Kansen bij Nedcar

Het is al erg genoeg dat er in Nederland door gebrekkig onderwijs grote schaarste aan geschoolde arbeidskrachten heerst. Dus is het een raadsel waarom de vakbonden zo krampachtig vasthouden aan bedreigde arbeidsplaatsen bij het Limburgse Nedcar. Scheepswerven en andere metaalbewerkingsbedrijven hebben wachtlijsten van soms jaren voor hun klanten omdat ze niet genoeg geschoolde arbeidskrachten kunnen krijgen. De Nederlandse industrie voor auto-onderdelen is aanzienlijk groter dan die ene productielijn in Born. Het is daarom irrationeel om zoveel mogelijk arbeidskrachten in Born vast te willen houden voor de productie van auto's waarvan er wereldwijd te veel worden aangeboden. De overheid en vakbonden kunnen zich beter beijveren om arbeidskrachten over te plaatsen naar bedrijven die de vraag niet aan kunnen. Werknemers moeten dan bereid zijn tot eventuele herscholing en verhuizing.

Vakbonden hebben geen macht tegen het Japanse concern Mitsubishi, dat op economische gronden de productielijn wil afslanken en misschien wel wil sluiten. Een staking is in feite een sluiting door de werknemers, zodat de directie aan dat perspectief gewend raakt en gedwongen wordt om eerder naar alternatieven voor de productie elders te zoeken. Een van de drie betrokken bonden, de Unie, maakt dan ook terecht bezwaar tegen stakingen die misschien tijdelijk opluchting geven, maar destructief zijn voor de productielijn van een Japans bedrijf dat net zo lief in Polen als in Limburg produceert. Aangezien Nederlandse werknemers veel duurder zijn dan Poolse, moet een Nederlandse fabriek er minder van in dienst hebben en zoveel mogelijk geautomatiseerd zijn. Nedcar geldt als een hoogwaardig productiebedrijf. Dus zij die gedwongen afzwaaien, moeten elders terecht kunnen, in bedrijven en niet te vergeten in het onderwijs. Er is een tekort aan vakleraren die het scholingsniveau van de arbeidskrachten weer op peil kunnen brengen.

Het debatje over Nedcar in de Tweede Kamer met minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) en staatssecretaris van Gennip (Economische zaken, CDA) gisteren had een ritueel karakter. Ook de meeste Kamerleden weten dat niet de minister maar de directie van Mitsubishi bepaalt waar en eventueel met welk ander concern auto's worden geproduceerd. De internationale concurrentie is fel en geen subsidie of bemiddelingspoging kan de vraag naar Mitsubishi's doen opleven.

Het is een goed teken dat Masuko naar Nederland is gekomen voor overleg. Hij had net als de topman van DaimlerChrysler, de andere exploitant van de productielijn, kunnen wegblijven en kunnen besluiten om meteen uit Born te vertrekken. Er is dus wel hoop, maar geen garantie. Terecht stelt Masuko als voorwaarde dat de Nederlandse Mitsubishi's in prijs moeten kunnen concurreren. Daar moet het bedrijf zelf voor zorgen. De vakbonden en de overheid kunnen helpen met arbeidsvoorwaarden, overplaatsing en eventuele herscholing van de ontslagen werknemers. Zodat die in een andere baan kunnen bijdragen aan de groei van de economie en een gezond vestigingsklimaat.