Alleen de botten blijven over

Alle jonge, gezonde mensen zijn gezond op hun eigen wijze, maar alle oude, zieke mensen lijken op elkaar

Philip Roth Foto Nancy Crampton Crampton, Nancy

Amerikaanse schrijvers laten zich, volgens de criticus James Wood in een artikel in het tijdschrift Prospect van vorige maand, verdelen in twee, ongeveer even sterke kampen: de realisten versus de experimentelen. De realistische traditie wordt gedragen door een specifiek Amerikaans anti-intellectualisme, vaak met een zeker macho-gehalte. Peetvader van deze school is Ernest Hemingway. Het is de dominante, koel registrerende verteltrant, die ook in cursussen “creatief schrijven' veel nadruk krijgt. Daartegenover staan de erfgenamen van de vormexperimenten van de jaren zestig, van Donald Barthelme tot Don DeLillo en, onder de jongste schrijversgeneratie, Jonathan Safran Foer. Bij dit type literatuur hoort ook een ander soort schrijver: belezen, ook in literatuur van buiten de Verenigde Staten, academisch geschoold, al dan niet voorzien van een brilletje. Dit zijn schrijvers die zich rekenschap geven van de postmoderne literatuurkritiek, die een radicale scepsis uitdraagt ten aanzien van het vermogen van literatuur om de “werkelijkheid' af te beelden; een woord dat meteen aanhalingstekens krijgt.

Een van de weinige Amerikaanse schrijvers die moeiteloos tussen deze twee tradities heen en weer beweegt, is Philip Roth. Hij speelt graag een postmodern spel met literatuur en werkelijkheid. In zijn autobiografie The Facts wordt zijn levensverhaal becommentarieerd door zijn romanpersonage Nathan Zuckermann, en in Operation Shylock, komt een personage voor dat zich uitgeeft voor Philip Roth, die de verteller danig in de weg zit, en die ook Philip Roth heet. Maar vanaf zijn creatieve wederopstanding in het midden van de jaren negentig, behoren deze vormexperimenten grotendeels tot het verleden. De schrijver richtte zijn blik naar buiten - Roth herontdekte de Amerikaanse geschiedenis in romans als American Pastoral - en op zijn andere grote onderwerp; het lichaam. Inmiddels is dat een lichaam dat oud en ziek is, op de hielen gezeten door de dood, maar daarom niet minder wordt voortgedreven door levenslust en libido, al dan niet geholpen door viagra.

Roth kon die stap terug naar het realisme vrij gemakkelijk zetten, omdat hij ook in zijn postmoderne periode agressief, indringend en recht voor zijn raap bleef schrijven. Echt speels is Roth gelukkig nooit geweest. Maar zijn huidige, directere aanpak past toch beter bij zijn toon en thema's. Roth schrijft zijn boeken net als Hemingway, staand achter een werktafel. Net als zijn grote voorganger hecht hij veel belang aan lichamelijke vitaliteit - zijn favoriete lichaamsbeweging bestaat uit zwemmen. En evenals Hemingway schrijft hij in een uitgebeende, kale, reportage-achtige stijl.

Roth wisselt de laatste jaren “geschiedenis'-boeken af met de “lichaam'-boeken. Zijn vorige, succesvolle roman, The Plot against America, behandelde de wat als-geschiedenis van de Verenigde Staten, als het land in de jaren dertig in de greep zou zijn gekomen van Hitlervriendelijke isolationisten. In zijn nieuwe boek Everyman, dat iets eerder dan de Amerikaanse editie in Nederland verschijnt als Alleman, behandelt hij weer een klein, intiem onderwerp. De “Everyman' uit de titel is een verwijzing, naar het allegorische personage uit de middeleeuwse letterkunde, dat in het Nederlands bekend is als “Elkerlyc'; de keuze voor “Alleman' als titel voor de vertaling is vermoedelijk bedoeld om moderne lezers niet al te veel af te schrikken.

De keuze voor een allegorisch personage, brengt met zich mee dat van een uitgewerkte, geïndividualiseerde psychologie geen sprake is. Roths Alleman is in veel opzichten gemiddeld: hij heeft drie huwelijken achter de rug, waaruit twee zoons en een dochter zijn voortgekomen. Als New Yorkse reclameman heeft hij succesvol carrière gemaakt. Na zijn pensionering heeft hij zich toegelegd op zijn echte liefde, de abstracte schilderkunst. De roman opent met de begrafenis van deze gemiddelde Amerikaan, die na de aanslagen van 9/11 New York heeft verlaten, en alleen is gaan wonen in een rustige kustplaats.

Wat volgt is een bittere schets van het leven als gepensioneerde, met terugblikken op een levensgeschiedenis, voor zover die in het teken heeft gestaan van ziekte en dood; Roth moet tijdens het schrijven regelmatig een medische encyclopedie hebben geraadpleegd. Stap voor stap verliest Alleman door een hartkwaal alles wat zijn leven de moeite waard maakte; zijn vermogen om te schilderen, om te zwemmen in zee, en om jonge vrouwen aan te trekken. Waar levenskracht, en vooral een seksuele verovering, het weldadige besef oproepen een onvervreemdbaar individu te zijn, maken ziekte en ouderdom iedereen gelijk; vandaar ook de keuze voor de allegorische vorm. Alle jonge, gezonde mensen zijn gezond op hun eigen wijze, maar alle oude, zieke mensen lijken op elkaar.

Veel “late' romans van Roth zijn oefeningen in sterven. Dat geldt ook voor Alleman. Waar hij zijn personages in het verleden graag woest tekeer liet gaan tegen de onredelijkheid van de dood, zoals de grandioze Mickey Sabbath in Sabbath's Theater, onderzoekt Roth hier een tegenovergestelde houding; die van het stoïcisme. Dochter Nancy herinnert zich als de belangrijkste levensles van haar vader: “Je kunt de werkelijkheid niet overdoen. Neem het leven zoals het komt. Hou voet bij stuk en neem het leven zoals het komt.' Dat is geen bijster veelbelovend uitgangspunt voor een roman; juist de uitbundige, hysterische weigering van Mickey Sabbath om de dingen te nemen zoals ze zijn, leverde geweldige scènes op. Maar de kneep zit 'm in Alleman in de rücksichtslose, consequente uitwerking van dit niet zo originele uitgangspunt. Roths Alleman weigert elke vorm van metafysische of religieuze troost te aanvaarden en blijft zelfs in zijn diepe eenzaamheid volkomen aards en nuchter. Dood is dood, en alleen de botten blijven over, zo beseft hij onophoudelijk.

Toch vervalt Roth niet in cynisme of nihilisme. Alleman haalt warme herinneringen op aan zijn oudere broer, zijn dochter, zijn tweede vrouw en zijn vader die een kleine juwelierswinkel had. Hij herinnert zich een lofzang van zijn vader op de diamant. Een diamant betekent meer dan alleen schoonheid en een statussymbool, placht zijn vader te zeggen: “Want behalve mooi en statusverhogend en kostbaar is de diamant ook iets onvergankelijks. Een stukje van de aarde dat onvergankelijk is, en een gewone sterveling draagt het aan haar hand!'

Diezelfde aarde keert terug in een magistrale flashback waarin Roth de begrafenis van de vader beschrijft. Het graf moet, volgens een oud joods gebruik, door de nabestaanden niet met een symbolisch schepje zand, maar volledig met aarde worden bedolven; een enorme klus die Alleman doet huiveren. “Zijn vader zou niet alleen in die kist moeten liggen, maar ook onder het gewicht van die aarde, en plotseling zag hij het gezicht van zijn vader alsof de kist er niet was, alsof de aarde die ze in het graf gooiden direct op hem terecht kwam, zijn mond vulde, zijn ogen verblindde, zijn neusgaten verstopte en zijn oren afsloot.'

Het enige wat in deze roman aan de aardse vergankelijkheid ontsnapt, is zelf onderdeel van de aarde: een diamant. Roth heeft een roman willen schrijven die nauwkeurig en met vakmanschap is geslepen, even hard en fonkelend als een edelsteen; aards en niet meer dan dat, maar toch bestand tegen de tand des tijds. Hoewel dit van de kleinere romans van Roth een van de betere is, is die poging niet helemaal geslaagd. Daarvoor is het personage Alleman (onvermijdelijk) te gewoontjes, en is de thematiek van het boek uit Roths rijke oeuvre al te bekend. Na het uiteindelijk gruwelijke beeld van de ouderdom, rest de lezer alleen nog de hoop dat het vermogen van de literatuur om de werkelijkheid af te beelden, zoals experimentele schrijvers laten zien, inderdaad begrensd is.

Philip Roth: Alleman. Vertaald uit het Engels door Ko Kooman. De Bezige Bij, 208 blz. euro 17,50