Kamer bang voor uitverkoop energiesector

De Tweede Kamer is voor het splitsen van energiebedrijven. Maar in het laatste debat, gisteren, overheerste de vrees dat buitenlandse concerns er met de buit vandoor gaan.

Na tientallen uren van politieke debatten schrokken de Kamerleden van de gevolgen van hun eigen daadkracht. De energiebedrijven mogen wat hen betreft worden opgesplitst in productie- en netwerkbedrijven, maar ze deinsden terug voor het perspectief dat de afgesplitste commerciële bedrijven hierdoor een gemakkelijke prooi worden voor de grote Europese energiebedrijven. Gisteren, in het allerlaatste Kamerdebat over de splitsing, drongen parlementariërs van nagenoeg alle partijen er bij minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) op aan om te voorkomen dat de grote Europese energiebedrijven er met de Nederlandse buit vandoor gaan.

Met bitterheid stelden de centrale ondernemingsraden van de energiebedrijven Essent, Nuon, Eneco en Delta na het Kamerdebat in een verklaring vast dat het de Kamerleden 'eindelijk is gaan dagen hoe gevaarlijk het besluit is de bedrijven te splitsen'. De vakbonden hebben van meet af aan gewaarschuwd dat splitsing zal leiden tot uitverkoop van de bedrijven en tot banenverlies.

Kamerlid Slob (ChristenUnie) trok uit dit perspectief de conclusie tegen het wetsvoorstel te stemmen. Hij voorziet dat de bedrijven na gedwongen splitsing als 'brokstukken' verkocht worden, omdat Nederland te ver vooruitloopt op de wetgeving in de EU.

Brinkhorst was in het debat de toegeeflijkheid zelve. Hij wil graag een zo breed mogelijke meerderheid voor de splitsingswet, het kroonjuweel van zijn beleid. Zo stemde hij in met een motie van de Kamerleden Hessels (CDA) en Crone (PvdA) om met de aandeelhouders - provincies en gemeenten - te overleggen over de toekomst. Crone en Hessels zien het liefst dat de aandeelhouders hun bezit nog een flink aantal jaren vasthouden. Brinkhorst beklemtoonde dat de splitsingwet geen antiprivatiseringswet is, maar zei ook dat hij de aandeelhouders na de splitsing in een open gesprek 'niet zal dwingen tot verkoop en niet tot behoud'.

Ook een motie van De Krom (VVD) en Crone nam Brinkhorst over. Zij droegen de minister op de energiebedrijven aan te moedigen samenwerking te zoeken met kleinere Europese partners. 'Als tegenwicht tegen de grote Europese spelers', aldus De Krom.

Vendrik (GroenLinks) ging het verst in zijn uitdaging van Brinkhorst. Om te voorkomen dat de Nederlandse bedrijven worden opgekocht door energiebedrijven die op hun thuismarkt niet gesplitst zijn, stelde hij voor dat Nederland wederkerigheid eist: slechts gesplitste Europese bedrijven zouden de gesplitste Nederlandse bedrijven mogen overnemen. Nederland zou 'mastodonten' zoals Electricité de France buiten de grenzen moeten houden. 'We moeten geen ruimte geven aan bedrijven en regeringen die niet uitvoeren wat de Europese norm [splitsing -red.] aan het worden is. Ik wil nog wel eens zien of dat strijdig is met het Europese mededingingsbeleid', aldus Vendrik.

Dat ging Brinkhorst, ooit universitair docent Europees recht, te ver. Al toonde hij 'sympathie voor de gedachte', hij wil de juridische grenzen van Europa niet opzoeken. Blokkade van overnames druist in tegen de interne markt en de vrijheid van kapitaalverkeer in de EU. Maar als Vendrik in zijn motie niet naar wederkerigheid maar naar het gelijkheidsbeginsel verwees, dan kon de minister er in Brussel mee aan de slag.

Want na de marktordening in Nederland te hebben afgedwongen, wil Brinkhorst de splitsing van de machtige energiebedrijven in Europa bewerkstelligen.

    • Roel Janssen