Aangaande u en mij, beste lezer

“Als ik eerlijk ben“, zei Kees Verheul eens in een interview, ,,moet ik bekennen dat ik het schrijven van romans enigszins wantrouw.'' Hij zei het na de verschijning van zijn roman Villa Bermond, in 1992. Hij vond het geen passende bezigheid voor een volwassene om maar wat uit zijn duim te zuigen over mensen en situaties die nooit hebben bestaan. Een opmerkelijk standpunt voor een schrijver die doende is met een vierdelige romanreeks waarin hij er lustig op los fantaseert en er bijvoorbeeld niet voor terugschrikt om zichzelf als een soort Hitchcock een komisch rolletje te gunnen in een 19de-eeuwse geschiedenis.

Strikt genomen blijft Verheul in Stormsonate, het tweede deel van de familieroman De Tutcheffs, dat veertien jaar op zich liet wachten, trouw aan zijn eigen standpunt. Zijn familieroman gaat over mensen die hebben geleefd en die toen een en ander hebben meegemaakt. “Aangaande u en mij', zo richt Verheul zich rechtstreeks tot zijn lezers, als hij de rijtocht beschrijft die de Russische dichter Tutcheff maakt met zijn vrouw, “ze hébben bestaan, ze hébben destijds (iets eerder, iets later) die (of een nagenoeg identieke) route gereden de rest is leegte.' Hij houdt zich min of meer aan de historische feiten over de dichter en diplomaat Fjodor Ivanovitsj Tutcheff (1803-1873) en bedrijft alleen fictie in het kielzog en ter aankleding van die feiten. Hij beperkt zich overigens niet tot Tutcheff, maar vindt steeds aanknopingspunten om ook andere levens en feiten te belichten. Zo vertelde hij in Villa Bermond een episode uit het leven van een andere Rus: Nicolaï Alexandrovitsj, de onfortuinlijke zoon van tsaar Nicolaas I. “Nicky' stierf jong, in het vakantieoord Nice. In Nice huurde Tutcheff wel eens een villa en daar streek ruim een eeuw later ook de familie Verheul wel eens neer in de zomervakantie.

In Stormsonate beperkt Verheul zich tot twee families: de Verheulen in Hengelo (Overijssel) en de Tutcheffs in München. De eerste honderd bladzijden, onder de titel “Onweer in de Alpen' spelen zich af in augustus 1828. Wij maken hier kennis met de nog jonge, vierentwintigjarige dichter en diplomaat die net zijn eerste grote liefdesverdriet achter de rug heeft. Hij heeft moeten accepteren dat Amalia niet voor hem heeft gekozen, maar voor een hogergeplaatste. Voor een Duitser bovendien, want de gedachte dat het eigen volk iets meer waard is dan het andere, begint al aarzelend post te vatten.

Tutcheff beziet zijn dichterschap met enig dédain. Net als Verheul lijkt hij te denken dat die versjesmakerij niet iets is waarmee een volwassene zich onledig zou moeten houden. Tot zijn achttiende, schrijft Verheul, had Tutcheff een soort roeping gevoeld om gedichten te maken. En hij vervolgt, op zijn kenmerkende, luchtig-geestige toon: “Zijn dichterschap mokte sindsdien in een schuilhoek.' Vanuit die schuilhoek roert zich van tijd tot tijd Tutcheffs dichtersgeest en wellen er in zijn hoofd, of hij wil of niet, woorden en zinnen op. Zo is hem onder meer een elegie over Amalia ontglipt, waarover hij zelf na voltooiing wat smalend doet. Inmiddels is hij getrouwd, met Leonore, met wie hij nu een ritje maakt in de Alpen. De koetsier, een eigenaardig type, heeft er wel schik in. De jonggehuwden hebben alleen oog voor elkaar, zodat hij ongestoord de sonates van de door hem bewonderde Beethoven, diens “Stormsonate' onder meer, kan laten afspelen in zijn hoofd. Als er vervolgens een heus noodweer losbarst, raken ook Tutcheff en zijn vrouw in extase. Zij verlaten de koets en beleven hun herdersuurtje in een berghut. Negen maanden later zal dochter Anna geboren worden.

Op dit “Onweer in de Alpen', vermoedelijk óók op te vatten als een aankondiging van de donkere wolken die zich in de loop van een eeuw boven Europa gaan samenpakken, volgt “De vervulling', dat zich in Hengelo afspeelt. Het duistere zwerk is als het ware ontploft. De kleine Kees Verheul, in 1940 geboren, is ten tijde van de Duitse bezetting nog maar een kleuter, maar hij herinnert zich nog veel uit die jaren. De radiotoespraken van Hitler, gehoord vanuit de box, de staking van “het spoor', de mysterieuze Russische soldaten - dwangarbeiders, zo blijkt later - die dagelijks door Hengelo sjokken, de bommenwerpers, de sirenes, het afweergeschut en de schuilkelder die gevestigd was in “blastinketoor' (het belastingkantoor). Daar verzamelen de buurtbewoners zich als er weer eens een “veetwee' wordt gesignaleerd. Op straat hoort Kees de kinderen erover praten. “'t Gevaarlijkste was als-ie boven onze stad schakelde. Drie tellen helemaal geen geluid. Haperdede moo-tor dan storttenie pats naar beneden. Weg Hengelo.' Deze verrassend onbevangen klinkende oorlogsherinneringen doen wel denken aan de memoires van Willem Wilmink, die de oorlog ook als kleuter meemaakte, een paar kilometer verderop, in Enschede.

Verheul verhaalt ook van de vreemde lethargie die hem beving toen in 1979 eerst zijn vader en kort erna zijn moeder overleed. Zijn neerslachtigheid zou enkele jaren aanhouden. Hij moet, zo viel ook al op te maken uit Villa Bermond, erg verknocht zijn geweest aan zijn ouders. Met warmte en genegenheid schrijft hij over zijn jonge jaren. Kennelijk waren er thuis nooit grote strubbelingen, ook niet met broer Wim. Vooral wordt de rol belicht die vader Verheul speelde in het gezinsleven. Hij was duidelijk iemand met meer dan één gezicht. Een plichtsgetrouwe spoorwegambtenaar, maar ook een zenuwpatiënt die regelmatig het bed moest houden, soms zelfs in een sanatorium, waar hij elektroshocks kreeg toegediend. Een man die zijn “administreerwoede' tot in het absurde wist door te voeren, maar ook een grappenmaker met enig imiteertalent. Een brave huisvader, maar ook een autodidact die zich aangetrokken voelde tot kunst en cultuur: vreemde talen, waaronder het Russisch, Franse romans, opvoeringen van Hamlet, de “Stormsonate' van Beethoven.

In Stormsonate draait het om een verlangen naar samenhang, naar verbindingen en associaties die de losse feiten tot een geheel moeten smeden. Zo zien wij Verheul in de weer om zijn vader om te werken tot een man die niet alleen overeenkomsten vertoont met de door hem zo bewonderde Tutcheff, maar ook tot iemand met een sluitend wereldbeeld. Toch lukt het hem in Stormsonate niet helemaal om uitsluitsel te geven over een kwestie die “meneer Sloets', een collega “van het spoor', tijdens de crematieplechtigheid van moeder Verheul bij hem deponeert. Vader Verheul zou “een scheve schaats' hebben gereden in de oorlog. Had meneer Sloets postuum nog een appeltje te schillen met zijn oud-collega? Moest hij zijn eigen geweten sussen? Of was het die ene keer dat zijn ouders op het stadhuis wat sneller aan de beurt kwamen voor een vervangend huis na het “Hengelosch Bombardement' omdat ze een briefje hadden meegekregen van een dubieuze kennis?

Met deze cliffhanger besluit het tweede deel van Verheuls grote, spannende familieroman die nog alle kanten op kan. Nu maar hopen dat voor deel drie ons geduld niet opnieuw veertien jaar op de proef wordt gesteld.

Kees Verheul: Stormsonate. De Tutcheffs 2. Van Oorschot. 272 blz. euro 19,00.

Kees Verheul: Villa Bermond. De Tutcheffs 1. Tweede druk. Van Oorschot. 196 blz. euro 17,50.

    • Janet Luis