'Terugsturen Antillianen zal niet lukken'

Het zal in de praktijk niet lukken om criminele Antilliaanse jongeren terug te sturen. Dat oordeelt de Raad voor de Rechtspraak over het wetsvoorstel dat dit moet regelen.

Criminele Antilliaanse jongeren kunnen zich gemakkelijk aan een dergelijke straf onttrekken. Het strafdossier zelf biedt rechters onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen of terugsturen inderdaad gerechtvaardigd is.

De Raad voor de Rechtspraak schrijft dit in een advies over het wetsvoorstel van minister Verdonk (Integratiebeleid, VVD). De raad doet dat in haar hoedanigheid als wetgevingsadviseur.

Volgens de raad worden Antilliaanse jongeren vaak bij verstek veroordeeld, zodat een uitspraak waarbij als bijzondere voorwaarde terugkeer naar de Antillen is opgenomen, in de praktijk ook vaak verstekvonnissen zullen zijn. Omdat van die verdachten ook vaak geen woon- of verblijfsadres bekend is, zal in veel gevallen ook het vonnis pas na zeer lange tijd onherroepelijk worden.

De raad vindt het ook niet de taak van de strafrechter om dergelijke straffen op te leggen. Dat moet de exclusieve verantwoordelijkheid zijn van de minister. De rechter is in een strafrechtelijke procedure zozeer gebonden aan toetsing van internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat een beslissing tot gedwongen vertrek zal leiden tot 'beantwoording van complexe juridische vragen die buiten het strafrechtelijke kerndomein zijn gelegen'.

In een toelichting op het wetsvoorstel schrijft Verdonk dat de rechter op basis van het strafdossier kan oordelen of een Antilliaanse verdachte beter op zijn plaats is op de Antillen of Aruba. Maar volgens de raad is dat niet het geval. De reclassering heeft in rapportages te weinig mogelijkheden om ter plekke te onderzoeken of dat inderdaad het geval is.

De raad heeft ook kritiek op onderdelen in het wetsvoorstel die gedwongen terugkeer via bestuurlijke procedures mogelijk moeten maken.

    • Jos Verlaan