De evolutie als rechte lijn

Het nieuwe beeld van de menselijke evolutie is een 'struikgewas', geen rechtlijnige stamboom.

Maar voor de vroegste evolutie gaat die rechte lijn juist wel op.

Vrouwelijke Australopithecus met kind. Illustratie Christian Jegou/Publiphoto Diffusion/Science Photo Library

Samen met een groot team van paleontologen heeft de befaamde Tim White stokoude oermensfossielen gevonden in de Midden-Awash, in Noord-Ethiopië. Het gaat om zo'n dertig fossielen van Australopithecus anamensis , de oudst bekende Australopithecus, waarvan tot nu toe in totaal maar zo'n 80 fossielen uit Kenia bekend waren.

De vindplaats en datering van de nieuwe botten - een dijbeen en tanden - vormen een sterke ondersteuning voor twee belangrijke theorieën over de oorsprong van het geslacht Australopithecus, zo schreef White vorige week in tijdschrift Nature.

De eerste versterkte hypothese is dat het geslacht Australopithecus ongeveer 4 miljoen jaar geleden een relatief directe voortzetting vormde van de voorloper Ardipithecus. De tweede nu versterkte theorie is dat de belangrijke soort Australopithecus afarensis (waartoe het bekende fossiel Lucy behoort) een voortzetting is van Au. anamensis.

Het gaat hier dus om twee gevallen van een, in de menselijke evolutie ongewone, directe continuïteit, één op geslachtsniveau (van Ardipithicus naar Australopithicus) en één op soortsniveau (van Au. anamensis naar Au. afarensis). De laatste jaren wordt in het denken over de menselijke evolutie dat idee van de rechte lijn juist steeds vaker verlaten.

Waar vroeger binnen het geslacht Homo een rechte lijn werd getrokken van Homo habilis naar de moderne mens, wordt tegenwoordig meer een soort struikgewas geschetst met veel gelijktijdige soorten. Er zijn ook duidelijke aanwijzingen voor gelijktijdig bestaande Homo-soorten.

De vondst van de Homo floresiensis in 2004 bevestigde dit beeld. Toen bleek dat zo'n 50.000 jaar geleden tenminste vier Homo-soorten gelijktijdig op aarde rondliepen. Niet alleen de kleine Floresmens, maar ook Homo erectus op Java, Homo sapiens in Afrika, en Homo neanderthaliensis in Europa. De rechtoplopende, maar verder nogal chimpanseeachtige Australopitheci (die in Afrika rondliepen tussen 4,1 en 1,5 miljoen jaar geleden) vormen de schakel tussen dat moderne mensengeslacht Homo en de alleroudste hominiden die ontstonden na de evolutionaire splitsing met de chimpansees (zeven à zes miljoen jaar geleden). Uit die alleroudste periode zijn drie geslachten bekend: Sahelanthropus uit Tsjaad (7 à 6 miljoen jaar geleden), Ororin uit Kenia (zo'n 6 miljoen jaar geleden) en Ardipithecus uit Ethiopië (ca. 5,5 tot 4,4 miljoen jaar geleden).

Kernargument van White is dat bij deze nieuwe grote vondst van Au. anamensis géén overlap in tijd of plaats is gevonden met de voorloper of opvolger. Dit was een gouden kans op de continuïteitsthese te falsificeren, maar dat is niet gebeurd. Vanuit de universiteit van Berkeley, California, legt Tim telefonisch uit wat zijn team nu eigenlijk heeft vastgesteld - in zijn typische beeldende taal.

'Stel je voor dat je op de heuvel staat in Aramis, Ethiopië, waar we veel van de nieuwe fossielen hebben gevonden. Het is 4,4 miljoen jaar geleden, je kijkt om je heen en wat zie je? Bossen! En daartussen loopt ook Ardipithecus - van hem hebben we daar al eerder fossielen gevonden.

'Dan doe je 100.000 jaar je ogen dicht, en wat zie je daarna? Overal water! Het bos is een meer geworden.

'Oké, je doet je ogen weer dicht, 200.000 jaar dit keer. Je doet ze weer open, en wat zie je dan? Weer gewoon hetzelfde bosland, dezelfde diersoorten en, hé, ook weer een mensaap. Je doet zijn bek open en kijkt erin: géén Ardipithecus, maar Australopithecus anamensis! Wat is er gebeurd? Er is in die tussenliggende turbulente tijd een heel nieuwe soort, zelfs een heel nieuw geslacht, ontstaan!'

Dat in de bek kijken is nuttig, omdat in de tanden de belangrijkste kenmerken voor een soort liggen - gewoon omdat van deze stokoude fossielen vooral veel tanden worden teruggevonden. Ardipithecus heeft relatief kleine kiezen en dun glazuur, Au. anamensis heeft juist relatief grote kiezen en dik glazuur. Als je Ardipithecus vindt, vind je nooit Australopithecus in dezelfde aardlagen.

In de literatuur wordt overigens wel eens een ouder Australopithecus-fossiel genoemd, maar die dateringen zijn niet zeker. Over bijvoorbeeld de Lothagam-kaak van 5,5 miljoen jaar oud zegt White: 'Die datering is hartstikke vaag. En in feite is het maar één erg versleten tand, die evengoed van een mensaap kan zijn.'

Binnenkort verschijnt in het vooraanstaande Journal of Human Evolution een analyse van een aantal anatomische kenmerken van de twee soorten, door William Kimbel, Meave Leakey, Donald Johanson en anderen. Ook hieruit blijkt overduidelijk dat er grote continuïteit bestaat. Uit de oudere soort ontstaat de nieuwere soort, zonder verdere aftakkingen, zo beschrijft Kimbel het proces.

Maar even goed kan je zeggen dat er slechts sprake is van één soort die evolueert in de tijd. In de biologie wordt dan voor het gemak gesproken van één evolutionaire soort, met twee chronospecies. In feite is er dus één evoluerende lijn die 1,2 miljoen jaar blijft bestaan. Na 1,2 miljoen jaar splitst Au. afarensis overigens wél in verschillende soorten.

Ardipithecus is een aapachtige hominide uit de periode 6 miljoen tot 4,4 miljoen jaar geleden, die door Tim White zelf in 1992 voor het eerst is gevonden. Of hij al rechtop liep, is niet duidelijk. Voor White zelf is dat niet zo'n probleem, omdat volgens hem de heel vroege hominidengeslachten Ororin en Sahelanthropus eigenlijk bij Ardipithecus horen. 'En van die twee soorten is wel vrij duidelijk dat ze rechtopliepen.'

    • Hendrik Spiering