Terloopse inzichten over Rembrandt

Van 1639 tot 1658 woonde Rembrandt in het pand waarin tegenwoordig Museum het Rembrandthuis is gevestigd. In het vierhonderdste geboortejaar van de kunstenaar is daar de expositie Rembrandt: zoektocht van een genie ingericht die nogal wat vergt van de bezoeker.

Rembrandt van Rijn, Vrouw in bed, circa1644. Bruikleen National Gallery, Edinburgh

Op een tekstbord bij de ingang, wordt de expositie geafficheerd als een presentatie die een beeld moet geven van de mensen die in Rembrandts tijd het huis bewoonden en er over de vloer kwamen. Maar verderop blijken de ambities ook verder te strekken: zo'n vijftig schilderijen en een even groot aantal prenten en tekeningen geven een beeld van de stilistische ontwikkeling die Rembrandt in de loop van zijn carrière doormaakte, van de artistieke keuzes die hij maakte en de experimenten die hij deed. Bijna terloops worden de nieuwste inzichten en vondsten in het Rembrandtonderzoek gepresenteerd.

Een voorbeeld van de soms nogal ondoorgrondelijke alles-in-één benadering van deze tentoonstelling, is een aantrekkelijk paneeltje met een voorstelling van een vrouw met een wit mutsje over haar oorijzer (1640). De oudere vrouw, van wie het hoofd en schouders zichtbaar zijn, is en profil uitgebeeld. De witte muts, de kraag en een deel van het bleke gezicht met de grijze haren steken af tegen een donkere achtergrond. Dit werk is, na een uitvoerige restauratie, nog maar kort geleden aan Rembrandt toegeschreven. Waarschijnlijk is het niet bedoeld als portret, maar als 'belichtingsstudie' - een oefening van de schilder in het weergeven van lichtval op een menselijk gezicht. Hier treffen we het resultaat van recente kunsthistorische navorsing naar de techniek van de schilder en de functie van zijn werk.

Maar ook het biografische aspect ontbreekt niet. Het schilderij is in het Rembrandthuis - dat in de inrichting ook iets wil laten zien van de manier waarop Rembrandt er gewoond moet hebben - tijdelijk opgehangen in de keuken op de begane grond. Het hangt daar omdat de poserende vrouw best eens een lid zou kunnen zijn geweest van het huispersoneel van de schilder.

Het heeft iets geforceerds, dat schilderij van een hypothetische dienstmeid in de keuken, en dat geldt ook voor het tonen van allerlei schilderijen die tot stand zijn gekomen in de periode vóór dan wel ná dat Rembrandt in dit pand woonde. Gaandeweg het bezoek blijkt de relatie tussen huis en werken helemaal niet zo dwingend te moeten worden opgevat.

De verhouding van Rembrandt ten opzichte van zijn leerlingen en ateliermedewerkers wordt ruim belicht. Onverwachte combinaties getuigen daarvan, zoals het beroemde werk dat waarschijnlijk ten onrechte bekend staat als Portret van Maria Trip (Rijksmuseum, 1640), dat is opgehangen naast een mansportret. Mogelijk zijn de twee - gezien hun composities en overeenkomende afmetingen - gemaakt als pendanten. De man, die door Rembrandt samen met zijn medewerkers zou zijn geschilderd, komt er, met zijn wezenloze gezichtsuitdrukking en schematisch uitgevoerde kleding aanzienlijk bekaaider van af dan de zacht glimlachende vrouw, die gekleed gaat in schitterend gedetailleerd geschilderd kant en fluweel.

Maar ook atelierproducten naar composities van de meester zelf, of uitgevoerd in diens stijl, inclusief de beroemde Man met gouden helm die vroeger als een hoofdwerk van de schilder werd beschouwd, illustreren de complexiteit van de toeschrijvingsproblematiek die de laatste decennia zo centraal is komen te staan in het Rembrandtonderzoek.

De navolging bevestigt het beeld van Rembrandt als ongenaakbaar genie dat ook in deze tentoonstelling duidelijk naar voren komt.

Tentoonstelling: Rembrandt: zoektocht van een genie. Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. T/m 2 juli 2006. Inl: 020-5200400.