Spanje weer veroordeeld wegens opsporingsbevel

Spanje moet een dertien jaar oud Europees opsporingsbevel tegen drie Nederlanders opheffen. Doet het land dat niet, dan moet Spanje een dwangsom betalen van maximaal 500.000 euro.

Dat heeft de president van de rechtbank in Haarlem gisteren beslist in een kort geding dat de drie Nederlanders tegen Spanje hadden aangespannen. De Spaanse staat werd bij verstek veroordeeld.

De voorzieningenrechter bekrachtigt met zijn uitspraak twee eerdere vonnissen, van de rechtbanken in Alkmaar en Haarlem, waarbij Spanje werd opgedragen de zogenoemde 'Schengen-signalering' tegen het drietal te staken. Het Verdrag van Schengen regelt justitiële en politiële samenwerking in een aantal (West)-Europese landen, waaronder Nederland.

De drie Nederlanders werden in 1993 in Spanje aangehouden in verband met een drugs gerelateerd delict. Zij hebben hiervoor nooit terechtgestaan, maar door de 'Schengen-signalering' worden zij voortdurend aangehouden voor uitlevering naar Spanje. Het land maakt hiervan echter geen gebruik.

Eén van de twee advocaten van de drie eisers, Michel Uiterwaal, toonde zich in een reactie blij met het vonnis. Maar Uiterwaal wijst erop, dat de tenuitvoerlegging nog een ingewikkelde klus wordt. Centrale vraag daarbij is of Spanje zich op (diplomatieke) immuniteit kan beroepen.

Ook moet worden bekeken of de dwangsom kan worden geïnd door beslaglegging op eigendommen van de Spaanse staat in Nederland.