De wereld heeft een vleugje Mercurius

De aarde heeft rond de tijd van haar ontstaan ook materiaal meegekregen van Mercurius, de planeet die het dichtst bij de zon staat. Dat blijkt uit onderzoek van Jonathan Horner en zijn collega's, van de universiteit van Bern, dat bekend werd gemaakt tijdens de National Astronomy Meeting die onlangs in Leicester werd gehouden.

Algemeen wordt aangenomen dat Mercurius, die driemaal zo klein is als de aarde, tijdens zijn vormingsproces werd getroffen door een grote materieklont (planetesimaal) die toevallig zijn pad kruiste. Een groot deel van zijn buitenste, lichtere bestanddelen zou toen in de ruimte zijn geslingerd, waarna zich uit de meer centrale, zwaardere delen de planeet heeft gevormd. Deze Giant Impact Hypothesis verklaart het merkwaardige feit dat de ijzerkern van Mercurius ongeveer tweederde van de massa van de gehele planeet voor zijn rekening neemt: de kern is veel groter dan de mantel.

De grote vraag bleef echter of dit mantelmateriaal, dat voornamelijk in de baan van Mercurius bleef rondcirkelen, op den duur toch niet weer naar de planeet zou terugvallen. De nieuwe computerberekeningen van Horner en zijn collega's laten nu zien dat de kans daarop vrij klein was. Doordat Mercurius zo dicht bij de zon staat, werd door de zonnewind (zwermen geladen deeltjes die met grote snelheid van de zon af bewegen) het weggeworpen materiaal snel uit de baan van Mercurius weggeduwd.

De aarde zou ruwweg 1 à 2 keer 1019 kilogram materiaal van Mercurius hebben opgevangen, een duizendste procent van de totale massa van onze planeet, maar altijd nog honderdmaal de massa van al het water op aarde. Sporen van dit materiaal zullen echter nooit kunnen worden gevonden omdat de aarde kort na haar ontstaan zélf ingrijpend werd omgewoeld door planetoïden.