Gele duikboot ligt op koers

Villarreal speelt vanavond in Londen de eerste van twee wedstrijden tegen Arsenal.

Bijna zeventig procent van de eigen aanhang is overtuigd dat Villarreal de finale haalt.

Fans van Villarreal juichen nadat hun club heeft gescoord in de kwartfinale van de Champions League tegen Inter Milaan (1-0). Foto AP Villareal supporters celebrate their team's victory during a Champions League quarter final, second leg, soccer match against Inter Milan in the Madrigal Stadium in Villareal, Spain, Tuesday, April 4, 2006. Villarreal beat two-time winner Inter Milan 1- 0 to qualify for the Champions League semifinals. Aggregate score was 2-2 and Villarreal win on away goals rule. (AP Photo / Bernat Armangue) Associated Press

Het lijkt onwaarschijnlijk: een voetbalclub uit een stadje met veertigduizend inwoners tussen grootmachten als FC Barcelona, AC Milan en Arsenal. Maar de tijd dat bestuurders, staf, voetballers en fans van Villarreal Club de Fútbol zichzelf zagen als toneelspelers in een voetbalsprookje is al lang voorbij. De Spaanse club begint vanavond als underdog aan het eerste duel in de halve finale van de Champions League tegen Arsenal, maar een kleine zeventig procent van de aanhang is overtuigd dat de finale wordt bereikt.

Op 17 mei moet het Stade de France in Parijs geelblauw kleuren. Aan de spelers de taak om de droom van voorzitter Fernando Roig Alfonso (56) waar te maken. Voor de multimiljonair - die zijn fortuin verdiende met een keramiekfabriek - is meedoen op het hoogste Europese voetbalpodium niet voldoende. Villarreal wil een serieuze bokaal in de vrijwel lege prijzenkast kunnen zetten naast de Intertoto Cup die de club in de zomer van 2003 won.

Wie tien jaar geleden zou hebben beweerd dat Villarreal de laatste vier van de Champions League kon halen, was uitgelachen. Het stadje Vila Real was slechts bekend door de keramiek. In de velden buiten het stadje groeien wereldberoemde Spaanse sinaasappels, maar stervoetballers werden niet geboren in Vila Real. Het traditionele bou al carrer - waarbij de bevolking van Vila Real wordt opgejaagd door een stier - trok meer bekijks dan de verrichtingen van de plaatselijke voetbalclub.

Toen Roig Alfonso in mei 1997 een meerderheidsaandeel nam in het provincieclubje werd hij meewarig aangekeken. Zijn belofte dat hij de voetbalclub naar het hoogste Spaanse niveau zou brengen werd afgedaan als grootspraak. Maar de duurbetaalde trainers en spelers van Villarreal maakten de voorbije jaren alle verwachtingen meer dan waar. En nadat de zakenman onlangs beweerde dat Villarreal dit seizoen de Champions League kan winnen, werd er niet eens meer vreemd opgekeken.

Fernando Roig Alfonso was altijd een groot fan van het nabijgelegen Valencia geweest, de club waar zijn broers Paco en Juan vroeger de leiding hadden. Toch besloot hij zijn geld niet te stoppen in de club die tot de gevestigde orde van het Spaanse voetbal hoorde. Hij wilde met Villarreal zijn eigen kampioen maken.

Het succes ging zo snel dat de club een nieuwe bijnaam kreeg: El submarino amarillo. Oftewel 'de gele duikboot', naar het Beatles-liedje 'The yellow submarine'. In het seizoen 1997/1998 promoveerde de club naar de Primera División, ten nadele van Compostela. Een volksfeest brak uit in het keramiekstadje. De datum 24 mei 1998 geldt nog altijd als de mooiste dag in de clubhistorie.

Het debuut op het hoogste niveau beleefde Villarrael in augustus 1998 in het Estadio Santiago Bernabéu van Real Madrid. Na een paar maanden bleek dat het succes te vroeg gekomen was; aan het eind van het seizoen degradeerden de geelblauwen. Maar een jaar later keerde 'de gele duikboot' terug en groeide vervolgens uit tot een subtopper.

Nadat de club achtereenvolgens zevende, twee keer vijftiende en achtste werd, vestigde Villarreal vorig seizoen een ongekende prestatie door achter Barcelona en Real Madrid als derde te eindigen. In het UEFA-Cuptoernooi werd de halve eindstrijd gehaald. Dit seizoen mocht de ploeg van trainer Manuel Pellegrini meedoen aan de Champions League. In een groep met Manchester United, Benfica en Lille plaatste Villarreal zich verrassend voor de tweede ronde.

Door ten koste van Rangers en Internazionale de halve eindstrijd te halen, deed Villarreal afstand van het predikaat 'kleintje'. De club, die werkt met een begroting van 'slechts' dertig miljoen euro, moet het vooral hebben van de slimme handelsgeest. Profs die elders mislukten of nooit helemaal uit de verf kwamen, kregen bij Villarreal een nieuwe kans. Met de transfers van Juan Román Riquelme, Diego Forlán, José Mari Cases en Juan Pablo Sorín deed de club enkele gouden grepen.

De 27-jarige Argentijn Riquelme is de voorbije jaren uitgegroeid tot de motor van de ploeg. De 'slow-motion spelverdeler' was bij Barcelona op een zijspoor geraakt. In de ogen van de Catalaanse voetbalclub was Riquelme niet geschikt voor de absolute top en werd hij verhuurd aan Villarreal. In de rust van de Spaanse provincie onderging Riquelme een gedaantewisseling. Hij deed afstand van rugnummer 10 en veranderde zijn voetbalnaam in Román. Inmiddels is niet alleen het elftal van Villarreal om hem heen gebouwd, maar wordt Riquelme in Argentinië gezien als de man die het land de komende zomer de wereldtitel moet bezorgen. Roig Alfonso hoopt dat 'de tovenaar uit Buenos Aires' daarvoor Villarreal de Champions League schenkt.

De in Europa onbekende Chileen Pellegrini bleek voor Villarreal de juiste man op de juiste plaats. De afgestudeerde ingenieur wist van de mix van Zuid-Amerikanen en Spanjaarden een geoliede machine te maken die vooral in thuisduels vrijwel niet te verslaan is. Van de achttien Europese wedstrijden in El Madrigal ging er één verloren. Coach Pellegrini wil niets weten van een mirakel of een voetbalsprookje. 'Dit succes is niet zomaar tot stand gekomen', sprak de coach na de kwartfinales. 'Alles wat bij Villarreal gebeurt, is het resultaat van heel hard werken.'

    • Koen Greven