Jochem

'Het is balen', zei Erik Breukink. Hij hing met zijn rug tegen een auto, en analyseerde het koersverloop van de Amstel Goldrace. De analyse kwam niet echt van de grond waarop Breukink besloot terug te keren naar het begin: 'Ja, het is balen.'

Het gekke was dat de ploegleider in zijn lichaamstaal het ultieme balen tot uitdrukking probeerde te brengen, maar ook dat kwam niet van de grond. Het leek of het Erik niet interesseerde dat er een camera op hem gericht was, en dat de interviewer uit naam van het volk er nieuwsgierig naar informeerde hoe het toch kon dat hij de ploeg in een vroeg stadium van de wedstrijd had opgeblazen. Het volk baalde natuurlijk ook. Ik verdacht (en verdenk) Erik ervan dat hij de kunst van het balen verworpen heeft. En het feit dat hij er niet meer uit kwam sterkte (en sterkt) mij in mijn overtuiging dat hij stilaan de kaste der ploegleiders is ontgroeid.

In de week voor de Amstel Goldrace mocht een tiental ex-professionals in de krant een prognose geven. Het viel meteen op dat niemand Michael Boogerd winstkansen toedichtte. Drie keer werd hij op plaats twee gezet, twee keer op plaats drie. De absolute kopman van de Raboploeg, Oscar Freire, werd slechts een keer op de hoogste trede verwacht. Nu is het bekend dat van de zogenaamde deskundigen weinig heil te verwachten is als het op koffiedik kijken aankomt, maar de oud-profs hadden bij voorbaat weinig fiducie in de formatie.

Ik zelf zette Alejandro Valverde op één, en Samuel Sanchez op twee. Dat was niet verstandig, bleek zondag. Maar van één ding was ik vrij zeker. Boogerd voldeed volledig aan mijn verwachtingen en won op de Cauberg met overmacht de sprint om de derde plaats na de traditionele communicatiestoornis met de man aan de knoppen in de ploegleiderauto.

Michael Boogerd is te braaf in het opvolgen van de stalorders. Daar koerste hij diep in de finale ijzersterk in de kopgroep. Wat werd er in zijn elektronisch oortje gefluisterd? Niet rijden, wacht op Freire en Dekker! Zou er één moment geweest zijn dat Boogerd gedacht heeft: je kunt me wat, wachten op gelosten is wachten op geklopten? Het is te hopen. Zo hoop ik ook dat Boogerd, al is het maar een duizendste van een seconde, het inzicht had van Jan Raas: hier rijd ik met mijn superpoten tussen uitgepierde favorieten, de Goldrace is binnen. Maar Boogerd wachtte.

Ja, balen. Ik zie Erik weer tegen die auto hangen en moet denken aan Jochem de Bruin uit de Rabo-reclamespotjes. Jochem is een bescheiden, kleurloze Hollandse jongen die er niet voor terugschrikt te worden uitgelachen. Maar anders dan Erik gaat Jocheum recht op zijn doel af. Het onvervaard uitventen van de Rabofilosofie doet hem met een bloedmooie Zweedse in een bubbelbad belanden. Met Jochem aan het stuur van de ploegleidersauto die stoute koersinstructies uitvaardigt, is Michael Boogerd komende zondag in Luik-Bastenaken-Luik de te kloppen man.