Gelukkig zijn er ook schijterige virusjes

Voor ik naar het symposium over vogelgriep ging, was het tijd voor een gesprek van mens tot poes.

'Suus', zei ik tegen mijn poes, een streepjespoes van onbestemde leeftijd wier gewicht in het jaar dat ze bij mij woont, verdubbeld is. 'Suus, als blijkt dat Nederlandse katten ook vogelgriep kunnen krijgen, moet je weg.'

Ze keek me aan. Ik vertrok naar Wageningen. Onderweg kreeg ik een zelfbedacht liedje in mijn hoofd, een carnavalskraker. 'Pandemie, pandemie, pandemó-ni-um.' Ik kwam er niet vanaf.

In Wageningen hadden de wetenschappers, zoals dat wetenschappers betaamt, vooral vraagtekens. Maar één ding was zeker: als het virus nu wereldwijd zou losbarsten, zouden we niet genoeg vaccins hebben. Wat ik wél goed nieuws vond, was dat er ook wimpy viruses ontdekt zijn - schijterige virusjes. En die zijn te slap om ons dood te maken.

Toen kwam vogelgriepexpert Thijs Kuiken (zo heet hij echt), en die had een verhaal over katten. In 2004 stierf op één kat na een heel 'kattenhuishouden' van vijftien katten in Thailand, vertelde Kuiken. Hij zei er niet bij of die katten een eigen huishouden runden of bij mensen inwoonden. Ook waren er katten omgevallen in Indonesië en Irak, zelfs in Duitsland. Daarna waren wetenschappers aan het experimenteren geslagen. Ze namen zeven katten en stelden die bloot aan een stevig virus dat ze in Vietnam hadden opgeduikeld. Een van de katten stierf na zes dagen, de rest werd na zeven dagen doodgemaakt, omdat ze er zo slecht aan toe waren - zelfs als ze het virus alleen maar hadden ingeademd. De carnavalskraker was nu uit mijn hoofd verdwenen.

Het was duidelijk: ook katten kunnen doodgaan aan vogelgriep. Niet dat die hier direct op de loer lag, maar Kuiken raadde toch maar aan je kat een beetje binnen te houden.

Ik dacht aan Suus, die 's ochtends altijd een uur miauwt of ze op het balkon mag. Als ik de deur dan opendoe, gaat ze op de drempel zitten en ademt ze diep in door haar neus. Echt het balkon op, daar doet ze niet aan. Ze is een oude dame en heeft genoeg aan de wilde frisheid van Amsterdam.

Heel snel zal zij niet sterven aan vogelgriep. Aan overgewicht misschien wel. Thuis knuffelde ik haar stevig en gaf haar extra veel Knüspfermenu. Anderen waren voor haar gestorven, nu moest zij alles uit het leven halen wat eruit te halen viel.

Aaf Brandt Corstius