Voor dressuursport naar springevenement

De oprichters van Jumping Amsterdam, Ben Arts en dr. Hans Tetzner, zouden zich in hun graf omdraaien als zij wisten dat tijdens de editie van hun geesteskind dit jaar niet het springen, maar de dressuur de hoofdmoot vormt.

De tweemaal achtduizend kaarten voor de finale van de wereldbeker dressuur, komend weekeinde tijdens Jumping Amsterdam, zijn al weken uitverkocht. Dressage Amsterdam zou een toepasselijker naam zijn geweest voor het evenement.

Dressuur is in de afgelopen kwart eeuw zo populair geworden dat het in Nederland de springsport naar de kroon steekt. Tijdens de afgelopen twee wereldbekerkwalificatiewedstrijden voor springruiters, Jumping Amsterdam 2005 en Indoor Brabant 2006, zaten de tribunes lang niet vol, terwijl ze wel uitpuilden tijdens de wereldbekerkwalificatiewedstrijden voor dressuurruiters op die concoursen.

Paul Nouwen presenteerde in Eindhoven, eind jaren zeventig, de plannen van verzekeraar Nationale Nederlanden voor de financiële ondersteuning van een landelijke dressuurcompetitie. Toen liet de dressuur zich qua populariteit nog vergelijken met kaatsen of polsstokverspringen. Dressuur was iets voor rijke veelal oude mensen die trainers hadden om de paarden te scholen en voor te bereiden op de wedstrijd. Dat gebeurde letterlijk tot aan de ingang van de wedstrijdring. Daar stapte de trainer van het paard en stapte de eigenaar of eigenaresse perfect gekleed en opgemaakt op en reed de wedstrijd.

'Weet je waarom mensen dressuur rijden? Omdat ze te oud zijn om te kunnen springen', was de visie van Ben Arts. Tineke Bartels-de Vries, viervoudig deelnemer aan de Olympische Spelen in de dressuur, is daarvan een van de meest aansprekende exponenten. Zij reed in haar jeugd springwedstrijden, stapte over naar de military en behaalde daarin zelfs een Nederlandse titel. Nadat zij moeder was geworden, stapte zij vervolgens over naar de dressuursport. Tot dan toe was er in die jaren maar één Nederlandse combinatie die het bekijken waard was: Annemarie Sanders-Keijzer met Amon, een leuke jonge meid op een mooi paard.

Maar de beste was Jo Rutten, een Limburgse boer die zich met Banjo zo maar vanuit de landelijke ruitersport naar het hoogste niveau reed. Landelijke ruiters zagen dat ze als ze goed reden konden doordringen tot de hoogste regionen van de dressuursport en de elitaire ruiters konden verslaan. Op die golf liftte Anky van Grunsven mee en zij ontwikkelde zich dankzij haar prestaties tot de prima donna van de Nederlandse dressuursport. Het Brabantse meisje inspireerde vervolgens duizenden andere meisjes om ook de dressuursport te gaan beoefenen.

De Achterhoekse Paardendagen in Zelhem hebben drie springringen, maar de vlakte waarop tientallen dressuurbanen zijn uitgezet is onafzienbaar. Dressuur is populair. Zo populair dat het Rotterdamse CHIO, dat een paar jaar geleden de dressuur van het programma schrapte, nu deze tak van sport in de komende programmering in de hoofdpiste een plaats geeft. In maneges komen kinderen ponyrijden met één doel: net zo goed worden als Anky.

Om in te spelen op de vraag naar goede paarden heeft de Nederlandse paardenfokkerij onder leiding van de Koninklijke Vereniging Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN) onlangs ook een nieuwe weg ingeslagen. Men fokte paarden voor de sport en dan mochten de gebruikers zelf uitzoeken of het paard de meeste talenten richting springen dan wel richting dressuur had. Nu tracht de KWPN paarden te fokken waarvan de genetische eigenschappen of richting de dressuur of richting de springsport gaan; schoonheid en hoogbenigheid gaan hand in hand met een fraaie draf. Dat is de reden waarom hengsten waarvan fokkers hopen dat zij dressuurpaarden kunnen leveren soms meer dekken dan ze aankunnen. Hengsten waarvan diezelfde fokkers zeker weten dat er goede springpaarden van komen, dekken vaak de helft minder.

Dressuur is tot aan het niveau van de Grand Prix Spécial en de kür op muziek eigenlijk alleen leuk voor de beoefenaren. Dat blijkt ook wel op internationale kampioenschappen, wanneer er tijdens de Grand Prix met zestig of zeventig starters amper duizend mensen op de tribunes zitten. Tot 1994 werden in internationale kampioenschappen de teammedailles verdeeld in de Grand Prix en de individuele medailles in de Grand Prix Spécial. Tijdens de Wereldruiterspelen in Den Haag 1994 zag Juan Antonio Samaranch Van Grunsven goud winnen in de kür. Samaranch eiste van de voorzitter van de overkoepelende hippische sportbond (FEI) dat in op de Zomerspelen in Atlanta, in 1996, de individuele olympische medaille in de kür verdiend moest worden. Dat gebeurde en vanaf dat moment is de kür op muziek niet meer weg te denken van de internationale kampioenschappen. De combinatie van steeds wisselende ritten, waarin paard en ruiter, afgezien van verplichte onderdelen, steeds weer het beste kunnen laten zien van wat ze in huis hebben, begeleid door passende muziek, heeft de dressuursport ook om naar te kijken aantrekkelijker gemaakt.