Rumsfeld heeft gefaald

Donald Rumsfeld, de Amerikaanse minister van Defensie, ligt onder vuur. Hij is wel wat gewend - de bewindsman overleefde de aanslag op het Pentagon van '9/11' - maar dit keer zijn het niet alleen zijn vijanden die hem bestoken, maar ook zijn eigen personeel. Rumsfelds (oud-)generaals rebelleren. Niet allemaal, maar genoeg om van een bijna-muiterij te spreken. Ze verwijten hem dat hij van de oorlog in Irak en de nasleep ervan een puinhoop heeft gemaakt en vinden dat hij moet opstappen. De 73-jarige Rumsfeld, een politieke overlever, zei gisteren dat niemand onvervangbaar is, maar dat hij niet zal wijken voor de kritiek van een handjevol gepensioneerde generaals. Hij heeft de steun van zijn baas, president George W. Bush.

De 'oorlog der generaals', zoals de huidige polemiek wordt genoemd, komt wat laat. De inzet ervan - de vraag of Rumsfeld al dan niet de juiste middelen heeft gebruikt om in Irak militaire successen te boeken - gaat voorbij aan een groter probleem: de politieke besluitvorming in Washington over Irak. Rumsfeld is niets meer en niets minder dan een loyaal uitvoerder van president Bush' beleid. Wie roept om het hoofd van Donald Rumsfeld, oefent kritiek uit op de president.

Kritiek op Bush wegens diens catastrofale Irak-beleid is meer dan gerechtvaardigd, maar het is onwaarschijnlijk dat hij zich er veel van zal aantrekken. Een gemakkelijke oplossing voor Irak is niet voorhanden. Een zoenoffer brengen, in de vorm van het laten vallen van zijn minister van Defensie, ligt niet in Bush' aard. Gisteren liet de president dan ook onomwonden weten Rumsfeld te steunen.

Toch is er onder de huidige omstandigheden meer voor Rumsfelds vertrek te zeggen dan voor zijn aanblijven. Zoals eerder op deze plaats is betoogd, had de minister al twee jaar geleden zijn biezen moeten pakken. Toen kwam de volle omvang naar buiten van de wandaden die Amerikaanse soldaten in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis hadden begaan. De beelden daarvan gingen de wereld rond en maakten de Amerikanen te schande. Een natie die moreel nogal hoog te paard zat, bleek het niet zo nauw te nemen met het martelen en vernederen van Iraakse gevangenen. Een paar subalterne officieren werden opgepakt, maar als er één moment is geweest om politiek verantwoording af te leggen en de uiterste consequentie uit falend leiderschap te trekken, was dit het wel.

Rumsfeld bleef echter zitten. Het kwam zijn geloofwaardigheid niet ten goede. De situatie in Irak is alleen maar onoverzichtelijker geworden. Een nieuwe bewindspersoon in het Pentagon is weliswaar geen garantie voor een wezenlijk ander Irak-beleid, maar geeft de Amerikaanse president wel meer armslag. Hij ontdoet zich van een minister die heeft gefaald en kan met een ander een nieuwe start proberen te maken. Dat is rijkelijk laat, maar Bush heeft nog ruim twee jaar te gaan. Voor Irak is dat een beslissende periode.