Studiekeuze tussen leuk en nuttig

Studenten kiezen vaak voor een 'leuke' opleiding, en letten veel minder op hun kans op de arbeidsmarkt. Scholen zouden die studies minder moeten aanbieden.

Studenten van de Fontys Rockacademie in Tilburg moeten straks een belangrijke rol spelen in de muziekwereld. Maar maken ze wel kans op een baan? Foto Joyce van Belkom Tilburg Leerlingen repeteren op de rockacademie in Tilburg © Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Belkiz Bulut (18) heeft geboft, vindt ze. Ze kan een studie doen die ze leuk vindt én waar volop werk voor is. Maar dat ze als lerares Engels waarschijnlijk gemakkelijk een baan zal kunnen vinden is 'mooi meegenomen', niet meer dan dat. De opleiding lijkt haar 'heel leuk' en dat vindt ze belangrijker.

De meeste jongeren zijn het met Belkiz eens. Uit onderzoek blijkt dat studenten bij hun studiekeuze de inhoud het belangrijkst vinden. De kans op een baan staat op de vierde plaats. Jan van Zijl, voorzitter van het adviesorgaan Raad voor Werk en Inkomen (RWI), vindt dit een probleem. 'Er zit een gat tussen wat jongeren leuk vinden en waar de kansen op werk liggen.'

Volgens Van Zijl kiezen jongeren te vaak voor sport-, creatieve en administratieve opleidingen en te weinig voor opleidingen voor de zorg, de bouw en de tuinbouw. Al langer klinkt vanuit werkgevers en overheid de oproep aan jongeren om met de handen te gaan werken. Gevreesd wordt dat het tekort aan ambachtslieden anders nog groter wordt.

Dat soort oproepen lijkt aan de meeste jongeren niet besteed. 'Als je je studie niet leuk vindt, ga je jezelf lopen tegenwerken', zegt Belkiz. Ze doet over een paar weken eindexamen havo op het Caland Lyceum in Amsterdam Osdorp. 'Om een studie af te ronden moet je gemotiveerd zijn. Bij economische opleidingen, die jongeren vaak kiezen om geld te verdienen, is de uitval hoog', zegt decaan Vonk van het Caland Lyceum. Belkiz vertelt over een schoolgenoot die dit jaar om die reden begon aan bouwkunde. 'Hij is gestopt. Hij gaat nu een sportopleiding doen.'

Van Zijl van de RWI vindt dat jongeren naar een studiekeuze waaraan de arbeidsmarkt iets heeft, 'geduwd' moeten worden door het aanbod van scholen. Die moeten 'die leuke dingen die weinig perspectief op werk geven niet meer aanbieden'.

Volgens Belkiz gaat die redenering niet op. 'Je kunt nu niet zeggen hoe de economie en de maatschappij eruit zullen zien als ik klaar ben met mijn studie, of er dan nog steeds vraag naar leraren is.' Een woordvoerder van de HBO-raad, koepelorganisatie van de hogescholen, zegt: 'Het verleden heeft aangetoond dat prognoses niet uitkwamen.' Hij benadrukt dat hbo-opleidingen nu al getoetst worden op het arbeidsmarktperspectief.

Decaan Richard Iedema, ook van het Amsterdamse Caland Lyceum, heeft kritiek op de 'wildgroei' aan opleidingen. 'Je moet je bijscholen om alle studies te kennen. Je vraagt je toch af hoeveel theaterwetenschappers er nodig zijn.' Iedema vindt niet dat studies geschrapt moeten worden, maar de opleidingen zouden een beperkt aantal plekken moeten aanbieden. Het ministerie van Onderwijs wil dat scholen bij hun voorlichting eerlijke informatie geven over arbeidsmarktkansen.

Iedema: 'In Osdorp hebben kinderen een andere achtergrond dan in Bloemendaal. Ze kijken of ze een baan kunnen vinden met de studie.' Dat vindt hij jammer. 'Ik vraag ze naar hun dromen, wat ze echt willen, en dat mee te wegen. Maar ze beslissen zelf.'

    • Inger Kuin