deze episode geen geschriften op de brandstapel, laat staan personen.

Averroes' juridische geschriften worden tot de dag van vandaag in Medina onderwezen. Maar zijn filosofische werk is, anders dan dat van bijvoorbeeld Avicenna, in de islamitische wereld vrijwel zonder weerklank gebleven. Pas in de 19de eeuw werd hij door Arabische modernisten opnieuw ontdekt, ironisch genoeg dankzij het werk van de Franse oriëntalist Ernest Renan. Helaas schrijft Kruk in haar inleiding bijna niets over deze complexe herwaardering van Averroes, die tot vandaag de dag de held van veel seculiere en marxistische Arabieren is gebleven. Maar ook deze beperking is minder een onherstelbaar manco dan een uitnodiging aan de lezer om Averroes' wereld verder te verkennen, en daarmee Borges' ongelijk te bewijzen.

María Rosa Menocal: De gouden eeuwen van Andalusië. Bulaaq, 333 blz. euro 22,50

Averroes: Geloof en wetenschap in de islam. Vertaald en ingeleid door Remke Kruk. Klement, 72 blz. euro 17,95

    • Michiel Leezenberg