Edele elegantie op de Brenner

De eerste Jaguar waarin ik reed was meer dan veertig jaar geleden van mijn oom Arend. De Mark II was het klassieke model dat later faam verwierf omdat inspecteur Morse er een had. Onbegrijpelijk dat zo'n man met liefde voor klassieke muziek een Jaguar had in brandweer-rood. De Mark II van oom Arend was chic parelgrijs.

Nu reed ik een lang weekend in een Jaguar XK-convertible. De kleur indigo-metallic heeft stardust in diep donkerblauw, een prachtig contrast met het interieur in wuft zacht-crème, ook de vloermat! Het stuur is van leer én wortelnotenhout én is verwarmbaar.

De XK is de geheel nieuw ontworpen opvolger van het vorige model, tien jaar geleden gelanceerd. Maar wie niet elke dag een XK tegenkomt, ziet nauwelijks opvallende verschillen. Dat is het mooie van de Jaguar-ontwerptraditie. De nieuwe XK is zichtbaar een nazaat van de legendarische Jaguar E-Type (1968), door Top Gear van de BBC uitgeroepen tot 'mooiste auto aller tijden'.

De carrosserie is van aluminium met een kaal gewicht van slechts 287 kilo, 20 procent lichter dan het vorige model. De 4.2 V8-motor brengt de convertible in 6,3 seconden naar de 100 km. De automaat heeft zes versnellingen en heeft een 'sportstand', die het rijden iets temperamentvoller maakt.

Maar de bestuurder kan ook zelf schakelen met twee flippers aan het stuur. Geweldig rijden is dat in Duitsland. Ik zat vanzelf op 170 in zijn zes, dan even terug naar de vijf en gas geven. Moeiteloos, zelfs gretig schiet de Jaguar naar voren en je voelt de acceleratie naar 210. Dan weer naar de zes bij nog geen 4.000 toeren. Geruisloos is dit niet, maar de auto's rechts lijken stil te staan.

Alles ademt pure luxe, superieure klasse en overweldigend comfort. 'Sport' staat hier niet gelijk aan ontberingen. Wegligging en remmen zijn formidabel. Veel gaat vanzelf, de computer is snel te begrijpen, audio en navigatie zijn top. De stoelen zijn op alle manieren elektrisch te verstellen - kon dat in het Concertgebouw ook maar! De buren vergapen zich aan het automatisch openen en sluiten van het dak. Met open dak is de bagageruimte beperkt, maar in gesloten stand kun je naar de wijnhandel.

Het persoonlijke rijplezier en de edele elegantie van de Jaguar leiden vanzelf tot het maken van de blits, het opwekken van bewondering en onvermijdelijke jaloezie. Zo rijden we op zaterdag door de Amsterdamse P.C. Hooftstraat met de laag gelijnde XK langs horkerig hoekige en hoge SUV's en ruige terreinwagens in deze stadsjungle. Dit selecte winkelpubliek herkent het nieuwe model in één oogopslag.

In aristocratisch bedaard tempo gaat het over de boulevard tussen Bloemendaal en Zandvoort om even later te parkeren op het knerpende grind voor de Aerdenhoutse villa van mijn zwager en schoonzus. Geheel in de familietraditie moet de kleine Gijs een oom krijgen die in een Jaguar rijdt. Hij is onder de indruk. In Breda rijden we geruisloos op de keurig bestrate oprijlaan van mijn schoonmoeder. Ze is half-Belgisch en typeert de élégance van de XK met 'Ah, een Jaguàr', uitgesproken op zijn Frans.

De grootste, onvermoede kwaliteit van de XK ligt in het normale woon-werkverkeer. Dankzij de automaat en de soepele remmen is het onthaaste kruipen in de file een exclusieve tijdspassering.

Maar mijn droomtochtje met de XK begint op de Brenner om 200 km naar het zuiden te suizen naar Verona. En via Milaan en Turijn het dal van Aosta in, met de flippers schakelend over kleine weggetjes en door haarspeldbochten de pas van de Grote Sint Bernard over. Dan naar de Rivièra, naar Nice, de Promenade des Anglais. Daar voelt de XK zich thuis, als een Engelse gentleman.

Kasper Jansen

Kasper Jansen is muziekredacteur van NRC Handelsblad en rijdt in een Volvo V40.