Olie zou niet 70 dollar per vat moeten kosten, maar 108 dollar

De oliemarkt is nog niet in paniek over Iran. De prijs van ruwe olie is weliswaar in een maand tijd met 19 procent gestegen, maar de handelaren maken zich meer zorgen over de lage productiecijfers van Irak, Nigeria en Rusland. Zij hebben nog niet echt rekening gehouden met een mogelijke Amerikaanse militaire aanval op Iran, waarvan volgens het Amerikaanse blad de New Yorker sprake is. Amerikaanse regeringsadviseurs noemen de Iraanse leiders in het blad 'honderd procent, compleet, officieel gek'.

De olieprijs is dit jaar 23 procent gestegen. Maar de prijsstijging van olie is veel minder fors dan die van suiker en koper en blijft kilometers achter bij de prijsstijging van goud.

De olieprijs heeft het hoogterecord aller tijden, dat in augustus vorig jaar werd bereikt na orkaan Katrina, niet eens definitief overtroffen. Dat komt grotendeels doordat de oliemarkt vrij liquide is en daardoor relatief weinig last heeft gehad van de toevloed van speculatief geld naar de grondstoffensector.

Niet dat de huidige olieprijs duurzaam zal blijken. Weliswaar is er op een niveau van 70 dollar per vat een overvloed aan potentieel aanbod. Olieproducenten zijn zelfs behoedzaam met investeren, vooral omdat ze niet geloven dat de prijs zo hoog zal blijven als nu. Maar in vergelijking met de koperprijs, die bijna tweemaal zo hoog is als de kosten van extra capaciteit, lijkt de huidige olieprijs bijna redelijk.

Dat is wat verrassend, omdat de argumenten voor een olieprijsexplosie sterker worden. Het gaat daarbij niet alleen om de productieproblemen. Een militair antwoord op de impasse rond Iran wordt steeds waarschijnlijker. Het Amerikaanse wapengekletter heeft Iran, waar het nucleaire project brede steun geniet, tot nu toe alleen maar verder op de kast gejaagd.

Iran dreigt de Straat van Hormuz af te sluiten. Dat is een serieus dreigement, want 20 procent van de olieproductie in de wereld passeert deze smalle zeestraat. Louter dreigementen kunnen al tot paniek leiden. Dat is wat er in 1979 gebeurde ten tijde van de tweede oliecrisis. De olieprijs bereikte recordhoogten, hoewel er nooit sprake is geweest van een enorm verschil tussen vraag en aanbod.

Als het aanbod van ruwe olie wél wordt getroffen, zou een veel hogere olieprijs nodig zijn om de vraag in te dammen. De prijsstijging met 250 procent sinds 2002 heeft immers nauwelijks effect gesorteerd. Er is genoeg ruimte voor hogere prijzen. Als de olieprijs de prijsstijging van koper sinds begin dit jaar zou willen goedmaken, zou een vat olie nu 108 dollar moeten kosten.

Edward Hadas

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld

    • Edward Hadas