Brommers razen langs Lenin en Ho Chi Minh

De Communistische Partij van Vietnam houdt deze week zijn vijfjaarlijkse partijcongres in Hanoi. Bij de grootste bevolkingsgroep in Vietnam, de jongeren, maakt dat enthousiasme noch weerstand los.

Het lijkt een hedendaagse film van Fellini: een klein, oud straatje, krioelende mensen en dan die reusachtige, splinternieuwe, rode vlaggen. Dit straatje in Hanoi maakt werk van de Grote Gebeurtenis van het Tiende Partijcongres van de Communistische Partij van Vietnam. Op de hoek zingt een jong duo vanaf een podium mierzoete smartlappen. Niet over de liefde, maar over het geluk van de communistische partij.

Een week lang staat Vietnam (85 miljoen inwoners) in het teken van een verschijnsel dat ooit in de halve wereld vertrouwd was, maar inmiddels een curiositeit uit het verleden lijkt: het vijfjaarlijkse congres van de communistische partij, die dan het volk de weg wijst, propaganda maakt en achter een waas van geheimzinnigheid de personele machtsverhoudingen opnieuw ordent.

Aan het Leninplein staat nog een reusachtig standbeeld van de Sovjet-revolutionair. In de meeste landen liggen de Lenins allang in schuurtjes achteraf. Maar de hoogste functionaris voor ideologie van Vietnam, de zestigjarige Dao Duy Quat, is onverstoorbaar: “Ook Lenin blijft een gids voor onze ontwikkeling“, zegt hij.

Zoals er partijbonzen zijn, zo zijn er dissidenten. De schrijfster Nong Duong Thu Huong (59) kreeg enkele keren de kans het land voorgoed te verlaten, maar bleef. “Om op het regime te spugen“, zei ze vorig jaar tegen de New York Times .

Maar in Hanoi lijkt niemand wakker te liggen van het congres. De jeugd raast met bromfietsen door de stad, werkt hard, wil een mobieltje en wordt voortgedreven door de economische groei, die ook dit jaar weer 8 procent zal zijn. In een stad die tien jaar geleden gedomineerd werd door fietsers, rijden nu bromfietsen als tsunamigolven van stoplicht naar stoplicht. Het lijkt een kwestie van tijd tot ook Hanoi zich zal schikken naar het vertrouwde Aziatische stadsbeeld van verstopping. De jongeren willen vooruit en met een gemiddelde leeftijd van 25,9 jaar zijn er veel vooruitkijkers.

Succes kan de autoritaire communistische partij niet worden ontzegd. Na het einde van de Vietnam-oorlog in 1975 zette het land zijn kaarten op de communistische broeders van de Sovjet-Unie. Toen dat regime instortte stond Vietnam weer alleen. Stapsgewijs volgde het straatarme land vervolgens het Chinese voorbeeld: kapitalisme kreeg de ruimte, er kwamen fabriekshallen voor kleding en sportschoenen, private ondernemingen vestigden zich, de strijd met de buitenlandse klassenvijanden werd gestaakt. Moi Doi werd het nieuwe motto: innovatie. En de partij bleef de baas.

Nguyen Ha is zo'n jong (23) bromfietsmeisje. Ze werkt in een farmaciehandel. “Heel belangrijk“, het partijcongres, zegt ze. Maar gevraagd naar het waarom, lacht ze verlegen en doet er het zwijgen toe. Ze komt pas op dreef wanneer het gesprek over muziek gaat, over haar broers en over haar aanstaande echtgenoot. Hun ambitie: een eigen woonruimte, weg van zijn ouders. De vandaag overal opgehangen oproep van de communistische partij om “eensgezindheid in ideologie en actie“ na te streven, onderschrijft ze desgevraagd van harte, maar was haar ontgaan.

De partij heeft van deze generatie voorlopig weinig te duchten. Temeer omdat de partij zich profileert als een soort goede hoeder, die minstens zoveel van Vietnam als van zichzelf houdt. Zo sprak de machtigste man van het land, de vrij kleurloze partijsecretaris Nong Duc Manh (65) tegen de 1.100 congresgangers krachtige taal om corruptie tegen te gaan.

Om een daad te stellen had hij kort tevoren zijn minister van verkeer aan de schandpaal genageld wegens corruptie op diens departement. Ambtenaren hadden met miljoenen dollars aan Japans ontwikkelingsgeld gegokt op de Engelse en Spaanse voetbalcompetities. De partijsecretaris had niet voor de doofpot gekozen, maar voor de affichering van zijn partij als de reinigende kracht van het land. Dat paste precies in het motto van dit congres: “Versterking van het Leiderschap van de Communistische Partij“.

Een half uur vóór het congres is het een vrolijke boel in de wandelgangen. Iedereen wil met iedereen op de foto. Vooral de oude generaals zijn in trek. Hun lichamen zijn gekrompen, hun uniformen niet. Bij de opening van het congres applaudisseren de gedelegeerden gedisciplineerd. Kinderen en bejaarden marcheren met vlaggen en bloemen naar het podium, als saluut van de dankbare natie aan de partij. Het eerbetoon aan partij-oprichter Ho Chi Minh in zijn mausoleum aan de overkant van het plein zit er dan al op. De vader des vaderlands blijft er overigens bij, in bronzen reuzenformaat op het podium.

Marx en Lenin moeten het daar met een bescheiden silhouet doen. Maar daar moet niemand een degradatie van dat ideologische duo achter zoeken. Want, aldus Hong Vinh, lid van het Centraal Comité, zojuist nog zijn de verzamelde werken van Lenin op de website van de communistische partij gezet. “Dat illustreert de vastberadenheid van de Vietnamese communistische partij, de strijdkrachten en het volk om een socialistisch land op te bouwen.“