De boer kan mooi vertellen

Semantsjoek kan ook mooi vertellen. We reden langs een heuvel met bovenop een grijsmarmeren gedenksteen. Vijf zwart-wit foto’s, jonge mannen. ‘Dit’, wees Semantsjoek op het naaldwoud, ‘was toen akkerland.’ Hij bestuurde op die fatale zomerdag in 1985 zijn combine  terwijl de vijf landarbeiders op deze heuvel in het zonnetje lunchten en kaartten. Eén van hen verdreef de tijd door met hamer en schroevendraaier een mortiergranaat uit de

boerhout.jpg

Semantsjoek kan ook mooi vertellen. We reden langs een heuvel met bovenop een grijsmarmeren gedenksteen. Vijf zwart-wit foto’s, jonge mannen. ‘Dit’, wees Semantsjoek op het naaldwoud, ‘was toen akkerland.’ Hij bestuurde op die fatale zomerdag in 1985 zijn combine  terwijl de vijf landarbeiders op deze heuvel in het zonnetje lunchten en kaartten. Eén van hen verdreef de tijd door met hamer en schroevendraaier een mortiergranaat uit de Tweede Wereldoorlog open te wrikken.

Semantsjoek: ‘Ik hoorde de knal en reed er snel naartoe. Niet leuk om al je vrienden daar door midden gereten terug te vinden.’ We deden onze mutsen af en hielden een minuut stilte, peinzend over dit zeer Oekraïense incident.

Rond diezelfde tijd promoveerde Semantsjoek tot jachtopzichter. Hij werkte met de Oekraïense partijtop, soms was er een lid van het Politburo in de gelederen. Aardige kerels, helemaal niet arrogant. Niet dat soort dat gedrogeerde fazanten en circusberen afknalt. Als ze niet hier in de bossen joegen, vlogen ze per helikopter naar hun jachtdatsja’s in de toen ongerepte bossen rond kerncentrale Tsjernobyl.

Semantsjoek: ‘Boven mijn huis schoten de helikopterpiloten vuurpijlen af. Dat betekende dat ze op de terugweg wodka en verse melk wilden. Mijn vrouw ging dan meteen onder de koe.’ Helaas waren de stadsdarmen van helikopterpiloten vaak niet berekend op melk van de uier. ‘Kregen die jochies diarree hè. Vlogen ze terug naar Kiev, moesten ze om de vijf minuten op een open plek landen. De luchtleiding in Kiev raakte helemaal in paniek. Helikopters verdwenen onder de radar, doken weer op, verdwenen weer.’  

Dat waren tijden.

    • Coen van Zwol