Critici van WRR-rapport zijn ongenuanceerd

Afshin Ellian is een islam-basher. Het WRR-rapport is onwetenschappelijk, beweert hij, maar zelf leunt hij in zijn analyses alleen op persoonlijke getuigenissen, meent Shervin Nekuee.

In het rapport 'Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor mensenrechten en democratie' constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat er verscheidenheid bestaat binnen het islamitisch activisme. Bovendien hebben bepaalde stromingen in de politieke islam - afhankelijk van omstandigheden - het potentieel om zich tot een democratische beweging te ontwikkelen. Dat is vloeken in de kerk van onze islam-bashers. Die zijn er in twee soorten: de één is gedreven door de eigen particuliere dramatische ervaring met de islam en claimt vanuit deze ervaring een deskundigheidspositie op, zoals Ayaan Hirsi Ali. De ander wil meedoen met de neoconservatieve oorlogsretoriek. Wat beiden wel gemeen hebben - dat bleek ook nu weer - is gebrek aan nuance. Elke poging ons beeld van de islam te verfijnen, beschouwen zij als een vorm van politieke lafheid.

Afshin Ellian vertegenwoordigt misschien wel beide stromingen. Wat je ook van zijn lange column vol anekdotische vertellingen mag vinden, slapheid kun je hem niet verwijten. Zoals we van hem gewend zijn houdt hij zich stevig vast aan zijn 'heldere boodschap': het islamisme deugt niet. Islamitische activisten hebben de mond vol van democratie en mensenrechten, maar zodra ze aan de macht zijn laten ze hun ware gezicht zien. Zie hoe Khomeini te werk is gegaan in Iran.

Volgens Ellian is het WRR-rapport niet wetenschappelijk maar is het een blijk van politieke charlatanerie. Maar wie de ander op de gevoelige schaal van de wetenschap wil leggen, moet eerst zelf die toets kunnen doorstaan. Er is maar één onderwerp dat via het anekdotische gebrul van Ellian, keer op keer, column na column, terugkomt: Iran. Hij gebruikt de methode van de inductie: op grond van een eenmalige en particuliere waarneming wil hij algemene conclusies trekken. Hij gebruikt de Islamitische Revolutie in Iran, die hij als jonge tiener heeft meegemaakt, om een oordeel te vellen over een inmiddels wereldwijde aanwezigheid van de islam in het publieke domein.

Nu wisten de Oude Grieken al dat een dergelijke vorm van zuivere inductie een zeer twijfelachtige methode is om waarheid te benaderen. Wie ons een witte kat aanwijst om ons mee te delen dat alle katten wit zijn, is niet goed wijs of denk dat hij ons voor de domme kan houden.

In dit geval is deze Perzische kattenvanger ook nog bijziend. Zijn reconstructie van Iran, zowel toen als nu, doet geen recht aan de feiten. In de jaren van de revolutie werd het politieke activisme in Iran gedreven door antidemocratische gedachten. Maar dat gold, in tegenstelling tot wat Ellian beweert, voor alle politieke stromingen. Niet alleen waren de radicale islamieten radicaal, de seculieren waren dat ook. Het politieke alternatief voor radicale islamieten was stalinisme of maoïsme. Ik heb me keer op keer door ex-communistische ballingen laten vertellen dat 'een overwinning van de seculier linkse beweging in Iran zou hebben kunnen leiden tot Iraanse killing fields.' Of hun hypothetische retrospectief bewaarheid had kunnen worden, weten we niet. Wat zeker is, is dat de huidige Islamitische Republiek een zeer bloedige geschiedenis kent.

Maar in het Iran van nu zijn juist de moslim-democraten de hardnekkigste concurrenten van de huidige machthebbers. Dat zijn activisten die de islam als een leidraad voor hun politieke handelingen beschouwen, maar die wars zijn van de huidige islamitische theocratie. Deze moslim-democraten vertonen in hun denken veel overeenkomsten met de christen-democraten.

Hun politieke denkwijze is niet eigen aan Iran. Men ziet het opbloeien in Turkije, onder de vlag van de thans regerende AK Partij, en bij het moslimbroederschap in Egypte. De huidige Hamasleiders hebben gedurende hun bezoek aan Turkije min of meer laten weten dat de AK partij een voorbeeld voor hen is. Of Hamas werkelijk in staat is deze verandering door te maken, valt te bezien. Het betekent wel dat er een vorm van radicaal islamitisch activisme bestaat dat vanuit democratische principes wil opereren. Deze stroming wordt ook wel het 'post-islamisme' genoemd. Haar verfijningen van de islam brengen de positie van moslim-bashers behoorlijk aan het wankelen. Vandaar hun furieuze reactie op de WRR.

Wie het WRR-rapport nauwkeurig leest, kan niet anders concluderen dan dat de auteurs uitgebreid en gedegen onderzoek hebben gedaan naar de politieke islam in afgelopen honderd jaar. Met de nodige kritische distantie hebben ze gekeken naar ontwikkelingen in diverse landen in de islamitische wereld. Een waardevolle onderneming die mag worden geprezen. Gezien de verwarrende toestand in het Westen sinds 11 september 2001, moeten heldere standpunten de samenleving weer op koers krijgen.

Anders dan Ellian met zijn persoonlijke getuigenissen heeft de WRR een wetenschappelijk rapport gepubliceerd dat politieke leiders uitdaagt precies te analyseren hoe de islam in elkaar steekt.

Shervin Nekuee is Iraans-Nederlandse socioloog en publicist. Op 8 juni verschijnt van zijn hand 'De Perzische paradox' bij uitgeverij de Arbeiderspers.

    • Shervin Nekuee