Haal de angel uit islamitisch activisme

De WRR praat met zijn rapport over het islamitisch activisme de politieke islam helemaal niet naar de mond, menen Wendy Asbeek Brusse en Jan Schoonenboom.

Het is de taak van de WRR de regering te voorzien van beleidsadvies over lastige politieke en maatschappelijke vraagstukken die spelen op de langere termijn. Het thema islamitisch activisme is bij uitstek zo'n vraagstuk, en het viel dan ook te verwachten dat de raad met zijn rapport veel deining zou veroorzaken. Afshin Ellians betoog in deze krant (Opinie &Debat, 15 april) onder de kop 'Politieke charlatanerie' weerspiegelt de hoge toon van de reacties. Zijn drie thema's: het doel van het advies, het gebruik van de term islamitisch activisme en het wetenschappelijke gehalte van het advies, vragen om een reactie.

Anders dan Ellian doet voorkomen, beoogt het WRR-advies uitdrukkelijk níét de politieke islam naar de mond te praten. Het doel is het aanreiken van een beleidsperspectief ter vermindering van de bestaande spanningen in de relaties met moslimlanden en ter ondersteuning van processen van democratisering en versterking van mensenrechten in die landen. De raad heeft hiertoe een bewuste, consciëntieuze zoektocht verricht naar mogelijke aanknopingspunten.

Niet omdat de raad geen oog heeft voor de overbekende gevaren, dilemma's en problemen met betrekking tot de huidige extremistische, gewelddadige kanten van het islamitisch activisme. In het rapport waarschuwt de raad ook voor die gevaren en negatieve aspecten. Maar de WRR ziet ook dat op de lange termijn een groot (eigen)belang schuilt in het doorbreken van de politieke en economische stagnatie in delen van de moslimwereld en het voorkómen van een negatieve spiraal van toenemende confrontatie tussen moslims en niet-moslims.

Wij denken dat het ook voor degenen die de gewelddadige, gevaarlijke kanten van de politieke islam benadrukken, belangrijk is zelfs de kleinste mogelijkheid in de moslimwereld om toenadering tot democratie en mensenrechten te bevorderen. Zij zouden meer interesse mogen opbrengen voor positieve aanknopingspunten, die er volgens ons onderzoek wel degelijk zijn. Dit temeer omdat de alternatieve scenario's van voortgaande confrontatie (Irak, Iran) of handhaving van de status quo (het Midden-Oosten, Pakistan) uiteindelijk geen soelaas bieden voor het behoud van een open samenleving. De WRR pleit niet voor het opgeven van de huidige veiligheidsgaranties en de bestrijding van terrorisme, maar zoekt uitdrukkelijk naar mogelijkheden om op langere termijn de angels uit het islamitisch activisme weg te nemen. Die benadering is moeilijk te kwalificeren als politieke vooringenomenheid.

De termen 'politieke islam' en 'islamisme' zijn beladen begrippen. Ze worden meestal geassocieerd met gewelddadig islamitisch fundamentalisme en extremisme, en benemen daardoor het zicht op de veelvormigheid van islamitische politieke denkbeelden, stromingen en bewegingen. Met de term islamitisch activisme hanteert de WRR een begrip dat het militante, gewelddadige karakter hiervan niet verdoezelt, maar opener staat ten aanzien van de andere manifestaties ervan. Hij doet dat niet om de gevaren te bagatelliseren, maar om de kansen te herkennen, waar die zich voordoen.

En dan het wetenschappelijke gehalte van het advies. Ellian verwijt de WRR uitsluitend te kijken naar 'de interpretaties en gedragingen van de aanhangers' van de religie islam, en niet naar de feitelijke teksten van onder meer de koran. Dat is niet juist. Het onderzoek richt zich juist niet alleen op 'het handelen en het gedrag van de betrokken moslims' maar ook op 'de symbolen, retoriek en het idioom van de islam'.

Het stelt vast dat beide ertoe doen en dat dezelfde tekst op heel veel verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. De strijd over de correcte interpretatie van de heilige bronnen woedt juist in alle hevigheid binnen de moslimwereld. Wij stellen in de studie echter ook dat terwijl er denkers zijn die islam, democratie en mensenrechten weten te verenigen, er nog altijd geen reden is voor veel optimisme: 'De invloed van opvattingen die geen afwijking van de letterlijke tekst van de bronnen dulden, is vermoedelijk aanzienlijk, ook omdat hiertoe in veel moslimlanden militante drukmiddelen worden ingezet.'

Bovendien baseert het onderzoek zich niet op incidenten, die er zeker zijn en zich soms in alle hevigheid voordoen. De WRR heeft door systematisch onderzoek van het recht en sharia in twaalf moslimlanden, studie van denkrichtingen in de moslimwereld en van islamitisch politieke bewegingen de dynamiek van het islamitisch activisme in kaart gebracht.

Tot slot nog dit. Ellian verwijt de WRR neokolonialisme door het met de politieke islam op een akkoordje te gooien. Niets is minder waar. Het uitgangspunt van de raad is dat democratie en mensenrechten universele waarden vertegenwoordigen die Nederland en Europa veel actiever zouden moeten ondersteunen.

Vrijwel alle moslimlanden onderschrijven die waarden formeel zelf ook. Er is dus veel aan gelegen om positieve ontwikkelingen in die richting te bevorderen, ook al dienen ze zich aan onder de vlag van de islam of de sharia. Niet alleen de mensenrechtenactivist Gandji verdient de steun van Nederland en Europa, maar ook de islamitische mensenrechtenactiviste Shirin Ebadi en zelfs de Egyptische islamitisch fundamentalist die zonder vorm van proces in de gevangenis belandt. Evenzo geldt dat niet alleen seculiere politieke bewegingen meer ruimte verdienen, maar ook islamitische politieke hervormingsbewegingen die de afgelopen jaren hebben aangetoond te willen functioneren binnen constitutionele spelregels.

Eén ding is zeker: blijvende uitsluiting doorbreekt de radicalisering niet.

Dr. Wendy Asbeek Brusse maakt deel uit van de wetenschappelijke staf van de WRR, Dr. Jan Schoonenboom is raadslid van de WRR.

    • Wendy Asbeek Brusse Jan Schoonenboom