Sikhisme

Het had maar weinig gescheeld of ik had me op paaszondag tot het sikhisme bekeerd. Het was weer eens iets anders geweest. Het katholicisme, dat weet ik nou wel, het communisme heeft me nooit getrokken, en het islamisme komt vanzelf over ons, als we Ayaan Hirsi Ali mogen geloven. Om de tussentijd te vullen, leek het sikhisme me opeens geen onaardig alternatief.

Dat was te danken aan een lange optocht van sikhs, die ik zondagmiddag op de Nassaukade in Amsterdam-West aan me voorbij zag trekken. Zo'n duizend Indiase mensen, uitgedost in kleurige kledij, wandelden bedaard en ordelijk langs. Goedgemutst ook, tot in de letterlijkste zin, want iedereen droeg een hoofddeksel, variërend van wit sjaaltje tot paarse tulband. De begeleidende oosterse muziek klonk wat klaaglijk, maar dat geldt ook voor veel fuck-your-sister-in-the-ass-rapmuziek van tegenwoordig.

De stoet had een uitgesproken vredelievende uitstraling die mij raakte in mijn religieuze dakloosheid. Wat moest het aangenaam zijn in zo'n gemeenschap op te gaan en in grote saamhorigheid tegen de wereld te zeggen: dit zijn wij, wij zijn gelukkig en wij willen u graag deelgenoot maken van ons geluk - als u zin heeft, kom erbij!

Af en toe maakte zich iemand uit de stoet los om de verbaasde toeschouwers op de stoep een glanzend appeltje aan te bieden. Ik had geen trek, maar zeg maar eens nee tegen een wellevende sikh. De rest van de wandeling merk je pas hoezeer de appel tot de onopbergbare fruitsoorten behoort, 'maar weggooien', riep mijn moeder uit de hemel, 'dat doe je niet'.

Een jonge mannelijke sikh sprak me aan. Wat een vriendelijke mensen zijn dat. 'Wilt u misschien wat informatie?' vroeg hij, zonder enige opdringerigheid.

Jawel, maar waar moet je beginnen als je niets van een godsdienst weet? Hij had hooguit een paar minuten de tijd, en ik vind dat je bij fundamentele zaken tot op het fundament moet gaan. Toen kreeg ik een ingeving. Zijn fraaie paarse tulband, zou dat niet een soort omgekeerd fundament van zijn bestaan vormen? Moest hij hem dragen?

'Ja', lachte hij.

'Altijd? Binnen en buiten?'

'Ja, ook binnen. Zonder tulband voel ik me niet aangekleed. Zó tonen wij respect aan God. Het is ook praktisch, want wij mogen ons haar nooit knippen en met de tulband houd je het het bij elkaar.'

'Is uw godsdienst zó streng?'

Hij lachte weer. 'Dat valt reuze mee. Sommige dingen kun je gewoon beter niet doen.'

'Mag u roken, drinken?'

'Liever niet.'

Zo'n beetje ter compensatie voegde hij eraan toe: 'Wij zijn tegen kasten en tegen ondergeschiktheid van de vrouw.' Toen liep hij hartelijk groetend door.

Thuis heb ik nog wat opgezocht over de sikhs. Ze kunnen heel fanatiek zijn, las ik. Ze bestrijden het homohuwelijk. In Birmingham bestormden ze een theater omdat een toneelstuk hun niet aanstond. Indira Gandhi werd door sikhs, haar lijfwachten, vermoord.

Ik las het met grote tegenzin, weer een illusie armer. Misschien moet ik maar mijn eigen godsdienst oprichten. Met veel roken en drinken, om van erger maar te zwijgen. En geen appels.

    • Frits Abrahams