Burgerlijk dood

De Nederlandse regering moet haar bijdrage leveren aan de bestrijding van de terreur en aan de financiering daarvan. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft daar opdracht toe gegeven. Maar het is weinig effectief om van een lid van de Hofstadgroep, die is veroordeeld en gestraft voor terreur, de bankrekening te bevriezen en de pinpas af te nemen zodat hij geen brood meer kan kopen. Dat houdt de sanctieregeling terrorisme wel in, die het ministerie van Buitenlandse Zaken begin april heeft afgekondigd. Het is de vraag of de Veiligheidsraad dat zo precies heeft bedoeld.

Negen veroordeelde leden van de Hofstadgroep, van wie er al een is vrijgelaten, mogen niet meer beschikken over hun bankrekening en geen verzekering afsluiten. In feite hebben ze al hun rechten op werk en een normaal bestaan verloren en zijn ze vrijwel “burgerlijk dood', zoals dat heette in een bepaling uit de Franse bezettingstijd die later is geschrapt. Deze beslissing is genomen zonder tussenkomst van de rechter. Ook mensen die niet zijn veroordeeld, kunnen door een dergelijke beschikking worden getroffen. Iedereen die op een Europese lijst van meestal nog niet veroordeelde verdachten staat, kan door de sancties worden getroffen. Omdat de leden van de Hofstadgroep nog niet op de lijst staan, heeft het ministerie deze tussenmaatregel genomen. Dergelijke stappen staan op gespannen voet met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en de daaruit voortvloeiende verdragen.

Het is van groot belang om op allerlei manieren de illegale financiering van internationale en nationale terreur af te snijden. Het gaat volgens schattingen om miljarden wereldwijd, vaak opbrengsten uit drugshandel, afpersing en andere misdaad. Sommige regeringen en financiers werken met de illegale geldcirculatie mee en er bestaat een wereldwijd netwerk van zogenoemde informele hawalabankiers die deze gelden doorsluizen. Terecht dus dat de Veiligheidsraad vlak na de fatale datum van 11 september 2001 besloot om geld van terroristen te bevriezen.

Toch moeten gewezen terroristen die hun straf hebben uitgezeten de kans krijgen hun leven te beteren. Veel ex-terroristen hebben dat in het verleden ook gedaan. Ze zijn zelfs behulpzaam geweest bij de bestrijding van de terreur. Omdat zij bij de politie bekend zijn, zijn ze van weinig waarde meer voor internationale terreurorganisaties. Als iemands rekening is bevroren, wordt hij overgeleverd aan het zwartgeldsysteem om te overleven. Daar weet het internationale hawalacircuit wel raad mee, want langs die weg worden terroristen zonder vast inkomen gefinancierd. Zo verliezen de autoriteiten het zicht op een gewezen terrorist die misschien een gewoon leven wil gaan leiden. Gemeenten zouden er daarom goed aan doen om van hun wettelijke bevoegdheid gebruik te maken tot gedeeltelijke ontheffing van de bevriezing van de rekeningen. De “burgerlijk dode' kan ook in beroep gaan bij de bestuursrechter.

Vergeleken bij de miljarden die over de wereld gaan, heeft een uitkering of het arbeidsinkomen van een veroordeelde terrorist die op vrije voeten is gekomen weinig betekenis. Belangrijker is het onderzoek naar en de bevriezing van zwart-geldstromen waarmee terreur wordt gefinancierd. Daarmee zijn nog te weinig vorderingen gemaakt.