'Loe de Jong faalde als wetenschapper'

De Nederlandse bevolking was al voor het einde van 1942 op de hoogte van het lot dat gedeporteerde joden te wachten stond in de kampen van de nazi's. Dat beweert Ies Vuijsje in het vandaag verschenen boek Tegen beter weten in. Zelfbedrog en ontkenning in de Nederlandse geschiedschrijving over de jodenvervolging. Volgens Vuijsje hebben historici als Loe de Jong en Jacques Presser dit feit bewust verzwegen in hun boeken. In een reactie zegt David Barnouw, woordvoerder van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), dat Vuijsje bij zijn onderzoek onzorgvuldig te werk is gegaan.

'Loe de Jong heeft in zijn Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog bronnen onjuist of onvolledig geciteerd', licht Vuijsje zijn bewering telefonisch toe. 'Uit kranten, dagboeken of brieven gebruikte hij alleen de passages die van pas kwamen in zijn betoog: Nederland zou ten tijde van de deportaties niet geweten hebben wat er in de kampen in Oost-Europa gebeurde. Dat hij op die manier zijn bronnen heeft gemanipuleerd is een doodzonde voor een historicus. Hij heeft gefaald als wetenschapper.'

Toen Vuijsje bij zijn onderzoek geconfronteerd werd met de werkwijze van de naoorlogse geschiedschrijvers, was hij geschokt. 'Dat de joden vermoord werden in de kampen was al direct te lezen in de belangrijkste illegale bladen van die tijd: Vrij Nederland, Het Parool en De Waarheid. Dat er op industriële schaal vergast werd, wist men in 1942 nog niet. Maar er werd wel geschreven dat de joden niet werden afgevoerd om te werken, maar om vermoord te worden.'

Barnouw van het NIOD bestrijdt dat De Jong bronnen als De Waarheid selectief gebruikte. 'Die bewering van Vuijsje is, met permissie, een leugen. In een passage van ongeveer 40 pagina's behandelt De Jong de problematiek van wat men in Nederland wist van het lot van de joden. Daarbij citeert hij letterlijk passages uit illegale kranten waarin termen als 'volledig uitgemoord' en 'koelbloedig vergast' voorkomen.'

De stelling van Vuijsje dat de Nederlandse bevolking al vroeg op de hoogte was van de holocaust noemt Barnouw 'te boud'. 'Een groep studenten heeft bij ons onderzoek gedaan naar oorlogsdagboeken van Amsterdammers. Daaruit bleek dat sommigen eerder op de hoogte waren van wat er met de joden gebeurde, anderen later, of niet.'

Vuijsje wil in zijn boek geen waardeoordeel vellen over het handelen van de Nederlandse bevolking en de door hem bekritiseerde historici, benadrukt hij, en slechts de feiten presenteren. 'Direct na de oorlog is de mythe ontstaan dat men van het lot van de joden niets geweten had. Kennelijk was de waarheid te pijnlijk om onder ogen te zien.'