Duitse homo werd na oorlog veertig jaar doodgezwegen

Wie: Wolfgang Schreiber

Waarom: morgen opent in Kamp Westerbork een tentoonstelling over de vervolging van homoseksuelen. Op de expositie hangen foto's van Schreibers oud-oom Carl.

Wolfgang Schreiber: „Oom Carl heeft een naam en een gezicht gekregen.” Wie: Wolfgang Schreiber Waarom: morgen opent in Kamp Westerbork een tentoonstelling over de vervolging van homoseksuelen. Op de expositie hangen foto’s van Schreibers oud-oom Carl. Foto Bob van der Have Have, Bob van der

Carl Bruns was veertig jaar lang doder dan dood. Heel zijn familie zweeg over de homoseksuele winkelier uit Hamburg die april 1945 omkwam bij de 'dodenmars' uit het concentratiekamp Sachsenhausen. Pas toen een tante in 1985 over zijn oud-oom begon, hoorde Wolfgang Schreiber (48) over diens bestaan.

Schreiber, zelf homoseksueel en begin jaren tachtig naar Nederland geëmigreerd omdat hij zich hier vrijer voelde, raakte meteen geïntrigeerd door zijn oom Carl. 'Ik had al veel gelezen over de holocaust. Als je er dan achterkomt dat in je eigen familie ook een slachtoffer is gevallen, komt het opeens heel dicht bij. Ik voelde me meteen met hem verbonden.'

In de staatsarchieven van Hamburg vond Schreiber verslagen van de rechtszittingen waarin zijn oom veroordeeld werd wegens homoseksuele contacten. 'In 1935 hadden de nazi's paragraaf 175 in het wetboek van strafrecht uitgebreid. Rechters konden daardoor ook straffen opleggen voor homoseksuele handelingen zonder daadwerkelijk fysiek contact. Na de oorlog zijn de rassenwetten van de nazi's afgeschaft. Maar die verfoeilijke paragraaf 175 is nog tot 1969 gehandhaafd.'

Schreiber is blij dat Carl Bruns weer 'leeft'. Foto's van zijn oud-oom hebben een plek gekregen op de tentoonstelling over de vervolging van homoseksuelen in nazi-Duitsland en bezet Nederland die morgen in Herinneringscentrum Kamp Westerbork wordt geopend. 'De homo's zijn een kleine, vaak vergeten groep, net als de gehandicapten en de Roma's.'

Het taboe binnen zijn familie om over oom Carl te praten is tot opluchting van Schreiber opgeheven. 'Carl heeft een naam en een gezicht gekregen. We praten over hem. Doodgezwegen worden is een van de ergste dingen die je kunnen overkomen.'

Zonder dat hij het wist, ontdekte Schreiber onlangs, bleek hij al lange tijd iets van zijn oom in huis te hebben. Van zijn oma erfde hij twintig jaar geleden een kleed. Dat kleed kwam uit het Hamburgse huis waar Carl voor de oorlog met zijn partner een herenmodezaak dreef. 'De familie heeft dat huis na de oorlog natuurlijk wel gewoon leeggehaald.'

Aanmelden? In afwachting van een wending in je leven? Laat het weten via whosnext@nrc.nl
    • Arjen Ribbens