Minder vechters en meer oorlog in Uruzgan

De 'vechtmilitairen' verdwijnen uit Uruzgan in Afghanistan. In hun plaats komen reconstructieteams. Maar juist nu wordt het er gevaarlijk.

Den Haag, 19 april. - In heel het zuiden van Afghanistan, waar de provincie Uruzgan ligt, is sprake van een toename van gevechten en aanslagen. Die worden grotendeels toegeschreven aan de Talibaan, de religieus-politieke beweging die in 2001 door een internationale coalitie uit de macht in de hoofdstad Kabul werd verdreven, maar op het platteland op aanzienlijke steun kan rekenen.

De BBC maakte onlangs melding van een eerder dit jaar, onder leiding van warlord Gulbuddin Hekmayer gehouden convent van gewapende oppositiegroepen, in het plaatsje Barawal Bandey bij de grens met Pakistan. Daar zou, in aanwezigheid van strijders uit Iran en Pakistan, tot een intensivering van de strijd tegen de buitenlandse troepen in Afghanistan zijn besloten. De Iraakse rebellenleider Abu Musab Al Zarqawi zou per brief steun hebben toegezegd, en expertise op het gebied van zelfmoordaanslagen.

Plan of niet - de toename van het aantal incidenten in Zuid-Afghanistan is onmiskenbaar. Een paar nieuwsberichten uit de afgelopen twee weken:

Na een hinderlaag tegen Amerikaanse en Afghaanse militairen in Uruzghan worden drie Afghaanse strijders gedood.

2.500 Britse en Amerikaanse militairen voeren nabij Kandahar het grootste offensief van coalitietroepen sinds 2001 uit, Operation Mountain Lion, maar de betrokken Talibaan-eenheden weten grotendeels te ontkomen, veelal naar de naburige provincie Helmand.

In de provincie Helmand, waar Britse troepen (net als de Nederlanders in het naburige Uruzgan) in het kader van de NAVO-missie ISAF een Provincial Reconstruction Team gaan bemannen, vindt de eerste zelfmoordaanslag op Britse troepen plaats.

Ook op een militaire basis van de Amerikanen in Helmand vindt een zelfmoordaanslag plaats.

In het centrum van Kandahar gaan drie, kennelijk op afstand bestuurde, bommen af.

Canadese troepen nabij Kandahar leveren bijna een gehele dag slag met enkele honderden Talibaan-strijders.

In de brief aan de Tweede Kamer omschrijft het Nederlandse kabinet de veiligheidssituatie rondom en in Uruzgan als volgt:

'Sinds begin februari 2006 is er sprake van een aanzienlijke stijging van het aantal incidenten. Deze stijging is volgens de MIVD (Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) niet alleen terug te voeren op de jaarlijks terugkerende ontwikkeling waarbij een daling van het aantal incidenten in de wintermaanden gevolgd wordt door een stijging in het voorjaar. Dit beeld wordt overigens ook in de provincies Helmand, Kandahar en in Zabul vertoond.

'De in 2005 ingezette trend', vervolgt de brief, 'waarbij de Taliban op tactisch niveau beter zijn georganiseerd, effectiever omgaan met verbindingsmiddelen en wapensystemen en meer gecoördineerd optreden, lijkt zich volgens de MIVD in 2006 voort te zetten. De voornaamste dreiging voor het eigen optreden bestaat uit bomaanslagen, hinderlagen, zelfmoordaanslagen en aanvallen op helikopters.

'Tot aan februari 2006 vonden vrijwel alle Taliban-activiteiten plaats in het westen van de provincie (districten Shahidi Hassas en Deh Rawod). De coalitie en Afghaanse overheid waren alleen tijdens geplande operaties in staat om invloed in dit gebied uit te oefenen. Vanaf begin februari is echter ook toenemende activiteit waarneembaar direct ten oosten van de hoofdstad Tarin Kowt en in het district Chora ten oosten van Tarin Kowt. Naar verwachting zal op termijn de Taliban-activiteit in het district Chora en in het oostelijk van Chora gelegen district Khas Uruzgan toenemen. Hierdoor dreigt het gevaar dat er in het gehele oostelijk deel van Uruzgan een situatie ontstaat die vergelijkbaar is met die in het westelijk deel, waar de Taliban vanaf oktober 2005 feitelijk vrij kan bewegen'.

Terwijl de provincie Uruzgan dus - met de komst van de Nederlanders - overgaat van de door de Amerikanen geleide 'vechtoperatie' Enduring Freedom naar de op bestuurlijke opbouw en economische reconstructie gerichte NAVO-operatie ISAF, draagt de situatie in het gebied zelf hoe langer hoe meer het karakter van een regelrechte oorlog. De provincie Helmand, waar vanaf juni 3.300 Britse militairen de PRT's gaan bemannen, kent dezelfde paradox. Een groep conservatieve Lagerhuisleden heeft daarom de minister van Defensie, John Reid, om opheldering verzocht, daar zij menen dat er van opbouw onder de huidige omstandigheden geen sprake zal zijn, en de troepen in werkelijkheid vooral moeten vechten. Volgens Reid blijft het vechten vooral een zaak van de Amerikanen, die niet onder ISAF vallen.

    • Raymond van den Boogaard