Grootste archief over holocaust opengesteld

Een groot archief over de holocaust, dat tot nu toe voor onderzoekers niet toegankelijk was, wordt nog dit jaar open gesteld.

Het archief in Bad Arolsen (Hessen) bevat de grootste verzameling documenten over concentratiekampen ter wereld. De Duitse overheid hield onderzoekers tot nu toe buiten de deur met het argument dat de privacy van de slachtoffers geschonden zouden kunnen worden.

Het archief van de International Tracing Service (ITS) omvat informatie over 17 miljoen slachtoffers van het nazisme. Het gaat om tienduizenden meters archiefstukken die 47 miljoen vermeldingen bevatten.

In Bad Arolsen liggen lijsten van mensen die op transport werden gezet, mensen die in concentratiekampen vermoord werden, evenals de dossierkaarten die voor elke gevangene werden bijgehouden. Ook zijn aantekeningen van de Gestapo bewaard gebleven en verslagen van medische experimenten die de nazi's uitvoerden met gevangenen.

Tot nu toe konden alleen slachtoffers en familieleden van slachtoffers informatie krijgen uit het archief. Nu krijgen ook onderzoekers toegang tot het materiaal zonder dat ze daarvoor een volmacht van de slachtoffers of hun nabestaanden nodig hebben.

Aan het besluit om het archief open te stellen ging een felle Duits-Amerikaanse twist vooraf. Amerikaanse historici betichtten de Duitse archivarissen er al enige tijd van de daders van destijds te willen beschermen. De New York Times eiste dat alle gegevens via internet vrij toegankelijk moesten worden.

De opsporingsdienst in Arolsen werd aan het einde van de oorlog opgericht door het Britse leger en assisteerde bij de speurtocht naar vermisten. In 1955 nam het Rode Kruis de leiding van het archief op zich, terwijl de Bondsrepubliek de financiering voor haar rekening nam.