Een lome zomer wordt betrapt in Amsterdam-Noord

Langer licht. Regie: David Lammers. Met: Raymond Thiry, Dai Carter, Melody Klaver, In: 9 bioscopen.

Dai Carter en Ficret Koc in ‘Langer licht’ Foto A-Film scene uit de film Langer Licht FOTO: A-Film A-film

Het lijkt wel buitenland, Amsterdam-Noord in het speelfilmdebuut van David Lammers, maar dan alleen omdat het op het doek zo onbekend is. Noord is geen stadsdeel dat vaak in films figureert. Pittoresk is het er dan ook niet, maar het is ook weer niet zo grootsteeds, rauw en anoniem dat het wel Rotterdam lijkt. Wat juist opvalt, is hoe klein alles is. De boksschool van vader Lucien, het tuintje waar zoon Mitchell veel van zijn dagen doorbrengt, het lijken wel schoenendozen, schoenendozen waar door de regisseur kijkdozen van zijn gemaakt; kleine, strakke rechthoeken waarbinnen en waarbuiten de mensen wel poppetjes lijken, maar dan een formaat te groot voor hun behuizing. Dat is een verdienste van David Lammers. Hij is een regisseur die je zijn ogen lijkt te lenen. Je ziet iets omdat hij het gezien heeft. Lammers (1972) maakte voor zijn speelfilmdebuut al naam met een aantal korte films, waaronder zijn eindexamenfilm De laatste dag van Alfred Maassen, die in 2001 een Gouden Kalf won. Langer licht ging in première op het filmfestival Rotterdam, waar hij als enige Nederlandse film meedong naar een Tiger Award.

Er is meer in Langer licht dat om zichzelf om aandacht vraagt, zoals de hoofden van de twee hoofdrolspelers, Raymond Thiry, die de vader speelt, en Dai Carter, de zoon. In close-up kunnen we ze uitgebreid bestuderen. Wat heeft die vader een geweldige kop, stoer en verweerd, hij zou zo reclame kunnen maken voor Franse sigaretten of Clint Eastwood kunnen zijn. De zoon van vijftien is daarentegen zo romig als alleen jongens even kunnen wezen. En dan zijn er ook nog de ogen van het meisje dat zijn vriendinnetje wordt (Melody Klaver), ogen die zo gefilmd zijn dat ze de aandacht opeisen, zo maar, zonder dat die ogen nou een bijzondere rol in het verhaal spelen. Ze zijn niet eens zo gefilmd dat het is of ze Mitchell opvallen.

Lammers is op zijn best als zijn scènes verder geen verhaal vertellen, als het een soort moppen zonder clou zijn. Zo vallen Mitchell en zijn vriendinnetje op een nacht in slaap op een golfterrein. Als er 's morgens een golfer verschijnt, slaat die gewoon zijn balletje. Zo'n scène legt een eigen claim op het predikaat levensecht. Bestaat het merendeel van het leven niet uit zulke gebeurtenissen, die net geen mooi, eng of spannend verhaal opleveren? De trein werd niet gemist, het huis vloog niet in brand, er had ik weet niet wat kunnen gebeuren, maar het gebeurde niet. Mitchell en Kiki gaan gewoon naar huis.

Het is waarschijnlijk moeilijk om die lichtheid een film lang vast te houden. De meeste films gaan nu eenmaal over de uitzonderingen, ze laten zien dat ik weet niet wat wel gebeurt. Ook Lammers heeft er voor gekozen om zijn lome zomer in Amsterdam-Noord een plot en psychologie mee te geven. Bij een ongeluk is een deel van de familie van Mitchell en Lucien omgekomen, en vader en zoon moeten daar mee in het reine zien te komen. Maar dit drama is dan wel weer zo kaal dat het een MacGuffin lijkt, een motor die de film aan de gang houdt maar er eigenlijk niet toe doet. Het maakt Langer licht op een vreemde manier cynisch. Je zou er de ogen van Klaver en al die andere kleine cadeaus haast door vergeten. Maar toch niet helemaal.

    • Bianca Stigter