Het bedrijf als kasplantje

Daar doe je beleggers nou echt een plezier mee: het inkopen van eigen aandelen. In theorie verlaagt de inkoop het aantal uitstaande aandelen. De winst hoeft vervolgens verdeeld te worden over minder aandelen en hop: de winst per aandeel gaat omhoog. Bij eenzelfde koers-winstverhouding stijgt de koers.

In Nederland doet iedereen die een beetje meetelt eraan mee. Reed Elsevier, Stork, Philips, KPN, CSM, om er maar een paar te noemen. Maar moet je er als belegger ook echt blij mee zijn? De inkoop van eigen aandelen is in sommige gevallen een teken van armoe. Bedrijven zijn de laatste jaren weer buitengewoon winstgevend en zitten goed in hun geld. Dat maakt ze kwetsbaar voor overnames.

Maar is de rijke kaspositie ook geen teken van gebrek aan investeringsmogelijkheden, inspiratie of ambitie? Dat valt wel mee, concludeert het Internationaal Monetair Fonds uit een onderzoek naar de kwestie. De inkoop gaat in de grote industrielanden vaak gepaard met de aankoop van buitenlandse bedrijven, of directe investeringen in opkomende landen. Bovendien zijn kapitaalgoederen over de gehele linie goedkoper geworden, zodat een kleine hoeveelheid geld een even groot volume aan productieve investeringen oplevert.

Toch heeft het ophopen van cash ook minder gunstige kanten. De neiging om te sparen wordt vergeleken met het ophopen van financiële reserves voor Aziatische landen. Die zijn zo geschrokken van hun financiële crisis van acht jaar geleden dat ze nooit meer willen worden verrast.

Bedrijven hebben hun eigen trauma: dat van de overtollige schulden waarmee ze de zeepbel van de jaren negentig uitkwamen. Liever te veel cash dan, zoals destijds, te weinig. Bedrijven zijn dan ook, van jaar op jaar, netto-uitleners geworden in plaats van netto-leners - hoewel het tij lijkt te keren.

De vloed van cash en de terughoudendheid om zelf te lenen hebben vraag en aanbod op de kapitaalmarkt inmiddels op hun kop gezet. Net als de stroom van Aziatisch spaargeld op zoek naar een opbrengst de rente op de kapitaalmarkt wereldwijd omlaag heeft gedrukt, heeft ook het sparende bedrijfsleven eraan bijgedragen, zo stelt het IMF.

Minder sparen dan maar, en meer uitgeven aan productie? Het zou de oplossing kunnen zijn voor een wereldeconomie die wat krap in haar productiecapaciteit komt te zitten. Daarmee, en met een wat hogere rente op de kapitaalmarkt door een terugloop van het bedrijfssparen, zou je beleggers op de lange termijn een veel groter plezier doen.

Maarten schinkel

    • Maarten Schinkel