Ik weet hoe je een leger hervormt. Ik weet hoe je een oorlog wint. Ik kan generaals nee verkopen. Ik kan de media aan.

De Amerikaanse minister van Defensie krijgt kritiek van zijn eigen generaals.

Of hij blijft of vertrekt: zijn tijd als ultieme veldheer is voorbij.

De persconferenties in het Pentagon zijn befaamd om Rumsfelds snedige opmerkingen en zijn soms onnavolgbare maar scherp geformuleerde redeneringen. Foto AFP US Secretary of Defense Donald Rumsfeld speaks during a briefing at the Pentagon 23 March, 2005 in Virginia. Rumsfeld brushed off calls for his resignation and said he had no plans to step down. "I'm hard at the job, working hard, and getting up every day and thinking what we can do for the troops and the wonderful people who serve our country," he told reporters. The flurry of calls for Rumsfeld's resignation coincided with sinking public support for US President George W. Bush after three years of war in Iraq and new fears of it turning into a full-blown civil war. "Those kinds of calls have been going on for five-plus years. And the president has asked me not to get involved in politics and that's politics," Rumsfeld said. AFP PHOTO/Brendan SMIALOWSKI AFP

Vooral het geloof in zijn eigen voortreffelijkheid heeft van Donald Rumsfeld een ideaal doelwit gemaakt. Hij doorzag zo goed wat aan het leger moest veranderen. Hij wist hoe je een moderne oorlog wint. Hij durfde de generaals nee te verkopen. Hij kon de media zo doeltreffend in hun hemd zetten. En wie hem tegensprak, kon op spot en hoon rekenen (en eventueel ontslag). Hij was de ultieme veldheer - ongenaakbaar, superieur, zelfvoldaan.

Het is niet aan te geven wanneer precies zijn neergang inzette. Maar vermoedelijk was het rond april 2003, toen hij zich, vlak na de onttroning van Saddam Hussein in Irak, vrolijk maakte over berichten dat er werd geplunderd in Bagdad.

,,Ik zag net de krant en kon mijn ogen niet geloven'', zei hij. ,,Ik las acht koppen die spraken over chaos, geweld en onrust. () Dit is ongehoord. En dan hebben we het over een land dat is bevrijd, over mensen die werden onderdrukt door een meedogenloze dictator en nu weer vrij zijn.''

De Amerikaanse regering, Rumsfeld voorop, dacht dat haar soldaten als bevrijders zouden worden ontvangen. En dat de bevrijde bevolking uit zichzelf in staat was de maatschappij opnieuw te ordenen. Berichten over plunderingen konden daarom niet kloppen. En daarom keurde Rumsfeld elk plan af om na de oorlog een grote Amerikaanse militaire presentie in Irak te handhaven. De generaal die dat publiekelijk aanbeval, Erik Shinseki, werd de laan uitgestuurd.

Drie jaar en duizenden doden later heeft Donald Rumsfeld - ook wel 'Rummy' - kortom een probleempje met zijn geloofwaardigheid. Het is vastgesteld door progressieve en conservatieve critici. En het wordt door zijn naaste collega's ook niet meer tegengesproken. Condoleezza Rice, minister van Buitenlandse Zaken, zei onlangs dat de Amerikanen ,,duizenden tactische fouten'' hebben gemaakt in Irak. Rumsfeld reageerde afhoudend - zoals hij alle kritiek afwijst - maar tekenend was dat de Amerikaanse media nauwelijks aandacht hadden voor de uitspraak van Rice: was dit nieuws dan?

Rumsfeld is een vriend van vice-president Dick Cheney - ze leerden elkaar kennen toen ze dienden onder president Gerald Ford in de jaren zeventig - en onlangs kocht Rummy een huis in hetzelfde dorpje waar Cheney zijn levensavond wil slijten. Het voedde speculaties over zijn aanstaande vertrek.

In Washington wordt gezegd dat president George W. Bush dit tot nu toe heeft belet, hoewel hij al met de gedachte speelde.

Zo beschrijft Paul Bremer III, die de bezetting van Irak het eerste jaar na invasie leidde, in zijn memoires hoe Bush hem vragen stelde over Rumsfelds onvermogen om te delegeren. Maar volgens politieke strategen kan Bush Rumsfeld goed gebruiken omdat hij, als symbool van het Amerikaanse falen in Irak, de ideale boksbal is om de eerste klappen op te vangen.

Het gevaar voor Rumsfeld zit in het Pentagon. Er zijn al een half jaar tekenen van een dreigende opstand in zijn eigen ministerie. Toen de Democraat John Murtha vorig jaar het voorstel deed om terug te trekken uit Irak, werd hij weggehoond door Republikeinen. Maar later bleek dat Murtha, een Vietnam-veteraan met voortreffelijke contacten in het leger, de opvatting van vele generaals verwoordde.

De laatste weken hebben zich zeven oud-generaals in het openbaar gemeld met de aanbeveling Rumsfeld te ontslaan. Behalve zijn arrogante stijl noemen ze zijn intolerantie voor afwijkende opvattingen en zijn gebrekkige militaire inzichten als belangrijkste motief. Thomas Friedman, buitenlandcommentator van The New York Times, schertste afgelopen weekeinde dat in de VS nu dan toch een vredesbeweging aan het ontstaan is: niet in de maatschappij - maar op het Pentagon.

Gisteren zeiden zowel Bush als Rumsfeld zelf dat de minister van Defensie voorlopig op zijn post blijft. Het is vooral van symbolische betekenis. Want ook al behoudt hij zijn functie - de invloed van Donald Rumsfeld op het militaire beleid is nagenoeg verdwenen, zoals The Wall Street Journal maandag schreef. Los van het Irak-dossier spreken generaals in minder gevoelige kwesties - een nieuwe gevechtsstrategie, de omgang met China - Rumsfeld steeds gemakkelijker tegen. Zoals een militaire diplomaat gisteren zei: ,,Ik weet niet wanneer Donald Rumsfeld vertrekt. Maar ik weet wel dat hij zijn machtspositie allang kwijt is.''