De peilloze verveling van een paard

De stallen van de meeste paarden zijn verkeerd. Ze staan maar te wachten en leren zich niet sociaal te gedragen. Een halfhoog muurtje doet al wonderen, aldus M. van Dierendonck.

Paardenmond, met gepunte lip: klaar om heerlijk te gaan knabbelen. Foto Arnd Bronkhorst Our General conditions are applicable to all legal relationships between Arnd Bronkhorst Photography and a Counter Party, also after an agreement has been terminated, unless the parties have deviated from these conditions expressly and in writing. General Conditions which are employed by a Counter Party are expressly rejected by Arnd Bronkhorst Photography. Bronkhorst, Arnd

Veel paarden staan zich stierlijk te vervelen in hun box. Zo'n 30 procent lijdt aan chronische stress. Dat leidt tot abnormaal gedrag, zoals rondjes lopen, luchtzuigen en kribbenbijten. In de vakliteratuur zijn 50 tot 60 van zulke soorten 'stereotiep' gedrag beschreven. Nederland telt zo'n 400.000 paarden en pony's en hun aantal groeit snel. Paarden zijn big business. 'Borstels, dekjes en voedingssupplementen, ongelooflijk wat er aan luxe spulletjes te koop is', zegt gedragsonderzoekster Machteld van Dierendonck van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. 'Maar intussen hebben mensen vaak niet door dat hun gekoesterde paard op stal staat te verpieteren. Sommige dieren raken zo gefrustreerd dat ze zichzelf voortdurend verwonden.'

Gisteren promoveerde Van Dierendonck op haar onderzoek naar sociaal gedrag bij paarden. Inzicht daarin is van belang om nieuwe, diervriendelijker systemen van groepshuisvesting te ontwerpen.

Paarden zijn van nature zeer sociale dieren. Paardachtigen leven al 60 miljoen jaar op aarde. Paarden zijn pas sinds 6.000 jaar gedomesticeerd. Terug in het wild pakken tamme paarden opmerkelijk snel hun natuurlijke gedrag weer op. Ze leven in hechte groepen met een strikte hiërarchie. Ze houden hun soortgenoten voortdurend in de gaten en sluiten vriendschappen voor het leven. Van Dierendonck: 'Bevriende paarden staan graag vlak naast elkaar, ze spelen samen en verzorgen elkaars vacht door elkaars manen, schoft of rug te 'knabbelen', waarbij ze soms met hun hoofd op elkaars rug leunen. Als een paard ziet dat zijn favoriete speelkameraadje door een ander wordt benaderd, probeert hij snel tussenbeide te komen.'

Wilde paarden leggen dagelijks 5 tot 10 kilometer af. Ze zijn driekwart van hun tijd bezig met eten. Na zo'n drie uur grazen rusten ze een uur of wat en spelen met elkaar. 'Een paard in een box kan niet eten en bewegen wanneer het hem uitkomt en hij kan zich nauwelijks met soortgenoten bemoeien', zegt Van Dierendonck. 'Twee of drie keer per dag schrokt hij een portie voer naar binnen en verder niks. Sommige paardenhouders schakelen daarom over op groepshuisvesting, maar dat brengt weer nieuwe problemen mee. Er kan voedselconcurrentie ontstaan. Als dieren die laag in de rangorde staan niet kunnen uitwijken, kunnen ze gewond raken. Ze krijgen misschien te weinig rust of komen niet aan eten toe.' Van Dierendonck is groot voorstander van de voederautomaat. 'De computer herkent elk paard aan een chip op zijn halsband en geeft hem op gezette tijden het juiste rantsoen. Zo weet de eigenaar precies wat zijn paard in de groep binnenkrijgt.' Agressieproblemen bij groepshuisvesting ontstaan vooral bij paarden die zich niet sociaal weten te gedragen. Ze zijn als veulen bij hun moeder weggehaald en alleen in een box gezet en hebben de 'paardentaal' nooit spelenderwijs in de kudde geleerd. Als tussenoplossing kan zo'n paard van achter een halfhoog muurtje wennen aan de groep.

Tot nog toe gebeurde het meeste gedragsonderzoek aan wilde kuddes, waarvan ook volwassen hengsten deel uitmaken en waarin seksuele rivaliteit een grote rol speelt. In de paardenhouderij echter gaat het vooral om groepen merries met veulens en ruinen (gecastreerde hengsten). Machteld van Dierendonck onderzocht hoe zulke kuddes zich gedragen. Daarvoor reisde ze naar IJsland, waar pony's het hele jaar buiten lopen, in grote familiegroepen van dieren die elkaar door en door kennen. De observaties zijn telkens een paar weken achter elkaar, 24 uur per dag, gedaan, waarbij heel nauwkeurig werd geregistreerd wie met wie wat en wanneer ondernam. Van Dierendonck: 'In de kudde heerst een duidelijke rangorde. Oudere merries staan altijd bovenaan. Zij nemen het voortouw om te gaan eten of rusten en ze beslechten ruzies. De ruinen blijven tot op hoge leeftijd met alle jonge dieren spelen. Daardoor leren de veulens hoe ze zich in de groep moeten gedragen. Dreigt een ouder paard met zijn oren naar achteren, dan neemt het jongere dier subtiel de wijk. Opkomende conflicten worden gesust, bloed vloeit er zelden.'

Terwijl de onderzoekster vertelt, komen haar eigen pony's, zeven IJslanders, traag in beweging. Een bonte ruin, zo'n twee jaar oud, stapt op ons af. Van Dierendonck schuiert hem over zijn hals. Losse plukken wintervacht vliegen in het rond. De pony staat er gelukzalig bij, de oortjes ontspannen naar voren. Van Dierendonck: 'Kijk, hij krijgt een puntje aan zijn lip. Dit 'knabbelen' werkt zo kalmerend doordat het de productie van opiumachtige stoffen in de hersenen opwekt en dat zorgt voor een tevreden gevoel.'

Als een paard lekker door zijn eigenaar geborsteld doet, wil het graag iets terugdoen en daarom begint het vriendelijk aan diens jas of haren te knabbelen. Als de eigenaar dan boos wordt, snapt het paard er niks meer van. Van Dierendonck: 'Veel paarden raken flink gefrustreerd omdat hun eigenaar zich - in hun ogen - zo inconsequent gedraagt. Je kunt ze best leren om zachtjes te knabbelen.'