Islamofobie is bijzondere vorm van rassenwaan

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft in zijn jongste rapport goed werk gedaan met een poging een helder beeld te geven van de islam en de heersende onwetendheid en stereotypen recht te zetten. Bekende politici die zich veelvuldig in de media schuldig hebben gemaakt aan ophitserij, worden behoorlijk aan de kaak gesteld. Maar er is een grote groep minder opvallende politici die dreigen buiten schot te blijven, terwijl ze toch bijna even veel kwaad aanrichten.

Het gaat om het gebruik van de valse ideologie waarin de bestaande sociale spanningen worden herleid tot culturele en godsdienstige tegenstellingen en worden gedefinieerd tot een `integratie- of assimilatieprobleem`.

Het gaat om kansarme groepen, niet primair om moslims, met achterstelling met name op het gebied van werk en onderwijs. Deze ideologie werkt contraproductief, verscherpt tegenstellingen (ondanks goedbedoelde pogingen tot dialoog) en is in plaats van een oplossing een deel van het probleem.

Deze groepen staan voor de noodzaak hun eigen emancipatiestrijd aan te gaan. Pogingen om goede informatie over de islam te geven, zijn belangrijk. Maar het gevaar blijft dat een te nadrukkelijk centraal blijven stellen van het etiket moslim averechts gaat werken. Islamofobie is een bijzondere vorm van rassenwaan. Men creëert een niet in de werkelijkheid bestaand waandenkbeeld, dat van de moslim, om de eigen frustraties af te reageren op een groep, herkenbaar aan uiterlijke kentekenen, die zich moeilijk kan verweren.

Het begrip islam wordt gebruikt als een bewust vaag gehouden en oncontroleerbaar stereotype. Het begrip hoeft niet te slaan op de werkelijkheid, maar moet werken als bliksemafleider.

Maar het gaat om kansarme groepen, die toevallig voor een deel moslim zijn, die destijds door migratie vanuit minder ontwikkelde plattelandsregio`s getrokken zijn naar de meer kansrijke, ontwikkelde regio`s. In hun emancipatiestrijd zou een steuntje in de rug zeer welkom zijn.

Dat steuntje geeft het rapport slechts indirect. Maar het kan er wellicht wel toe bijdragen dat Nederland ophoudt bij islamofobie koploper te zijn.