Hoogste eis tegen ontwerper rampsteiger

De nabestaanden van de slachtoffers van de ingestorte steiger zijn justitie dankbaar voor de correcte aanpak en voor de maximale strafeis.

Marc S., de ontwerper van de ingestorte steiger in de stoomketel van de Amercentrale, heeft 'kapitale fouten' gemaakt. Voor de rechtbank in Breda eiste officier van justitie H. Donker gisteren één jaar onvoorwaardelijke celstraf tegen de 34-jarige Belg, die verantwoordelijk wordt gesteld voor de dood van vijf onderhoudswerkers.

Het was de hoogst mogelijke eis, omdat S. zijn delict in 2003 pleegde. Per 1 februari van dit jaar is de Wet herijking strafmaten van kracht geworden, waardoor de straf voor dood door schuld is verhoogd naar twee jaar, en zelfs naar vier jaar in geval van 'vergaande roekeloosheid'.

Bij de zware eis tegen S. woog diens 'proceshouding' mee, legde officier van justitie Donker uit. De steigerontwerper heeft zich niet één zittingsdag laten zien. Daardoor kon Donker niet vaststellen hoe de verdachte aankeek tegen het ongeluk. 'En dat is belangrijk. S. verwaardigt zich geen toelichting', aldus Donker, die zei dat S. bij het politieverhoor 'een arrogante indruk' maakte. Het was onmogelijk S. onder dwang naar de rechtbank te laten komen omdat hij niet in Nederland woont.

De officier van justitie verweet S. een 'ondeugdelijk ontwerp' te hebben gemaakt. 'Dat ziet zelfs een leek in één oogopslag.' Op essentiële plekken in de steiger ontbraken schoren, herhaalde hij. 'De steiger was zó fout ontworpen dat hij bijna onder zijn eigen gewicht bezweek. Dat kondigde zich vroegtijdig aan: tijdens de bouw, nog niet eens op de helft, stond de steiger al scheef en was er sprake van ernstige doorbuigingen van stangen.' S. greep op dat moment niet of onvoldoende in, oordeelde Donker.

De drie ondernemingen die de onderhoudsbeurt van de stoomketel in de Amercentrale uitvoerden, grepen evenmin in. Zij bleven bovendien ernstig in gebreke bij de coördinatie en het toezicht van het karwei.

De officier van justitie stelde ook de drie ondernemingen verantwoordelijk voor het instorten van de steiger. Naast de vijf doden vielen drie gewonden. De steigerbouwers, de firma's Hertel en Albuko, hoorden een geldboete van bijna een half miljoen euro eisen; hoofdaannemer CMI kwam er met 45.000 euro af.

Dat de geëiste boetes tegen de steigerbouwers hoger waren dan die tegen de hoofdaannemer is een gevolg van het feit dat beide bedrijven ook de Wet economische delicten hebben overtreden. Zo stelde de officier van justitie vast dat Hertel twee illegale werknemers in dienst had.

Donker prees de proceshouding van CMI, dat zich 'coöperatief' had opgesteld. Hij hekelde Hertel, dat de verantwoordelijkheid voor het ongeval afschoof op Albuko, terwijl beide volgens hem als één bedrijf opereren.

Ook Albuko kreeg ervan langs: zijn directeur E. Karman heeft volgens Donker belangrijke veiligheidsprocedures na het drama in de Amercentrale niet bijgesteld. Dat hij steigerontwerper S. nog altijd een autoriteit in zijn vakgebied noemt, vond de officier van justitie 'schofferend voor de maatschappij' en 'beledigend' voor de slachtoffers en de nabestaanden.

Een van de nabestaanden, N. Dogan, wier 27-jarige broer het leven verloor, zei na afloop van de zitting dat ze 'trots' was op de officier van justitie. 'Hij was goed voorbereid, alles was keurig verzorgd en hij kwam met de hoogst mogelijke eisen. Dat geeft enigszins voldoening.'

In de eerste jaren na het ongeval had ze de indruk dat ze alleen stond, dat niemand iets voor haar en haar familie deed, vertelde Dogan.