Een steiger stort in - en daarna

De nabestaanden van de slachtoffers en de getuigen van het ongeval in de Amercentrale mogen in de rechtszaal hun verhaal doen.

'Ik heb mijn broer verloren - Ulas. Hij is bedolven onder het puin van een ingestorte steiger van 85 meter hoog (...) Hoe oneerlijk en onbeholpen is het dat mijn broertje moest overlijden op een ondeugdelijk ontworpen steiger?'

Het is het begin van het verhaal van een zuster van Ulas, gisteren voor de rechtbank in Breda. Als nabestaande maakt Nese gebruik van haar inspreekrecht. Ze kan haar tranen niet bedwingen, maar ze gaat door: 'Mijn broertje is bedolven (...) nadat hij en zijn lotgenoten keer op keer de voormannen op de werkvloer erop hadden gewezen dat de steiger wankelde.'

'Als mensen vragen met z'n hoevelen we [thuis] zijn', zo luiden haar laatste woorden, 'dan zeg ik dat we met vier broers en zussen zijn. Hier spreekt het gevoel van een zus die haar broertje heeft verloren. Kan iemand mij vertellen hoe ik van dit getal een drie kan maken?'

Gritstraler Ulas Dogan (27), van Turkse afkomst, was een van de vijf onderhoudswerkers die op 28 september 2003 om het leven kwamen toen de steiger in de stoomketel van de Amercentrale in Geertruidenberg instortte.

Aan het begin van zijn lange requisitoir dat hij vanmiddag zou afsluiten, staat officier van justitie H. Donker geruime tijd stil bij 'het menselijk leed' dat de rampsteiger heeft aangericht. 'Laten we dat steeds goed in ons achterhoofd houden', zegt hij.

Donker leest delen voor uit een verklaring van de Amerikaan J. Lee, een van de drie mannen die gewond raakten bij het ongeval. 'Ik schreeuwde, schreeuwde, raakte in paniek. Ik probeerde bij mijn mes te komen om me uit mijn werkpak te snijden. Intussen realiseerde ik me dat de steiger verder kon instorten als hulpverleners in mijn buurt zouden komen.'

Lee is depressief, kapot. 'Als ik mijn dochter niet had...', leest de officier van justitie verder. 'Ik ben niet in staat een relatie aan te gaan. Doodsbang om terug te keren naar school om een nieuw vak te leren. Ik word wakker van de nachtmerries en flashbacks.' Lee zal zijn hele leven hevige pijn houden aan zijn schouder. Hij neemt geen medicijnen, omdat hij bang is daaraan verslaafd te raken. 'Ik heb mijn pensioengeld aangeboord om uit de schulden te blijven', schrijft de Amerikaan.

Lee's landgenoot en mede-slachtoffer L. Witfield kampt, zo meldt Donker, met depressies en nachtmerries, en met een schuldgevoel. 'Hij hoort nog steeds mannen in de stoomketel schreeuwen, en vraagt zich af of hij wel genoeg heeft gedaan.'

Donker heeft recent contact gehad met twee van de drie mannen die bij het ongeluk gewond raakten, en met de nabestaanden van de vijf doden. Hij is onder de indruk van hun lot. Hij noemt, bijvoorbeeld, de weduwe van gritstraler Y. Dinc die geen inkomen heeft en met haar kinderen in Turkije 'afhankelijk is van wat haar familie haar toestopt'. En hij beschrijft het leed van de weduwe van de Amerikaan C. Hysmith: 'Zij zit in een diepe depressie en roept dat een deel van haarzelf is overleden.'

De echtgenote van de onder het puin omgekomen Turk C. Akhan heeft geen geld en geen verblijfsvergunning meer, vertelt hij. 'Haar hele leven staat op losse schroeven.'

De ex-vrouw van de verongelukte Amerikaanse lasser D. Pope heeft gemeld dat 'een deel van ons met David stierf'; zijn dochter stelde vast dat 'tijd en geld' blijkbaar het belangrijkste waren voor de bedrijven die betrokken waren bij de onderhoudsbeurt van de Amercentrale.

Zuster Nese van Ulas Dogan zegt in de rechtszaal: 'Hoe oneerlijk is het dat mijn broertje moest overlijden vanwege het kostenplaatje van een elektriciteitscentrale?' Ze hoopt dat de verdachten, de ontwerper van de steiger alsmede de aannemingsbedrijven CMI, Hertel en Albuko, die de steiger bouwden en het onderhoud uitvoerden, 'hun straf niet zullen ontlopen'.

    • Guido de Vries