Erkenning oud-Grieks geloof

Het 'Heilig Corps van Oudgelovigen Ellinaís' heeft zijn rechtszaak gewonnen. Het is officieel erkend als 'bestaande en bekende godsdienst'. Tegelijk zijn de statuten van het Corps erkend. Dat betekent dat er door de priesters en priesteressen doop-, huwelijks- en begrafenisplechtigheden kunnen worden gehouden, zoals al eerder officieus gebeurde.

De zogenoemde twaalfgodengelovigen zien hun religie als de waarlijk Griekse, en het christendom als product van een vreemde en gewelddadige interventie (keizer Constatijn de Grote). Dit brengt verhevigd nationalisme met zich mee, en bij menigeen ook antisemitisme. 'Wat hebben wij, nazaten van Plato en Perikles, te maken met Mozes en Abraham?' De aanhang van de oude godsdienst in Griekenland groeit. Het vervult de orthodoxe staatskerk met zorg. Hun preciese aantal volgelingen is niet bekend, wordt geschat op tweeduizend, maar ligt waarschijnlijk hoger.

Het Corps zal nu vergunning vragen om eenmaal per jaar erediensten te houden in de tempels van 'zijn' goden, bijvoorbeeld op de Akropolis en bij Kaap Sounion. Het Corps eist ook de bouw van eigen gebeds- en offerhuizen. Dit stuit op een wet uit de dictatuur-Metaxás (1936-'41), die de staatskerk zeggenschap geeft bij de bouw van niet-orthodoxe godshuizen. Moslims, katholieken, protestanten, joden en boeddhisten hekelen deze wet al langer.

    • F. G. van Hasselt