Handschoenen en witte tegels in de tattooshop

Tien procent van de bevolking heeft een tatoeage, en nog meer mensen een piercing.

Hoog tijd dat shops vergunningen krijgen.

Volgens tattooshop Inkstitution in Rotterdam kunnen vergunningen „geen kwaad” Foto Bas Czerwinski 19-04-2006, ROTTERDAM. TATTOO SHOP INKSTITUTION. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

'Als je wilt roken, moet dat hier', roept Errol Buwalda (43) vanuit het kleine keukentje achter de 'werkvloer'. Buwalda houdt zich strikt aan de regels. Hij trekt een nieuw paar dikke, zwarte latexhandschoenen tot halverwege zijn getatoeëerde armen.

Buwalda is bezig een vuistgrote Elvis Presley te tatoeëren op de onderarm van Johan Bruijne. Nummer acht - zijn rug is al vol. Dit is zijn eerste tatoeage 'in het zicht'. 'Mag ik straks eindelijk aan de grotemannentafel', grapt Bruijne. Hij is vanuit Vlissingen speciaal vertrokken naar Buwalda's tattooshop The Inkstitution in Rotterdam. 'Zulke realistische portretten, dat kunnen ze niet overal.'

Buwalda begon acht jaar geleden, in 1998, met The Inkstitution. Daarvoor werkte hij in Utrecht. 'Toen ik net begon, golden in iedere stad andere regels. Voor een tattoo zat je veiliger in Amsterdam dan in Den Helder.' Of er gelden géén regels: niet alle gemeenten hebben een gemeentelijke verordening om de hygiëne bij tatoeëerders te regelen.

Amsterdam wel. Daar zijn tatoeëerders verplicht zich te houden aan de hygiënevoorschriften van de GGD. De stad werd gisteren tijdens een debat over wijziging van de Warenwet in de Tweede Kamer met minister Hoogervorst (Volksgezondheid) als voorbeeld genoemd. GGD's moeten, zo was de uitkomst van het debat, binnenkort zorgen voor een landelijk stelsel van vergunningen.

Nu circa 1,6 miljoen mensen een tattoo hebben en 5 miljoen mensen een piercing - dat is wel inclusief gaatjes in oorlellen - zijn volgens het kabinet strengere eisen aan de hygiëne nodig. Tot nu toe zijn er alleen wettelijke eisen voor de gebruikte kleurstoffen, sinds een paar jaar geleden uit een steekproef door de Keuringsdienst van Waren bleek dat eenvijfde hiervan vervuild was.

Maar wat vinden de tatoeëerders eigenlijk van een stelsel van vergunningen? Volgens Errol Buwalda 'kan het geen kwaad'. Buwalda: 'Vroeger liepen vooral bouwvakkers met tatoeages rond. Maar nu laten hele volksstammen ze zetten.'

Ook de bekende Amsterdamse tatoeëerder Henk Schiffmacher 'begrijpt het wel'. Schiffmacher: 'Iedereen heeft tegenwoordig wel een plaatje of een ringetje. Dus is er controle nodig.' In de jaren tachtig, zegt hij, 'hielden we bijeenkomsten om de tatoeage uit het verdomhoekje te krijgen. Nou, dat is gelukt.'

Dat tegenwoordig 'iedereen met een tattoo loopt', komt volgens Schiffmacher doordat 'de hele maatschappij gericht is op schoonheid. Iedereen wil er goed en origineel uitzien. Dus krijg je botox, facelifts en tatoeages'.

Maar hoewel hij begrijpt dat er daardoor regels nodig zijn, vindt Schiffmacher 'die Haagse betutteling afschuwelijk'. Volgens hem 'gaat de romantiek van het tatoeëren aan diggelen'. Voorheen hadden volgens hem alleen criminelen, zeelieden, hoeren en soldaten tatoeages, die ze onder ruige omstandigheden lieten zetten in zeemanskelders. Tegenwoordig lijken tattooshops meer op nagelstudio's, 'met witte tegels en plastic handschoenen'.

Zeker is dat het vergunningenstelsel meer bureaucratie zal betekenen voor de gemiddelde tatoeëerder. Hij moet een vergunning aanvragen. Dat papierwerk zal hem, schat het kabinet, zo'n anderhalf uur kosten.

Daarna komt er iemand van de GGD langs, die de hygiëne controleert en een vergunning afgeeft (of niet, natuurlijk), die een jaar geldig is. Na een jaar komt de ambtenaar opnieuw want, is het idee, voor je het weet verslapt de aandacht voor de hygiëne weer - en lopen de klanten kans op infecties, hepatitis B en C en hiv.

Bedoeling is dat de tatoeërder/piercer betaalt voor de geschatte vier uur die de ambtenaar zijn zaak bezoekt. Voor juweliers (die alleen gaatjes in oren prikken) wordt een uitzondering gemaakt.

En dat is niet alles. De Tweede Kamer wil ook een leeftijdgrens voor het zetten van tatoeages en piercings, bleek gisteren. De VVD, zei Kamerlid Van Miltenburg, wil dat kinderen ten minste twaalf jaar zijn én worden begeleid door een ouder. Het CDA wil ook een grens, maar dan een die samenhangt met het soort piercing. Geen navelpiercing voor een kind van twaalf bijvoorbeeld, ook als de ouders het goed vinden.

Van Errol Buwalda mag het: 'Op je dertigste een Feyenoord-logo op je arm, dat moet je zelf weten. Maar bij iemand van veertien is het vandaag Feyenoord, volgende week Ajax.' Achttien jaar lijkt hem een goede leeftijd, 'jonger zou ik echt afraden'. Buwalda: 'Ik doe erg mijn best op een tatoeage, en dan wil je niet dat zo'n ding iemand later in de weg gaat zitten.' En Schiffmacher? Die vindt een leeftijdgrens te ver gaan. 'Een tatoeage is non-verbale communicatie, het laat zien wie je bent en waar je voor staat. Als je dat aan banden legt, dan verbied je de vrijheid van meningsuiting.'

    • Lineke Nieber Juliette Vasterman