Tot borsthoogte in de corruptie

De dictatuur op Cuba vecht tegen een 'dodelijke kanker', zo geeft het bewind zelf toe. En door de corruptie loopt zoals altijd de revolutie, het socialisme en de natie gevaar.

'Sociaal werkster', staat er op de voorkant van het T-shirt van het jongpukkelige meisje. En op de rug, in iets uitbundiger formaat, de kreet: 'Meer humaan, meer Cubaan'. Tot voor kort had ze een baan als bejaardenverzorgster maar nu werkt ze op het pompstation in de kustplaats Trinidad. 'Onze commandant heeft gezegd dat we op deze plek harder nodig zijn en dus ben ik nu hier', vertelt het meisje terwijl ze de dop losschroeft en de tank vult.

De nieuwe stoottroepen van de Cubaanse revolutie dragen geen militair uniform maar een vrolijk blauw T-shirt. In totaal zijn er 28.000 sociale werkers die op last van commandant Fidel Castro sinds een paar maanden strijden tegen de groeiende corruptie. Benzinestations bleken bij uitstek de plekken waar werd gerommeld. Via steekproeven op stations in de stad Pinar del Rio is volgens Castro vastgesteld dat er meer benzine verdween dan officieel werd verkocht. Vandaar dat op vrijwel alle tankstations nu de oude werknemers vervangen zijn door onhandige maar in ieder geval nog onbedorven jonge krachten.

Het afgelopen jaar was economisch gezien een van de succesvolste uit de 46-jarige geschiedenis van het socialistische Cuba. De economie van het ruim elf miljoen inwoners tellende land groeide volgens het bewind met 11,8 procent - 5 procent volgens westerse economen, dankzij hulp van Venezuela, stijgende nikkelexport naar China en toenemende inkomsten uit toerisme. Maar ondanks deze resultaten maken de Cubaanse leiders zich meer dan ooit zorgen.

De Cubaanse revolutie loopt gevaar, zei Castro op 17 november in een rede op de Universiteit van Havana. En dit keer komt het onheil niet van de imperialistische vijanden in het buitenland maar van binnenuit. 'We lopen het risico dat we de revolutie zelf vernietigen', aldus de leider die in augustus zijn 80-jarige verjaardag viert. Corruptie en diefstal van de schaarse middelen levert Cuba volgens Castro jaarlijks een verlies op van honderden miljoenen euro. Het probleem zou een meedogenloze aanpak vereisen. 'Niemand zal worden gespaard. Want zonder ethische waarden bestaan er geen revolutionaire waarden.'

Met maandlonen die zelden meer bedragen dan 10 euro valt het niet mee te overleven. Dat geldt ook voor Cuba waar veel producten en goederen dankzij overheidssubsidies goedkoop en soms zelfs gratis zijn. Voor de Cubanen die niet via contacten met buitenlandse toeristen of via familieleden in het buitenland deviezen ontvangen, rest er vaak niets anders dan iets te ritselen. En dat doen ze dan ook met toewijding.

De Cubaanse kantoorklerk stopt aan het eind van de dag wat balpennen en papier in zijn tas. Die zaken ruilt hij met de boer voor sinaasappelen of met de metselaar die af en toe wat bouwmaterialen van zijn werk meeneemt. En heel aantrekkelijk is een baan in een van de vele hotels voor buitenlandse toeristen of restaurants. Daar kun je wat voedsel achterover drukken en krijg je af en toe dollars of euro's als fooi. Die inkomsten stellen je in staat om in de speciale dure deviezenwinkels producten aan te schaffen die nergens anders te koop zijn. 'Het kost honderden dollars om een personeelschef bereid te vinden om je in een hotel aan te nemen', vertelt het kamermeisje in Havana.

De universiteitsrede waarin Castro het probleem van de corruptie besprak en klaagde over de nieuwe rijken in zijn land, heeft op Cuba veel tongen in beweging gebracht. Ook zijn vijf jaar jongere broer en minister van Defensie Raúl, nog aldoor tweede in de politieke hiërarchie, heeft zich in het debat gemengd. De corruptie heeft zich volgens hem ontwikkeld tot een 'dodelijke kanker'.

Tegenover partijleden zei Raúl Castro - die een speciale commissie voorzit om te strijden tegen financiële ongerechtigheden - onlangs dat de Cubanen niet tot hun knieën maar tot borsthoogte in de corruptie staan. De misstanden zouden zijn vastgesteld door zo'n 8.000, deels gepensioneerde trouwe partijleden die op inspectie waren gestuurd. 'De situatie is nog veel erger dan we dachten', aldus Raúl Castro. De mededelingen zijn gedaan op een besloten bijeenkomst, maar er bestaat volgens het persbureau Reuters een videoband van de voordracht die in Cuba wordt verspreid. Iets wat door een woordvoerder van de Cubaanse regering desgevraagd in ieder geval niet wordt tegengesproken.

Afgezien van de 96.000 vaten olie die Cuba dagelijks tegen gereduceerd tarief ontvangt van het broedervolk in Venezuela, is de belangrijkste bron van inkomsten op het eiland het toerisme. 'In het laatste decennium is het aantal buitenlandse bezoekers vertienvoudigd'', vertelt Anicia García Álvarez, directeur van het universitaire centrum voor economische studies van Cuba. In 2005 bezochten 2,3 miljoen buitenlanders Cuba. Het leverde het land 2 miljard euro op. 'En het toerisme leidt tot veel andere ondersteunende economische activiteit. In totaal verdienen zo'n 300.000 Cubanen direct of indirect hun boterham met het toerisme', zegt zij. Het zijn lucratieve ambtenaren voor Cuba. De taxichauffeur vertelt dat hij met zijn staatstaxi geacht wordt maandelijks minimaal 1.500 euro te verdienen en af te dragen. Dan krijgt hij zijn salaris van 10 euro.

'Er wordt nu bekeken hoe via medisch toerisme het aantal buitenlandse bezoekers verder kan toenemen. Ook uit China gaan toeristen komen', vertelt García. En de markt zou helemaal spectaculair groeien als de Amerikaanse handelsboycot verdwijnt. Mocht dit gebeuren, dan is de verwachting dat het aantal buitenlandse bezoekers in vijf jaar tijd zal verviervoudigen.

Maar het probleem is dat het toenemende aantal bezoekers uit kapitalistische landen weliswaar de schatkist spekt, maar tegelijkertijd ook de revolutionaire moraal ondermijnt. Cubanen ervaren door hun contacten met buitenlanders dat hun levensstijl nogal verschilt en dat stimuleert het verfoeide consumentisme op het eiland.

Nog gevaarlijker is de sociale tweedeling die ontstaat tussen mensen met en zonder deviezen. De taxichauffeur verdient in één dag meer aan fooien dan de nijver werkende universiteitsprofessor in een maand. En toeristen worden belaagd door Cubaanse vrouwen die proberen als prostituee een centje bij te verdienen.

Volgens de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken, Felipe Pérez Roque, staat Cuba voor de uitdaging om de jonge Cubanen opnieuw geestdriftig te maken voor het Cubaanse proces. 'In het begin van de revolutie werd het een enorm voorrecht gevonden om voor het eerst gratis medische hulp te krijgen of te kunnen deelnemen aan een alfabetiseringsprogramma. Maar tegenwoordig vinden jongeren zulke zaken vanzelfsprekend en willen ze meer', aldus de minister in een rede voor het parlement. Er is volgens Pérez Roque, die geldt als een van de potentiële opvolgers van Fidel Castro, daarom nog het nodige zendingswerk te doen. En er staat veel op het spel. Want als het socialisme mislukt, verdwijnt niet alleen de revolutie maar ook de Cubaanse natie. 'Dan wordt Cuba overgenomen en wordt het een deelgemeente van Miami.'