Het gaat óveral goed

Sinds de jaren '70 heeftde wereldeconomie nietzo voorspoedig gedraaid.

Maar waarom maken landen zo weinig gebruik van de gunstige omstandigheden?

'Je hebt het nog nooit zo goed gehad.' Dat is wat Raghuram Rajan, de topeconoom van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), tegen de wereld zou willen zeggen. Het IMF presenteerde gisteren zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook. De vooruitzichten voor de wereldeconomie blijken ongemeen gunstig.

Wereldwijd bedraagt de groei van het bruto binnenlands product (bbp) dit jaar 4,9 procent. Voor 2007 staat 4,7 procent in de boeken. Statistici moeten meer dan dertig jaar terug, tot vóór de oliecrisis van de jaren '70, om een vergelijkbare periode van voorspoed aan te treffen.

Het gunstige tij komt niet alleen door de rijke industrielanden. De Verenigde Staten zien de groei maar iets afvlakken dit jaar, de eurozone is eindelijk bezig aan een periode van conjunctuurherstel en ook Japan laat gunstige cijfers zien.

De werkelijke duw omhoog komt van de nieuwe leden van de wereldeconomie. China blijft hard groeien, met 9,5 procent. India doet het met 7,3 procent nauwelijks minder. De productie stijgt traditioneel snel in de andere Aziatische industrielanden. Latijns-Amerika blijft het goed doen en ook Afrika draagt bij.

Zulke gegevens zouden aanleiding moeten geven tot een zorgeloos optimisme, maar Rajan straalde dat gisteren geenszins uit. Zonder gevaren is de grotere voorspoed niet. Als alle economieën tegelijkertijd groeien, geeft dat snel capaciteitsproblemen die kunnen leiden tot inflatiedruk. De afgelopen jaren, onderstreepte de topeconoom, hield de globalisering de inflatie in het Westen in toom, omdat goedkopere importprijzen opwogen tegen stijgende binnenlandse prijzen. De lonen bleven door buitenlandse concurrentie gematigd. Maar die meewind valt weg. Bovendien zorgt de heftige groei voor sterk oplopende grondstoffenprijzen. Met name de prijs van ruwe olie, die zichdeze week boven de 70 dollar per vat nestelde, is daar een voorbeeld van. Volgens een IMF-vuistregel schraapt een duurzaam hogere olieprijs van 10 procent één tot anderhalf procentpunt van de groei af.

De werkelijke groei kan door deze gevaren lager uitvallen dan de raming van het IMF. Rajan brak daarom een lans voor noodzakelijke hervormingen in alle landen. Zo kan de tegenslag beter worden opgevangen als de conjunctuur weer mocht omslaan. Juist nu het zo goed gaat, is daar de ruimte voor. Maar Rajan signaleert weinig activiteit.

Het IMF hamert op 'globale onevenwichtigheden': het enorme Amerikaanse tekort op de betalingsbalans van 7 procent van het bbp tegenover forse overschotten in met name China dat grote dollarreserves oppot. China en de VS moeten daar werk van maken, maar er is weinig beweging. De kwestie staat hoog op de agenda bij het bezoek van de Chinese president Hu Jintao aan de VS deze week.

Daarmee samen hangt de opkomst, in Europa én in de VS ,van het 'economisch patriottisme'. Rajan hekelde de neiging om het eigen bedrijfsleven te beschermen tegen buitenlandse overnames. 'Overheden zien zichzelf in toenemende mate als vertegenwoordigers van belangengroepen die verandering willen tegenhouden, in plaats van dat ze hun burgers leren hoe er mee om te gaan.' Mensen zien deze tekenen slechts als korreltjes zand in de machtige machinerie van de globalisering. 'Maar de geschiedenis laat zien dat de afstand tussen economisch patriottisme en onversneden nationalisme klein is.' Hoe groot de welvaartsgroei nu ook zijn mag.

Lees de World Economic Outlook op www.imf.org

    • Maarten Schinkel