Hamas verdient geen toenadering

De WRR stelt onterecht dat de Palestijnse Autoriteit democratisch is gekozen.

Ook is Hamas niet van plan geweldsgebruik af te zweren.

Door Uri Rosenthal

In zijn rapport 'Dynamiek in islamitisch activisme' roept de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid de regering op banden aan te knopen met Hamas. Eén van de schrijvers van het rapport, de socioloog Jan Schoonenboom, zei in een toelichting dat Hamas dankzij democratische verkiezingen aan de macht was gekomen. Hij suggereerde daarmee dat de Palestijnse Autoriteit als een democratie aangemerkt kan worden. Schoonenboom voegde eraan toe dat ook de IRA tot een vergelijk met haar tegenstanders was gekomen.

Het is, ten eerste, een misvatting dat een politiek stelsel democratisch is wanneer min of meer vrije verkiezingen plaatshebben. Om bij benadering van een democratie te kunnen spreken is meer nodig: bijvoorbeeld de vrijheid om organisaties te vormen en de vrijheid van meningsuiting. Verreweg de belangrijkste vereiste is het afzweren van geweld, bedreiging, chantage, corruptie en intimidatie als middelen om maatschappelijke en politieke doeleinden te bereiken. Dit zijn de minimumvoorwaarden waaraan een democratisch bestel en democratische verkiezingen moeten voldoen. De Palestijnse Autoriteit voldoet niet aan deze minimumvoorwaarden.

Ten tweede is het de vraag of het Palestijnse parlement in vrije, dus democratische verkiezingen gekozen is. Bij democratische verkiezingen gaat het namelijk niet alleen om de gang van zaken rond de dag van de verkiezingen, maar ook om de vrijheid van groepen en personen om zich onbedreigd kandidaat te stellen. De kandidaatstelling en de campagnes voor de parlementsverkiezingen hadden plaats in gebieden waar het gebruik van geweld zich niet alleen richt tegen de Israëliërs, maar waar het dreigen met geweld en intimidatie een probaat middel blijken te zijn in onderlinge confrontaties. Buitenlandse waarnemers hebben de verkiezingen het predikaat 'democratisch' gegeven, maar ze sloten de ogen voor de voortdurende geweldsdreiging waarmee deze omgeven waren.

Dat Hamas zich bij de kandidaatstelling en tijdens de campagne voor de parlementsverkiezingen aan de democratische spelregels gehouden heeft, valt moeilijk te geloven. En dat Hamas na het winnen van de verkiezingen de democratische spelregels wel in acht zal nemen, is onwaarschijnlijk. Hier wreekt zich het feit dat Hamas als terroristische groepering gewend is zich te onttrekken aan iedere vorm van democratische controle en gereguleerde publieke verantwoording. Zolang Hamas het gebruik van terroristisch geweld niet afzweert, zal ze zowel de binnenlandse als de internationale politieke besluitvorming voortdurend belasten met geweldsdreigingen en intimidatie. Om dat democratisch te noemen is kortzichtig.

Ten slotte maakt de WRR er zich met de geponeerde overeenkomst tussen Hamas en de IRA te gemakkelijk van af. Terroristische groeperingen zweren geweldsgebruik pas openlijk af als ze zich realiseren dat ze hun uiteindelijke doel - bij Hamas de vernietiging van Israël - hoe dan ook niet zullen bereiken. Tot nog toe heeft Hamas daar in geen enkel opzicht blijk van gegeven.

Uri Rosenthal is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer.